Maharaja's palace, MysoreLandschap, Ooty trekking

Onze route

Naar schatting hebben we ruim 2000 kilometer afgelegd (zo’n 1800 kilometer in rechte lijnen).

Typisch Zuid-Indiaas

  • Veel mensen
  • Rickshaw
  • Masala dosa
  • Thali (leaf meal)
  • Slecht verstaanbaar Engels, veel spelfouten
  • Masala chai, Lassi
  • Hindoeïsme
  • Open riool
  • Tapioca- en bananenchips
  • Olifanten
  • Rupees
  • Koeien op straat
  • Sari, lungi, blote voeten
  • Kolams
  • Geur van wierook
  • Afvalverbranding op straat
  • Alleen herenkappers
  • Bloemenkettingen
  • Versierde vrachtauto’s
  • Iedereen wil op de foto
  • Pelgrims
  • Ja-nee-misschien hoofdknik
  • Neussierraden
  • Fluimen
  • Stroomuitval (gepland en ongepland)
  • Houseboats
  • Veel kraaien
  • Carbonpapier
  • Typische billboards
  • Bollywood
  • Douche met grote en kleine emmer
  • Harde bedden
  • Bedelaars
  • De geur van cardamom
  • Links rijden
[Print]
Hotel Mountview, Ooty

Hotel Mountview, Ooty

Overnachtingsmogelijkheden zijn er in veel verschillende soorten, van heel eenvoudig en heel vies tot heel luxe en brandschoon. De prijs-kwaliteitverhouding varieert enorm. In dezelfde straat kunnen twee hotels zijn die hetzelfde kosten, maar waar het ene hotel kleine, vieze, donkere en lawaaiige kamers heeft en het andere hotel ruime, schone, lichte en rustige kamers heeft.

Wij sliepen voornamelijk in guesthouses, residencies, lodges en (internationale) hotels. Soms kan je over de prijs wat onderhandelen, maar meestal staat hij vast. Overnachtingen waren onze grootste daguitgaven, maar naar onze begrippen nog steeds heel goedkoop. Soms is een Indiaas ontbijt inbegrepen. Één keer werd ons een continental breakfast aangeboden. Meestal moet je vooraf betalen, soms in de vorm van een depot, dat dan bij het uitchecken verrekend wordt. De kamers zonder airco zijn meestal een stuk goedkoper. Wij kozen altijd voor ‘non AC’, want door al die temperatuurverschillen voel je je toch niet lekker.

Behalve in de bergen is er meestal geen ‘hot water’. Dat is geen probleem, want je bent blij dat je je met wat lauw water kan afkoelen. Als er wel warm water is, dan is dat vaak slechts bepaalde uren in de ochtend, of je moet er eerst om vragen. Soms moet je het water eerst 20 minuten laten lopen voor het warm wordt. Wat een verspilling. Vaak geeft de douche zelf alleen koud water en één van de lage kranen (het kan zowel de rechter als de linker zijn) warm water. Er is dan een groter emmer waar je het water in kan laten lopen en een klein emmertje waarmee je het water over je heen kan gooien. Handdoeken zijn er alleen in de wat betere hotels, waar je vaak een zeepje bij krijgt. Wc-papier krijg je slechts een enkele keer.

In de betere hotels wordt ‘s ochtends The Hindu onder de deur door geschoven. Alle kamers kunnen van binnenuit grondig worden afgesloten, overigens net zoals een treincoupé. De bedden zijn meestal vrij hard, wat voor ons prima is. De lakens zijn meestal aardig schoon, hoewel het regelmatig voorkomt dat je niet de eerste gebruiker bent. Het beddegoed wordt vaak in een nabije rivier gewassen. Niet alle vlekken gaan er dus uit. Ik let er meestal op of het mogelijk is om onze klamboe op te hangen. Meestal lukt dat wel door een touwtje te spannen tussen de tralies van een raam en een haakje dat ik ergens indraai.

