Oct 052013
 

Met een bus van Rey Latino reisden we vanuit Arequipa in ongeveer drie uur door een dor en droog bergachtig landschap naar het dorpje Corire (ca. 2000 inwoners, 517 m). Het regent hier alleen een beetje in januari en februari.

Het landbouwdorpje ligt in een groene vallei aan een rivier van enige omvang. Er wordt voornamelijk rijst en graan verbouwd. Het dorp heeft een eigen fabriekje waar het graan gemalen wordt.

De mensen zijn hier wat meer timide dan in de grote steden, maar zeer vriendelijk en behulpzaam. Als het contact eenmaal gelegd is, komt er vaak al snel een glimlach.

We sliepen in het eenvoudige hostal el Oscar en werden langzaam wakker door vrolijk vogelgekwetter en het gekakel van kippen. Het was voor het eerst dat we onze klamboe gebruikten tegen kleine insectjes. We werden goed wakker tijdens de niet al te koude douche.

Na een eenvoudig en lekker ontbijt bij een ‘panaderia’ (bakker) gingen we te voet, langs lichtgroene rijstvelden en akkers met grote artisjokkenplanten en overal kanaaltjes, naar het dorpje la Candelaria, waar we kaartjes kochten en uitleg kregen hoe we verder naar de petroglyphen van el Toro Muerte (de dode stier) moesten lopen. Onderweg zagen we de eerste condor tijdens deze reis. We doolden door het zand tussen de vele rotsen door, waarvan er zo’n 3000 (!) tekeningen hebben van dier- en mensfiguren en soms geometrische figuren. Er zijn afbeeldingen van slangen, ‘llamas’, herten en vogels. Ze zijn ongeveer 1000-1500 jaar oud en gemaakt door de Wari.

We gingen dwars door het droge land terug. Het laatste stuk volgden we een droge rivierbedding en onderweg vonden we een klein bronnetje, waarvan we een paar slokken dronken. Terug in la Candelaria zagen we drie mannen, zoals ze het zelf noemden, ‘cielitos’ (cielo = hemel) drinken. Een mooie bijnaam voor bier. Hanneke moest haar contactlens uitdoen, omdat er zand onder was gekomen. Een oud vrouwtje keek uit een raam met grote ogen toe, want ze had nog nooit contactlenzen gezien.

Tussen de middag aten we ‘pejerey’, kleine gefrituurde, gelige visjes, gevangen in de nabije rivier, met ‘lentejitas’ (linzen). De ‘refresco’ was dit keer gemaakt van mango.

We gingen beiden naar de kapper, want ons haar groeit door het warme weer snel. Terug in de hostal waste ik onze vuile kleren, die ik over hetzelfde touwtje hing, waaraan ook onze klamboe hangt.

Tot onze verrassing was er ‘s avonds markt, hetgeen ongebruikelijk is, maar het is waarschijnlijk om de warmte van de dag te vermijden. Later op de avond was er discomuziek, die later overging in latinomuziek en tot het licht werd, was er nog karaoke.

Oct 042013
 

In het mooie, koloniale Arequipa, één van de rijkste steden van Perú, hadden we een aangenaam verblijf in hospedaje Inca Roots. Het was een prettige ruime en hoge kamer en er was een heerlijke warme douche. Geen vraag was teveel en het ontbijt op het dakterras met uitzicht op de stad, de kathedraal, het klooster (Monasterio de Santa Catalina) en de vulkanen (waaronder El Misti, 5821 m) was inbegrepen.

Het is heerlijk weer in Arequipa, elke dag ruim 20 graden, vaak met een aangenaam briesje, het hele jaar door.

We bezochten het nabijgelegen dorpje Sabandia, een half uurtje met een ‘colectivo’. We wandelden in de omgeving en genoten van het uitzicht op de terrassen en de met sneeuw bedekte vulkanen.

Aansluitend bezochten we de ‘terminal de terrestre’, het busstation, om inlichtingen in te winnen over transport richting Cotahuasi (canyon) en Andagua (Valle de Vulcanos). We vroegen naar reistijden en kosten, die iets uiteen liggen, maar laag zijn: omgerekend zo’n 10 euro voor 10 uur reizen. We gaan proberen om deze ongebruikelijke reis in etappes af te leggen, te beginnen met Corire (Toro Muerto: 1000 petroglyphen).

