Feb 192015
 

‘s Ochtends werden we uitgerust wakker door het langzaam toenemend geroezemoes in de straat beneden. Ik heb de oproep voor het gebed in de vroege ochtend van de nabije moskeeën niet eens gehoord. Na een warme douche verkenden we de centrale markt, die gevestigd is in een groot, oud, wat vervallen gebouw. Er hingen nog verbleekte aanplakbiljetten uit 1927 en er waren mooi betegelde fonteintjes, waar mannen kannen met water aan het vullen waren.

We kregen van een vriendelijke marktkoopman gratis Bisara met gubz (brood) aangeboden. Bissara is een licht gekruide tuinbonensoep, die hier als ontbijt wordt gegeten. Een net getrouwde jongeman van een naburige groentenkraam vertaalde het Arabisch van de man voor ons.

We wisselden van hotel, vannacht slapen we in hotel Rialto, schuin tegenover een bekende bioscoop met dezelfde naam. Het hotel is wat goedkoper en net zo goed en heeft bovendien een mooie binnenplaats met veel planten. De ontvangst was heel gemoedelijk. De procedure was simpel: paspoorten overhandigen en wachten op de inschrijving in het register en daarna vooruit betalen.

We waardeerden onze INWI SIM-kaartjes op met 50 Dirham (ca. 5 euro) en met wat hulp van een INWI-servicecentrum kochten we daarvan een internetbundel van 4 GB voor 30 dagen. Met een beetje van het bonustegoed dat we kregen door het opwaarderen, belde ik mijn ouders om te laten weten dat alles goed ging.

Nadat we een Kahwa (kleine, lekkere koffie, altijd geserveerd met een glas water) in een koffiehuis hadden gedronken, aten we weer in het drukke restaurant Amine lekkere, gefrituurde wijting en diverse heerlijk klaargemaakte groentes.

‘s Middags slenteren we door de medina (oude centrum) van ed Dar Baida (de Arabische naam van Casablanca: “het witte huis”). Hoewel mijn Arabisch wat weggezakt is, kan ik het Arabische schrift nog prima lezen en beginnen de meest gebruikelijke woorden alweer terug te komen.

Later in de middag bezochten we de indrukwekkende Hassan II – moskee, de derde grootste moskee van de wereld, gelegen op een aangelegd schiereiland. De luchten waren heel mooi, enigszins dreigend en de zee vrij ruw, mede door de wind.

image

Moskee Hassan II

Op de terugweg liepen we door de drukke, kleurrijke markt aan de buitenzijde van de medina. Eerst langs kleine groentenkraampjes, later door een steegje waar vooral huishoudelijke goederen werden verkocht.

De geur van Marokko is nog steeds heel herkenbaar: de geur van de cafés, de geur van gebakken of gefrituurd eten en soms, minder dan vroeger, de geur van rottende etensresten of van het riool.

Morgen reizen we met een bus van de bekendste en beste maatschappij, CTM, door naar El Jadida, een stuk zuidelijker langs de kust.

Feb 182015
 

We hadden een voorspoedige vlucht met een Boeing 737-800 naar Casablanca (slechts 2 uur en 50 minuten) en kwamen een half uurtje voor de geplande tijd nog voor zeven ‘s avonds uur lokale tijd aan. Het is hier één uur vroeger dan in Nederland. De wachttijd bij de douane viel mee, hoewel één en ander best nog wel wat effectiever zou kunnen. In de aankomsthal kregen we gratis SIM-kaartjes van de provider INWI, met zelfs elk 20 Dirham tegoed (ca. 2 euro). Met een redelijk comfortabele trein reisden we om acht uur in minder dan drie kwartier naar station Casa Voyageurs, een half uurtje lopen van de centrale markt. Het was best winderig en fris en we moesten even schuilen voor een korte stortbui. In een goed restaurant aten we heerlijke vis, sole (sliptong) en merlan (wijting), met frietjes en harissa (saus). We hebben het lekkere Marokkaanse eten gemist! We moesten even zoeken naar een hotel, want er was er een aantal vol. We overnachtten in kamer 48 in hotel Colbert in een grote, hoge kamer met zandgele muren. De bedden waren goed, de douche was lekker warm (verwarmd door een grote Ariston boiler) en het uitzicht op de centrale markt (Marché Central) was mooi. We vielen tevreden in slaap met het zachte geroezemoes van buiten.

image

Uitzicht op centrale markt

Feb 092015
 

Over een week gaan we op reis naar het kleurrijke Marokko.