[Print]
Indiaas billboard

Indiaas billboard

Tijdens de laatste lunch, een overheerlijke Kati Roll, in restaurant Dal Roti kregen we van de eigenaar de tip om niet met een dure taxi maar de luchthaven te gaan, maar via het plaatsje Aluva (de ‘v’ is niet hoorbaar) te reizen. De taxichauffeurs schijnen hun monopolistische handel d.m.v. intimidatie (banden leksteken en blokkades) te hebben veiliggesteld. De bus naar Aluva deed er ongeveer 1½ uur over. Ik heb onderweg nog wat typisch Indiase billboards kunnen fotograferen. Het plaatsje zelf was niet zo heel interessant. We hebben nog wat snacks e.d. ingekocht en daarna zijn we met een rickshaw doorgegaan naar de luchthaven, een korte reis van 30 minuten. De reis naar huis was voorspoedig, na een bus, een rickshaw, drie vliegtuigen, twee airporttransfers en twee treinen waren we gisteren na ruim 27 uur reizen om ca. één uur ‘s middags weer thuis. Maandag ga ik weer werken, dus ik heb nog even de tijd om bij te komen en aan de Nederlandse tijd en het koudere klimaat te wennen.

[Print]
Versierde vrachtauto

Versierde vrachtauto

De weg wordt gedeeld door verschillende verkeersdeelnemers: mensen op blote voeten, ossewagens, paard-en-wagens, (brom)fietsen, auto- en fietsrickshaws, gewone auto’s, witte taxi’s, luxe en gammele bussen, mooi geschilderde vrachtauto’s, natuurlijk loslopende koeien, maar ook geiten en schuwe honden.

De weg heeft meestal brede schouders (bermen), die hard nodig is voor in onze ogen roekeloze inhaalmanoeuvres, welke hier als heel normaal worden beschouwd. De tegenligger of degene die ingehaald wordt, gaat gewoon de berm in als het niet gaat lukken of er wordt gewoon hard geremd en teruggestuurd.

Uiteraard gaat één en ander gepaard met luid, of vaker oorverdovend, getoeter. In de bergen wordt er bij elke (haardspeld)bocht getoeterd. Als de chauffeur niet weet dat hij dat moet doen (onwaarschijnlijk), wordt dat wel duidelijk aangegeven met borden met de tekst ‘sound horn’, dat ook achterop de meeste vrachtauto’s staat (zeker op die gevaarlijke stoffen vervoeren). De bus heeft soms een hele lage toeter, maar ook wel eens een beetje zielige hoge toeter, met name de staatsbussen. Heel eigenaardig is het geluid van achteruitrijdende auto’s. Dit kan het geluid van tsjilpende vogels, lelijke hoge fluittonen of hele melodieën zijn.

Vele voertuigen zijn versierd met bloemen, waarschijnlijk om verkeersongelukken af te wenden. We hebben ook een keer een bus bij een tempel gezien, die een ritueel onderging, voordat een groepje priesters instapte.

[Print]
Backwaters, Alleppy

Backwaters, Alleppy

We hadden gepland om naar Munnar te gaan, maar we vonden dat er te weinig tijd voor dit uitstapje naar de bergen over was. Ook omdat we nog een backwater trip wilden doen. Op het busstation van Theni vonden we een directe bus naar Ernakulam; een uitzondering. In Kottayam, waar we al eerder waren, zijn we na vijf uur uitgestapt (naar Ernakulam was het nog ca. twee uur meer).

Gisteren zijn we met een rustige boot van het State Water Transport over het Vembanad meer naar het een beetje op Venetië lijkende Alleppy gevaren. Een leuke tocht van zo’n twee en een half uur door kanalen en over het meer. We zagen veel vogels, o.a. enige mooi gekleurde IJsvogels. De lokale mensen stapten op kleine steigertjes steeds in en uit de boot. Naarmate we dichterbij Alleppy kwamen, zagen we steeds meer houseboats. Een bijna decadente manier om de backwaters te bekijken. Het zijn drijvend paleisjes, met airco, generator, sateliettelevisie, een privékok, luxe, overdekte zitplaatsen voorop en bovenop een luxe ingerichte slaap- en badkamer. We hebben in ieder geval geen zin om 24 uur beperkt te zijn in onze beweging. Van het geld dat het kost, kunnen wij hier bovendien samen een week rondreizen.

We sliepen in Palmy Residency in misschien wel de mooiste en fijnste kamer van de hele vakantie. Vandaag zijn we teruggereisd naar Ernakulam en met de jetty boat (ferry) overgestoken naar het rustiger Fort Cochin waar we onze reis begonnen zijn. Morgenmiddag gaan we met een taxi naar de luchthaven om naar huis te vliegen. Vannacht slapen we in de uitstekende Fort Garden homestay bij een christelijke familie.