‘s Avonds zochten en vonden we een geocache nabij het klooster. Het gecamoufleerde metalen doosje was op een originele manier met drie magneten aan het metalen frame van een bankje bevestigd. Hoewel het een drukke straat is, was het gemakkelijk om de cache onopvallend te pakken.

De volgende dag regelde de aardige mevrouw van de hospedaje een betaalbare taxi naar het busstation (met een rugzak in een colectivo is geen goed idee). Ze kwam ons zelfs uitzwaaien …

Naar Arequipa

 2013 Perú, Reizen  Comments Off
Oct 012013
 

Vanuit Nazca reisden we via Chala naar Camaná en de volgende dag door naar Arequipa, totaal ca. 580 kilometer en ca. 8,5 uur reizen.

Naar Chala reisden we in een colectivo (2,5 uur), omdat de eerstvolgende bus pas in de middag ging. In principe raadt de reisgids colectivo’s (vervoer in micro- of minibusjes) af, omdat er soms veel te hard gereden wordt om de concurrent te snel af te zijn, maar onze ervaring was goed. We aten vis met uitzicht op de Stille Oceaan, waar hoge golven op het strand breken met grote, witte schuimkoppen.

Naar Camaná reisden we in een dubbeldeks Marcopolo-bus (3,5 uur). We zaten boven en voorin, dus we hadden prachtig uitzicht op het mooie landschap. De weg is spectaculair, soms honderden meters boven de Stille Oceaan in enorme zandbergen (het woord duinen doet geen recht aan de grootte). Op wat lagere gedeeltes staan borden met ‘zona de arenamiento’ (arena = zand) en we zagen een zandschuiver bezig om de weg vrij te houden. Op andere trajecten staan er borden met ‘zona de derrumble’ en waren er wegwerkers bezig om de gevallen rotsen van de weg te ruimen. Een ander gevaar wordt aangegeven met het bord ‘zona de neblina’, vooral in de dalen kan er in sommige jaargetijden zeer dikke mist zijn.

Het was bewolkt weer, wat Camaná, anders een badplaats voor de Arequipeños, een wat sombere aanblik gaf. Helaas konden we geen laag gebouw vinden om te overnachten. We sliepen in het zeer eenvoudige en goedkope hostal Angel, waar we uiterst vriendelijk werden ontvangen. De kamer had zelfs geen stopcontact om onze telefoons op te laden. Niettemin was het beddegoed brandschoon.

De volgende dag reisden we met een ‘colectivo’ door naar Arequipe (ca. 3 uur), de stad die na ons vorige bezoek door een zware aardbeving werd getroffen. De stad ligt op 2335 meter boven zeeniveau, dus het is een goede plaats om aan de eerste hoogte te wennen. Onderweg zagen we al el Misti (5821 m), waarvan de top permanent bedekt is met sneeuw. We sliepen in hospedaje Inca Roots in een ruime kamer met rode vloerbedekking en geelgeverfde muren. De hospedaje is gevestigd in een koloniaal gebouw dat de aardbevingen goed overleefd lijkt te hebben. Op het dak is er een prachtig uitzicht op de stad met op de achtergrond de majestueuze el Misti. We zullen een aantal dagen in Arequipa blijven om de stad en zijn omgeving te verkennen.

Geen Nazca-lijnen

 2013 Perú, Reizen  Comments Off
Oct 012013
 

Na een uitgebreid warm ontbijt reisden we weer met een bus van Flores naar Nasca, verder richting het zuiden (ca. 3 uur). Onderweg passeerden we het stadje Palpa, net als Nazca een groene oase in de woestijn langs de kust en niet zo ver van de Nazca-lijnen, waarvoor de meeste toeristen hier komen. Wij hebben echter al lang geleden over de lijnen gevlogen. We zijn op doorreis richting Arequipa en Cotahuasi. De laatste jaren zijn ook dodelijke ongelukken gebeurd met de kleine vliegtuigjes. We genoten van de prachtige landschappen, dorre woestijn, groene oases en de donkere, soms rode uitlopers van de Andes. Zoals gebruikelijk zijn er verkopers in de bus, dit keer met broodjes zurig ruikend vlees en nootjes (pinda’s, maïs, popcorn) in kleine langwerpige zakjes.