We vliegen met Royal Air Maroc naar de grootste stad van Marokko en van de Maghreb: Casablanca. De luchthaven ligt een flink stuk van de stad, maar de stad is gemakkelijk bereikbaar per trein. Zoals altijd gaan we rondtrekken zonder plan. In verband met de temperatuur zijn we van plan eerst richting het zuiden te reizen.

Hoewel ik nog een keer in Marokko heb paardgereden, is het lang geleden dat we samen in dit land op reis zijn geweest. We zijn benieuwd hoe we dit nu gaan ervaren!

Onder dit bericht zullen we onze verhalen schrijven.

17 februari 16:45 Amsterdam 19:25 Casablanca AT0851
9 maart 11:25 Casablanca 15:50 Amsterdam AT0850

Casablanca

Onze reisroute

(wordt bijgewerkt tijdens onze reis)

Handige informatie

Terug naar Lima

 2013 Perú, Reizen  Comments Off
Nov 032013
 

De reis van Tarma naar Lima duurde dubbel zo lang als gepland. Normaal gesproken kan deze afstand in 5-6 uur worden afgelegd, maar wij deden er door een lange file, waarschijnlijk veroorzaakt door een ongeluk en een defect aan de bus, zo’n 10 uur over.

Moe kwamen we ‘s avonds laat aan in Lima. Gelukkig vonden we snel een taxi naar het centrum en was er nog een goede kamer in hostal Roma (zelfs dezelfde kamer als waar we in het begin verbleven).

Nov 032013
 

Tarma (3050 m) is een mooi, klein plaatsje dat klem ligt in een kleine vallei. De mensen zijn vriendelijk, maar veel is er niet te doen. Vanuit het drukkere Huancayo is Tarma gemakkelijk bereikbaar in ca. twee uur met een mini-busje. We hadden geluk, want wij waren de laatste twee passagiers waarop gewacht werd.

Toen we aankwamen, waren de mensen bezig om op straat met koffiedrab en bloemblaadjes grote figuren voor de aanstaande processie te maken. Om de vergankelijkheid extra te benadrukken, werd alles met takkenbezems direct achter de processie opgeruimd. De soms erg oude mannen konden de draagbaar nauwelijks dragen.

We sliepen in hospedaje Central met krakende houten vloeren in aangename bedden. Er zaten veel scheuren in de muren en het plafond, wellicht van aardbevingen. Als we wilden douchen, dan moesten we dat aangegeven en stak iemand de gasgeiser aan.

Ziek onderweg

 2013 Perú, Reizen  Comments Off
Nov 012013
 

Onderweg naar Lircay werd ik behoorlijk ziek. Geen idee wat er precies aan de hand was. Wellicht een combinatie van een zware verkoudheid, slecht eten en de hoogte. Er is altijd een risico dat je ziek wordt in dit soort omstandigheden en het is niet de eerste keer dat mij dit overkomt. Reizen in Peru is een mooie belevenis, maar soms ook een belasting.

Aangezien Lircay, overigens een leuk authentiek stadje, geen goede hotels had, reisden we na twee nachten door naar Huancavelica (3680 m). We sliepen in hospedaje La Portada, waar het warme water slechts lauw was. Hanneke wist een heerlijke, vegetarische afhaalpizza te scoren! De maximumtemperatuur in Huancavelica was echter maar zo’n 6 á 7 graden, dus we besloten de volgende dag door te reizen naar het beter gesitueerde Huancayo (3259 m), waar de maximumtemperatuur zo’n 20-25 graden was. Heel wat aangenamer als je ziek bent! We overnachtten in hostal Flores in de grootste kamer tot nog toe. Na twee nachten voelde ik mij gelukkig weer sterk genoeg om wat te ondernemen. Gelukkig heeft Hanneke zich goed vermaakt, hoewel ze het niet zo gezellig vond om alleen te eten.

De elektrische douche ‘ontplofte’ met grote vonken de tweede ochtend. Dat heb je als je veel te dunne draden gebruikt en ze met een plakbandje aan elkaar zet. Geen nood, we konden gewoon douchen in een andere kamer.