Na aankomst aten we heerlijk in een klein restaurantje nabij de stations van de busmaatschappijen. Het is naar ons idee altijd beter om met een volle maag een slaapplek te zoeken, omdat je dan betere beslissingen neemt. Na enig zoeken vonden we weer onderdak in een laag gebouw (hospedaje Cochera). We werden weer vriendelijk ontvangen. De kamer was ruim, licht en schoon. De helft van de muren was geel geverfd en de betonnen vloer was rood. We hadden een eigen warme douche en een wc zonder bril.

Nazca is prettiger dan het drukkere Ica. We slenterden over de markt en kregen gratis Chicha Morado (een drankje gemaakt van zwarte maïs, kaneel, kruidnagel, ananas, appel, citroen en bruine rietsuiker) van Jehovagetuigen.

We woonden een deel van de zondagavondmis bij om de sfeer te proeven. Aardig was dat de mis besloten werd met het omhelzen van de geliefden en het geven van een hand aan de mensen om je heen (ook aan ons). Daarna werd iedereen besprenkeld met wijwater uit een plastic flesje.

De volgende ochtend bezochten we te voet los Paredones, los Acueductos de Cantalloc en Las Agujas.

Los Paredones was een handelscentrum waar de Inca’s wol uit de bergen ruilden met katoen dat langs de kust werd (en wordt) verbouwd. De adobegebouwen zijn vervallen, maar hier en daar zie je nog de typische muren die door de Inca’s zo gestapeld zijn dat je er geen speld tussen krijgt. Ze overleven alle aardbevingen. Het ligt ongeveer een kilometer van het centrum langs de Pan-Américana.

Los Acueductos de Cantalloc (soms geschreven als Cantayoc) zijn ondergrondse kanalen die Nazca-water voor de landbouw brengen. Boven de grond zie je grote putten, waar je spiraalvormig naar beneden kunt lopen, totdat je onderin bij het kanaal bent. De meeste van de ongeveer twintig putten hebben vijf rondjes naar beneden. De kanalen liggen langs rio Tierras Blancas. Het is ongeveer twee kilometer lopen van Los Paredones. Onderweg beklom ik één van de bergen (ca. 800 meter), want de aanwijzingen voor de bezienswaardigheden waren vrij onduidelijk. Het uitzicht was mooi, maar het hielp niet om onze weg te vinden.

Dwars door de weilanden bereikten we na het oversteken van de Pan-Américana Las Agujas (naalden). Het is een uitkijkpunt over ‘geoglifes’, die naalden en textiel moeten voorstellen (zoals de Nazca-lijnen). De paden worden door witgeverfde stenen aangegeven en behalve een betonnen, onbemande, roodgele controlepost is er verder niets.

Omdat we al aardig door de zon waren geroosterd, hebben we teruggelift naar Nazca. Na wat eten en rusten bezochten we Museo Arqueológico Antonini, dat een verrassend goed museum bleek te zijn. Italianen hebben in de jaren ’80 op drie plaatsen opgravingen gedaan: Pueblo Viejo (zuidelijk van Ica), Cahuachi (westelijk van Nasca) en Huayuri (westelijk van Palpa). De vele dingen die gevonden werden (potten, sieraden, mummies, stenen panfluiten, etc.), worden in het private museum goed toegelicht tentoongesteld. We mochten tegen betaling van een klein bedragje fotograferen. Naar ons idee was dit museum zelfs mooier dan het museum in Ica.

Sep 302013
 

Met een vroege (7:15) bus van de maatschappij Flores aan de overkant van het hostal reisden we in ca. anderhalf uur comfortabel naar Ica. Ook hier vonden we na enig zoeken weer onderdak in een laag gebouw, nabij de plaza de Armas. Het was een wat mooiere kamer dan de vorige keer, met een eigen badkamertje en warm water uit een elektrische douche (4400 Watt en veel te dunne draden!). Jammer genoeg liep het water de kamer in. De betonnen vloer was rood geverfd en redelijk schoon. Het dak was van bamboe. De ontvangst was vriendelijk. Er stond buiten alleen ‘hospedaje’ (onderdak).

Het is hier lekker weer, ca. 21 graden en zonnig. Bij aankomst was er nog mist, maar die werd snel verdreven door de zon; sneller dan in Pisco. Ica is een oase in de woestijn van de kust. Het water komt in de vorm van een rivier uit de Andes. De Inca’s hebben nog steeds functionerende aquaducten gebouwd om het land te irrigeren.

Het stadje is vol met kleine, gele, toeterende taxi’s en rode moto-taxi’s (tuk-tuks). Ook hier is een aantal kerken zwaar beschadigd door aardbevingen. Het ronde dak van één van de kerken is gemaakt van hout en bamboe. De constructie zelf is nauwelijks beschadigd, maar het pleisterwerk is eraf geschud. Er hangt een lint langs de straat van de kerk, want er kunnen nog steeds brokken naar beneden vallen.

We zijn hier voornamelijk voor Museo Regional Adolfo Bermúdez Jenkins, één van de beste archeologische musea in Perú. We lieten ons brengen met een rode moto-taxi voor een paar sol. Het mooist is de verzameling keramiek. Er zijn potten, vazen en bekers in veel verschillende vormen en kleuren, zoals in de vorm van een pompoen of in de vorm van een duif. Ze zijn vaak versierd met ingewikkelde patronen en/of figuren van dieren. Verder is er textiel uit de Inca-tijd, sommige kledingsstukken zijn met gele, blauwe, rode en zwarte veren bekleed, en een zaal vol met zittende mummies en schedels, sommige met een lang hoofd, dat met doeken en touwen werd gedwongen om zo te groeien. Het museum is prettig van omvang. Niet te klein zodat je snel bent uitgekeken en niet te groot zodat je het op een gegeven moment wel gehad hebt.

Sep 272013
 

Met een taxi gingen we van het centrum van Lima naar de terminal van Perú/Soyuz bus. Helaas heeft elke maatschappij in Lima een eigen terminal, dus je moet je keuze voor de juiste maatschappij van tevoren maken (op basis van bestemming en luxe). Het was even spannend of de bus ging vertrekken, vanwege een staking en een wegblokkade tegen de hoge brandstofprijzen, maar na even wachten werd er gelukkig groen licht gegeven. De reis naar het busstation 5 km van Pisco, el Cruce, duurde ca. 3,5 uur. Met een kleine taxi lieten we ons naar het centrum brengen.

Hoewel we een broodje met kaas, koekjes en zoete koffie in de bus hadden gekregen, hadden we honger en daarom gingen we eerst wat eten. De gebakken vis met rijst en witte bonen smaakten goed. De ‘refresco’ was weer een graan/kruidendrankje (cebada), dat deze keer weer heel anders smaakte.

Er is net een vrij zware aardbeving tussen Ica en Arequipa geweest (7 op de schaal van Richter), slechts een paar honderd kilometer zuidelijk van Pisco. Een belangrijk criterium voor onze overnachtingsplek was de hoogte en stevigheid van het gebouw. De meestal hostals zijn echter hoog gebouwd. Gelukkig vonden we Hostal Ballestas, één blok van de plaza de Armas. De ontvangst was vriendelijk. De kamer was heel eenvoudig en goedkoop. De wc/douche was schuin tegenover de kamer. Er was alleen koud water.

In tegenstelling tot Lima is het hier ‘s middags zonnig. ‘s Ochtends is er mist, net als in Lima. De minimumtempperatuur is ongeveer 15 graden, de maximumtemperatuur ongeveer 21 graden.

Op de plaza de Armas aten we op een bankje een grote plak que-que en maakten we enkele foto’s van de oude kerk die zwaar beschadigd is door een aardbeving. Het duurde niet lang voor we op een nette manier werden aangesproken om een tour te doen naar de Ballestas eilanden en het natuurreservaat van Paracas. Dat kwam goed uit, want dat was onze wens.

‘s Ochtends stonden we vroeg op, want we werden om 7 uur bij onze hostal opgehaald. We reden met een grote auto naar Paracas om met de Orca II, een grote speedboot (ca. 40 mensen) naar de Ballestas eilanden te gaan. Al snel kwamen we een groepje speelse dolfijnen tegen. We vervolgden met een snelheid van ca. 45 km/uur de tocht naar de rotsige eilanden (ca. 20 minuten). We zagen heel veel vogels, waaronder aalscholvers, de humboldtgent, een arend en pinguïns en veel luie zeehonden van heel dichtbij. Op sommige plaatsen rook het sterk naar vogelpoep. De rotsen zijn mooi, er zijn veel spleten en doorkijkjes. De zee is hier soms vrij ruw, maar de kapitein zorgde er steeds voor dat we dichtbij de dieren kwamen.