Huancayo is een grote stad (350.000 inwoners) in een grote, vruchtbare vallei met veel ruimte. Ondanks zijn grootte heeft het een wat dorpse uitstraling, bijvoorbeeld door de vele landbouwproducten die hier verhandeld worden.

Oct 272013
 

We verlieten Ayacucho met een volgeladen oud minibusje. Het was ongelofelijk wat de mensen allemaal meenamen! Een kist met mandarijnen, grote struiken selderij, balen rijst, eieren, etc. Langzaam gingen we over een onverhard bergweggetje, eerst naar het dorpje Julcamarca, daarna naar het dorpje Secclla. Hier komen absoluut geen toeristen en we werden dan ook voortdurend aangestaard. De reis naar Secclla duurde ongeveer drie uur.

In Secclla was er een kleurrijke groentenmarkt. We aten gebakken forel in een eenvoudig restaurantje. De servetjes zijn hier van wc-papier. We overwogen nog om in dit dorpje te slapen, in een klein adobegebouwtje op een binnenplaatsje. Hoewel het romantisch en primitief was (klein, een scheve, gammele trap naar boven, doorgezakte bedden, geen water en geen elektriciteit), besloten we toch om door de reizen naar het wat grotere stadje Lircay.

We moesten even wachten, maar we konden al snel mee met een ‘carro’, een oude, gammele personenauto, bedoeld voor vervoer van mensen, inclusief chauffeur zes stuks. De tank werd gevuld met een gieter. De ramen waren letterlijk handbediend.

De weg was bijzonder mooi en vrij hoog, meer dan 4500 meter. Onderweg passeerden we kleine adobe huisjes met een glimmend golfplaten dak, soms ‘bevestigd’ met oude autobanden. Vaak zijn de huizen hier alleen aan de voorkant gepleisterd en geverfd. Hier is nauwelijks prikkeldraad. De landafscheidingen zijn meestal van gestapelde stenen muurtjes. De eigenaar markeert zijn llama’s met verschillende kleuren wollen lintjes in de beide oren van de llama’s, een leuk gezicht.

Vooral door het wat regenachtige weer waren de zwart-grijze bergen wat somber, wat nog werd benadrukt door het ontbreken van bomen. Alleen het gele gras bracht wat kleur. We meanderden omhoog en omlaag, vaak langs een klein riviertje. Het was één van de weinige keren dat de rit korter duurde dan gezegd: 2,5 uur i.p.v. 3 uur.

In Lircay (3278 m) sliepen we in het eenvoudige hostal Paraiso (paradijs, maar dan wel met een gemeenschappelijke wc/douche met koud water). Er was een mooie houten vloer en voor de verandering waren de muren terracottakleurig geverfd. We werden ontvangen door een manke, oude man, dus we moesten even geduld hebben voordat er wat gebeurde. Als je keuze hebt uit een stuk of drie overnachtingsplekken, dan wacht je wel even. Het tijdsbesef is hier sowieso anders. Er wordt geteld in uren en we horen regelmatig ‘ahorita’, wat zoiets als ‘nu’ betekent, maar net zo goed over een half uur kan zijn.

Hectisch Ayacucho

 2013 Perú, Reizen  Comments Off
Oct 232013
 

We reisden in een drukke bus van Pisac terug naar Cusco (ca. een uur). De luidsprekerboxjes waren van inmiddels ingevallen kartonnen doosjes gemaakt.

De bus van Cusco naar Abancay (2378 m) ging later weg dan beloofd en deed er ook langer over dan beloofd: 5 uur. Het was een onaangename bus, want het was veel te warm, de muziek was veel te hard en eindeloos en bovendien slingerde de bus erg. Op de bochtige wegen door het centrale Andes-gebergte is dat dan ook vragen om reisziekte. De plastic zakken hingen al klaar …

We overnachtten in het wat luxere en brandschone hotel Imperial. ‘s Avonds aten we een heerlijke pizza, wederom uit een houtgestookte steenoven. In eerste instantie bij kaarslicht, want de stroom was uitgevallen.