Het is de week van de toeristen, dus we kregen toen we terugkwamen in Paracas gratis Pisco sour en een gratis warme maaltijd. Als toerist hoefden we niet achterin de lange rij aan te sluiten. Voor we vertrokken, was er een dansshow, die voor enige vertraging op het programma zorgde.

Later bezochten we het reservaat van Paracas met een minibusje. Het reservaat omvat een schiereiland, een groot stuk zee en de eilanden. De landschappen en de kustlijn zijn hier bijzonder mooi. Het zand is afwisselend geel, paars en grijs. Het mooist vond ik playa Rojo, waar de zee blauw is, de golven wit zijn, het strand rood is en de rotsen geel zijn. We hadden een pauze bij Lagunilla, een mooie baai vol met vissersbootjes, waar we onze meegebrachte, bruine (!) broodjes met kaas aten. Er zaten veel pelikanen, die niet erg schuw waren. We klommen naar boven en zagen beneden weer een groepje dolfijnen zwemmen.

In Pisco aten we ‘s avonds voor de afwisseling pizza. Ze hadden geen olijven voor de vegetarische pizza, dus hadden ze die maar vervangen door ham en salami, lekker handig …

Sep 252013
 

De vlucht van Amsterdam (12:30) naar Lima (17:45) met een Boeing 777-200ER van KLM duurde lang: 12 uur non-stop. Het cabinepersoneel was vriendelijk en ons vegetarische eten was beter dan gemiddeld. De stoelen zaten makkelijk en er was genoeg ruimte voor mijn benen.

Er waren lange rijen bij de Peruaanse douane, maar toch hoefden we niet heel lang te wachten. Omdat we langer dan de meeste toeristen blijven, vroegen we om een visa voor 45 dagen. De vriendelijke douanebeambte gaf ons zelfs een visum voor 90 dagen. “Ninguno problema”: geen enkel probleem.

Elk land heeft zijn eigen geuren en de geur van Lima herkende ik gelijk. De luchtvervuiling valt gelukkig mee. Lima heeft een eigenaardig klimaat. De meeste maanden van het jaar hangt er een mist over de stad, die de stad een wat sombere aanblik geeft. De temperatuur is hier vrij stabiel, zo’n 17 à 18 graden. ‘s Ochtends en ‘s avonds is het fris.

We werden zoals was afgesproken met een taxi naar hostal Roma in het oude centrum van Lima gebracht. Door het drukke verkeer een rit van zo’n 40 minuten. De kamer in een mooi koloniaal gebouw was eenvoudig (kast, bed, tafeltje, televisie, donkerbruine stenen vloer), maar netjes en schoon. Er was lekker warm water uit een boiler in een kleine douche. Ik controleer altijd of ze aan staan, anders heb je ‘s ochtends alsnog een koude verrassing. De wc was er zo één die eerst volloopt en dan doorloopt.

We aten om half negen ‘s avonds (half vier ‘s nachts Nederlandse tijd) bij een Chifa (Chinees) een paar blokken richting het centrale plein (plaza de Armas of plaza Mayor). Ik at rijst met geroerbakte groenten en gefrituurde vis en dronk thee anís. De chinezen zijn hier vrijwel altijd goed en vaak wat luxer dan de vele, kleine familierestaurantjes, waar je voor ongeveer anderhalve euro soep, eten van een vast menu en een zelfgemaakt (kruiden)drankje krijgt (cebada).

Uiteraard werden we door het tijdsverschil vroeg wakker, zes uur ‘s ochtends, rond het middaguur Nederlandse tijd, wat nog meevalt. We ontbeten in een cafeetje even verderop. Een warm broodje kaas, een gebakken ei en thee en koffie met que-que (cake), op de menukaart vermeld als keke, met de letter k die in het Spaans eigenlijk niet bestaat. De koffie smaakt uiteraard anders dan thuis en is heel herkenbaar als je hier al eens geweest bent.

We bezochten de gezellige Chinese marktbuurt en we slenterden door de opvallend schone straten. Lima voelt heel vertrouwd. Het Spaans gaat mij gemakkelijk af. Het is al mijn vierde reis naar dit op 20 na grootste land van de wereld, waar altijd wat nieuws te zien is en volgens velen de mooiste bergen van de wereld heeft.