De volgende dag reisden we met een vrijwel nieuw minibusje naar Andahuaylas (2926 m). De competitie tussen de verschillende maatschappijen in het busstation was groot. Het is goed opletten of er niet gelogen wordt over de vertrektijden en reisduur. We reisden met Eco tour. De busjes van de andere maatschappijen vertrokken ‘later’, vanwege een ingestorte weg. Eco tour was blijkbaar de enige maatschappij die een omweg, via een klein, onverhard bergweggetje, wist te vinden. Voor ons leuk, want er waren mooie uitzichten en kleine dorpjes. Overal hing de geur van eucalyptusbomen en aangezien hier het voorjaar begonnen is, waren er ook veel bloesems.

In Andahuaylas vonden we al snel een fijn hotel met de naam Delicias. Opvallend is hoe vriendelijk de mensen hier zijn, vergeleken met Abancay. We aten later in de middag een ‘tortilla’ met groenten in een restaurant dat gevestigd is op een overdekte binnenplaats. Het ging hard regenen, maar de zon bleef lange tijd schijnen, wat een mooi plaatje van de plaza de Armas opleverde. We zagen een mooie optocht met leuk geïmproviseerde draken. We bezochten de kleurrijke marktbuurt, waar we veel foto’s namen.

De volgende dag reisden we door naar Ayacucho. We gingen over meerdere bergpassen van meer dan 4000 meter hoog, over een nieuw aangelegde weg, soms door de wolken. We zaten voorin een goed minibusje, dus we hadden een geweldig uitzicht. Respect voor de ingenieurs die deze weg ontwierpen en respect voor de duizenden arbeiders die dag in dag uit aan deze weg hebben gewerkt en nog steeds werken.

Ayacucho (2761 m) viel ten opzichte van de herinnering die we hadden van twaalf jaar geleden behoorlijk tegen. De romantische stad is veranderd in een hectische stad, waar meer telefoonwinkeltjes dan andere winkeltjes lijken te zijn. Alleen in de hogere delen van de stad kun je nog ontsnappen aan de uitlaatgassen. De winkeltjes met ‘retablos’ (miniatuur kijkdoosjes met christelijke taferelen) konden we haast niet meer terugvinden. Het lijkt erop dat dit stuk cultuur aan het verdwijnen is.

We sliepen twee nachten in het goede hotel Samary in een kamer achterin het hotel, zodat we niet zo’n last hadden van het lawaai van de straat.

De markt was gelukkig nog wel leuk om te bezoeken en we genoten ook erg van het luxere eten in restaurant Via Via, met ‘s avonds een prachtig uitzicht op de plaza Mayor. Extra sfeervol door een onweersbui.

Oct 232013
 

De busreis van Cusco naar Pisac (Pisaq; 2970 m) in de Valle Sagrado (heilige vallei) duurde slechts een klein uurtje.

We vonden al snel een goed onderkomen in hospedaje Samana Wasi. Het was een ruime kamer die aangenaam naar cederhout rook.

We bezochten het kleine museo comunitario de Pisac, dat een aardig beeld van de gebruiken en de omgeving gaf. Er was een aantal kleine mummies.

Na een hapje eten, soep, bonen, rijst en een gebakken ei, namen we een taxi naar de citadel van Pisac (ca. 3500 m). De grote citadel ligt hoog boven een vruchtbare vallei, dus er zijn prachtige uitzichten. Ver beneden is rio Vilcanota/Urubamba. Er zijn uitgestrekte landbouwterrassen en veel vervallen bouwwerken. Ongeveer halverwege is Intihuatana met de Templo del Sol/de la Luna (tempel van de zon/maan). Het kostte ons een hele middag om alles te bekijken en over eindeloze trappen af te dalen naar het stadje, ruim 500 meter lager. Als je hoogte/dieptevrees hebt of zwakke knieën kun je dit beter niet doen, maar ik had dit niet willen missen!

We hadden geluk met het bewolkte weer. De temperatuur in Pisac is aangenamer dan in het koelere Cusco.

Aan het einde van de dag liepen we nog over de beroemde markt. Als je op zoek bent naar een trui, handschoenen of een muts, of naar edelstenen of naar een tas, dan kun je hier je hart ophalen.