We staken Rio Rimac over, waar werkzaamheden plaatsvinden om de rivier door tunnels te leiden. De rivier is verlegd naar een smal kanaal. De stroom van auto’s op de weg naast het kanaal lijkt groter te zijn dan de stroming van de rivier. We aten in distrito Rimac in een familierestaurantje.

We regelden mobiel internet bij Claro, wat eenvoudiger en sneller ging dan de vorige keer. Het is wel zaak om je van tevoren te laten informeren over de bundels en om de juiste toegangsgegevens (APN) bij je te hebben, want in de winkel kunnen ze je hier meestal niet mee helpen.

Naam: Claro
APN: claro.pe
Gebruikersnaam: claro
Wachtwoord: claro

Sep 152013
 

We gaan weer terug naar het magische Perú, één van de 20 grootste landen van de wereld.

De bedoeling is om dit maal het zuidelijk deel van het land te verkennen. Op dit moment is vanwege extreme weersomstandigheden de noodtoestand in de zuidelijke bergketens van kracht. Door een koufront afkomstig van Antarctica was het begin september min 20 graden en viel er een meter sneeuw. Hopelijk is het weer beter als we richting deze regio’s gaan.

Panorama Cotahuasi

Één van de dingen die we graag willen bezoeken is de diepste canyon ter wereld, cañon Cotahuasi. Deze canyon is twee keer zo diep als de Grand Canyon in de Verenigde Staten.

Voor onze veiligheid en ons gemak laten we ons ophalen bij de luchthaven van Lima (Jorge Chavez International Airport) door de mensen van Hostal Roma, waar we in ieder geval één nacht zullen doorbrengen.

 

24 sep 12:30 Amsterdam 18:10 Lima KL0743 Boeing 777
5 nov 21:15 Lima 15:30+1 Amsterdam KL0744 Boeing 777
Sep 152013
 

Foto’s

Onze reisroute

Feb 282013
 

We hadden een prettige vlucht van Delhi naar Kolkata. We konden meteen in de bus van de luchthaven naar het centrum stappen. Zelfs op zondagavond kost het de bus een uur om de ruim 10 kilometer naar Esplanade (metro- en busstation) te rijden (40 roepies p.p. ~55 eurocent).

We sliepen in hetzelfde hotel Pioneer International als de eerste dagen van onze reis, maar voor een veel scherpere prijs in een betere kamer. Sommige treden van de krakende houten trap zitten nog steeds los. ‘s Ochtends werden we wakker van het gekoer van de duiven die op het afdakje van de niet meer werkende airco zaten.

De temperatuur is nu veel hoger dan een maand geleden: 32 a 34 graden. ‘s Nachts koelt het gelukkig af naar zo’n 16 graden. Het is fijn om nog even in de warmte te zijn!

Ik vind Kolkata een prettige stad. De stad heeft een enigszins provinciaal karakter en is niet zo hectisch als Delhi. Vaak zijn er stoepen waarop je kunt lopen. De vele oude, vervallen gebouwen, waarop vaak struiken groeien, hebben iets romantisch. Het is leuk om op straat thee te drinken uit een terracotta wegwerpkopje. Een apart verschijnsel zijn de rickshaws die door vaak magere mannen op blote voeten worden getrokken. Meestal lopend, maar soms ook rennend. Ze zijn heel arm, ze huren het wagentje en slapen ‘s nachts op straat. Zelfs het vele toeteren van het verkeer is meestal dragelijk. Apart is de brandweerauto die als geluidssignaal een bel heeft, die met de hand wordt bediend. Ongeletterden kunnen op straat een brief laten typen. Overal rijden oude, gele Ambassador taxi’s. Hier en daar kaarten mannen op een kleed op straat. Er zijn relatief veel bedelaars, soms met misvormde of missende ledematen. Aan de rand van de straat scheiden mensen papier, plastic en glas dat in grote, witte plastic zakken gaat. Je kunt overal op straat voor een habbekrats eten, wat we voor onze gezondheid meestal maar laten. Hier en daar wordt met een handbediende pers suikerriet uitgeperst. De oude, knarsende, ijzeren tram lijkt een beetje op een tank. De gekste dingen worden vervoerd door rickshaws of op de fiets, zoals twee volle melkbussen. Boeren na de maaltijd is hier vrij normaal, net als rochelen en fluimen op straat.

Voor het hotel is er een handbediende waterpomp, waar mannen in een boxershort zich met veel zeep grondig wassen. We gaven de shampootjes die we in een hotel kregen weg. Vanochtend was er iemand bezig om een waterzak te vullen. Bijzonder was dat de donkerbruine waterzak gemaakt was van de huid van een geit of schaap. De pootjes waren nog dichtgeknoopt zichtbaar.

We bezochten het waarschijnlijk grootste stadspark ter wereld, the Maidan. Veel jongens spelen cricket op het nu wat dorre gras. We zagen het bekende Victoria Memorial (1906-1921). Ook bezochten we de grote New Market, eigenlijk een hele wijk, waar je van alles kunt kopen, zoals kruiden, huishoudelijke artikelen en kippen voor de slacht. Hier word je erg vaak lastig gevallen door zogenaamde gidsen, die alleen uit zijn op de commissie van het winkeltje waar ze je heen willen brengen. We kochten kleine cadeautjes voor de buren die op ons huis hebben gepast.

Omdat onze dompelaar het na een maand trouwe dienst met een kleine steekvlam af liet weten, gingen we op zoek naar een nieuwe. Volgens de wet van Murphy konden we die natuurlijk niet vinden. Gelukkig vond ik er uiteindelijk één in de avond, toen ik wat bananen ging kopen. Er moesten er van twee één gemaakt worden. Thuis ga ik er een beter snoertje aanzetten, zodat we de dompelaar tijdens onze volgende reis veiliger kunnen gebruiken. Het huidige snoertje wordt warm, omdat de draden te dun zijn voor de 500 watt die de kleine dompelaar gebruikt.

Ik waste onze kleren, zodat we schoon terug kunnen vliegen naar Nederland. Handig is dat in vrijwel elke hotelkamer een emmer is. Ik was onze kleren altijd met de kleine zeepjes, die we af en toe krijgen in een hotel. Toiletpapier krijg je heel soms in een wat beter hotel en dan vrijwel altijd in de vorm van kleine rolletjes. Buiten de toeristische plaatsen is het moeilijk verkrijgbaar, dus we zorgen altijd dat we een voorraadje hebben. Anders is er altijd een kraantje en een kannetje bij de WC. Dit is overigens de reden waarom de lokale bevolking altijd met de rechterhand eet (zonder bestek, dat is alleen voor de toeristen). Alleen in de wat betere hotels krijg je een handdoek, daarom hebben we altijd een klein sporthanddoekje bij ons. Het beddegoed is meestal redelijk schoon, maar voor het geval dat kun je beter een lakenzak bij je hebben.

In totaal bezochten we dit jaar zes staten: achtereenvolgens West-Bengalen, Jharkhand, Bihar, Uttar Pradesh, Rajasthan en Delhi. In 2008 bezochten we vier staten: Kerala, Tamil Nadu, Andhra Pradesh en Karnataka. Het toerisme, en daarmee de voorzieningen, zijn goed ontwikkeld in Rajasthan. De andere staten, met name Bihar, Jharkhand en West-Bengalen, zijn veel primitiever, maar daarom niet minder interessant. In mijn beleving was het reizen in Zuid-India makkelijker en het eten lekkerder. In Noord-India reis je hoofdzakelijk met de trein, in Zuid-India hoofdzakelijk met soms overvolle bussen.

Vanavond vliegen we na 5,5 week weer naar huis. Helaas moeten we zo’n acht uur midden in de nacht wachten in Dubai. Gelukkig vliegen we naar Amsterdam in één van de meest luxueuze passagiersvliegtuigen, een Airbus A380. Het is het grootste passagiersvliegtuig ter wereld. Er is zelfs internet aan boord tegen betaling van een klein bedrag (5 MB voor $2,75 en 30MB voor $10). We ontmoetten een man in een restaurantje die op Schiphol werkt en speciaal bij Emirates had geboekt om in dit vliegtuig te kunnen vliegen.

Voor degenen die een reis plannen naar India: wij hebben samen minder dan 25 euro per dag uitgegeven, inclusief alles, behalve de vlucht van Delhi naar Kolkata (80 euro p.p.).