Cusco en omgeving

 2013 Perú, Reizen  Comments Off
Oct 212013
 

Het was een lange, maar comfortable reis van Puno naar Cusco (8 uur). De weg was goed en er waren geen hele grote hoogteverschillen. We zaten boven voorin de dubbeldeksbus, dus we hadden een geweldig uitzicht. De bus liep bij twee controleposten vertraging op, omdat een vrouw geen DNI (Documento National de Identidad) had. Niettemin mocht ze toch steeds met de bus mee. Naarmate we dichterbij Cusco kwamen werd het landschap groener. Er waren veel eucalyptusbomen, een gedeelte aangeplant.

We aten eerst een lekkere, kleine pizza uit een houtgestookte steenoven. Een kleine pizza wordt hier ‘personal’ genoemd (groter zijn ‘mediana’ en ‘familiar’).

We vonden onderdak in het aangename Yuri’s house hostal. Voor de verandering zijn de muren geel geverfd, maar de tegels zijn, zoals vaker, rood. De elektrische douche was hier zelfs 5500 watt! We waren net binnen toen het ging regenen. Gezellig tikten de druppels tegen het golfplaten dak. Vanuit de gemeenschappelijke keuken is er een mooi uitzicht over Cusco (3399 m). Veel latino’s, meest uit Argentinië, overnachten hier. Westerse toeristen hebben we in de hostal niet gezien.

De volgende dag bezochten we achtereenvolgens Tambo Machay, Puca Pucara, templo de la Luna (de tempel van de maan), Qenko en Sacsayhuaman. We lieten ons door een bus afzetten bij de hoogste Inca-ruïne en liepen over de weg en door de velden langs de andere ruïnes terug, aan het eind over een trap naar het lagergelegen Cusco.

Tambo Machay was een badplaats van de Inca’s (tempel van het water). Het is niet groot. Het water stroomt er nog steeds. Puca Pucara betekent rood fort. Het vervallen fort heeft een mooi uitzicht op de vallei met op de achtergrond groene bergen. We kochten brood, kaas en een banaan als middageten in het gehuchtje Wayllarqacha. El templo de la Luna staat niet in onze reisgids. We werden de weg gewezen door een aardige Peruaan. Het is een hoge rots met grote trappen en er zijn diverse spleten en grotten. Één van de grotten is een heilige plaats en mocht niet met schoenen worden betreden. Met een donkere regenlucht boven ons vervolgden we de weg naar Qenko. Q’enko betekent labyrint of zigzag en had een religieuze functie. De spekstenen rots is op diverse manieren bewerkt. Het lager gelegen deel heeft een tunnel met diverse nissen en spleten. Als laatste bezochten we het grootse Sacsayhuaman (“sexy woman”). Cusco is door de Inca’s in de vorm van een poema gebouwd en Sacsayhuaman vormt het hoofd van de poema. Het is een 600 meter lange, zigzaggende verdedigingsmuur met grote, kunstig gestapelde stenen en enige tempels. In juni is er het zonnefeest Inti Raymi.

De dag erna bezochten we museo de Arte Contemporáneo (officieel op zondag niet open) en museo Histórico Regional y Casa Garcilaso (één van de weinige musea die op zondag open zijn). Het kunstmuseum had een paar aardige werken, maar het historische museum had naar mijn smaak veel te veel religieuze werken.

Tussen de middag aten we in de Mercade Central, de centrale markt. Het was lekker, maar erg hygiënisch werd er niet met de borden, glazen en eten omgegaan. Daarna dwaalden we met plezier door de gezellige marktbuurt. We kochten een paar kleine dingetjes, Hanneke liet de batterij van haar horloge vervangen en we kochten een ons vers grofgemalen koffie uit Quillabamba, die goed bleek te smaken.

Ik ben tweemaal eerder in Cusco geweest. Cusco is in de loop van de jaren erg toeristisch geworden. Het Boleto Turístico General is daar een voorbeeld van. Zonder dit voor Peruaanse begrippen dure ticket (ca. 35 euro) kun je in Cusco en omgeving, inclusief Pisac, weinig ondernemen. Ter vergelijk: elders in Peru zijn de toegangsprijzen omgerekend ca. € 2,50. Laten we hopen dat het geld bij de juiste mensen terechtkomt.

De meest voorkomende muzieksoort in Peru is de ritmische ‘huayno’. Deze dansmuziek hoor je overal. Deze muzieksoort stamt nog uit de tijd van voor de Spaanse bezetting (om het netjes te zeggen).