[Print]

Misschien, we hebben geld en kunnen bijna alles kopen wat ons hartje begeert. We hebben een mooi huis, goede gezondheidszorg, goed onderwijs en een goede infrastructuur (voornamelijk voor woon-werkverkeer en transport). Ons leven is goed geregeld, misschien wel te. Het toeval krijgt nauwelijks een kans. We werken een groot deel van ons leven van 9 tot 5 uur. Daarna krijgen we pensioen en kunnen we nog even van wat meer vrijheid genieten, zolang onze gezondheid dat toestaat.

In India zijn de mensen van heel arm tot arm, tot een enkeling heel rijk. De mensen kunnen niet kopen wat hun hartje begeert en leven van dag tot dag. Soms wonen ze in een tent, maar we hebben ook mensen zien gaan slapen onder een paraplu, voortdurend de roetwolken van de langskomende bussen inademend. Gezondheidszorg is er alleen voor degenen die dat kunnen betalen. Hetzelfde geldt voor onderwijs. Jonge kinderen proberen vaak op straat wat te verdienen in plaats van in de schoolbanken te zitten. Een aanzienlijk gedeelte van de bevolking is dan ook ongeletterd. De infrastructuur varieert van heel slechte tot redelijke wegen en wordt gebruikt voor transport met vrachtauto’s en voor het vervoer van mensen die vaak op weg zijn naar een markt om wat te verkopen. Het leven is hier chaotisch, misschien wel te. Het toeval krijgt hier een ruime kans. De mensen leven hier van 10 tot 22 uur, vaak wachtend op de volgende klant. Er is veel ruimte voor sociale contacten en religie, die heel praktisch van aard is: de mensen wensen bij hun favoriete godheid (er zijn er zo’n 330 miljoen!) geld, voorspoed, een goede reis, enz. De gemiddelde leeftijd is hier 60 à 65 jaar. Niemand hoeft zich dus echt druk te maken over een pensioen.

[Print]
The Flash plugin is required to view this object.

Met de bus kan je vrijwel overal goedkoop komen. Er zijn ‘ordinary’ (gewone) en ‘express’ bussen. Het voornaamste verschil is dat een ‘ordinary’ bus overal en nergens stopt om mensen in en uit te laten stappen. Er zijn ook staatsbussen en ‘private’ bussen. Bij private bussen kan er sprake zijn van ‘deluxe’ of ‘extra deluxe’, wat weinig betekenis kan hebben of wat luxere stoelen of een bollywoodfilm onderweg kan inhouden. Soms staat het geluid erg hard. Oordopjes om je gehoor te beschermen zijn dan geen overbodige luxe.

Vooral in wat grotere plaatsen moet je vaak een aantal keren vragen waar de bus met jouw bestemming vertrekt. Als je het aan de meestal Engels sprekende ‘station master’ vraagt, heb je de meeste kans dat het in één keer goed is. Anders kan je wel een paar keer heen en weer worden gestuurd. Soms is het een hele kunst om een plaats te veroveren in de bus. Het komt voor dat, als een bus aankomt, mensen zich in de bus wurmen voordat hij tot stilstand is gekomen en de mensen zijn uitgestapt. Een andere truc is gauw je tas door een raam op een stoel leggen.

Betalen doe je gewoon in de bus. Heel soms mag/moet je reserveren, maar dan nog kan je gewoon in de bus stappen en betalen, vaak zelfs minder.

Vooral in de ‘ordinary’ bussen kan het ondraaglijk druk worden. De altijd aanwezige conducteur kan heel ruw (elleboog, tas) langs je gaan als je aan het gangpad zit. Om mijn benen kwijt te kunnen, gingen we vaak bij de ingang zitten. Het nadeel is dan wel dat iedereen die in- en uitstapt langs je loopt. Het voordeel is dat je het leven in de bus op de voet kan volgen. De bussen hebben vaak geen ramen. Als het warm is, ben je daar dankbaar om. De tocht kan echter ook heel storend zijn.

De tijd dat de bus over een route doet, wordt meestal in uren opgegeven (als je erom vraagt; het beste aan de chauffeur of conducteur). Meestal duurt het wat langer dan gezegd, tot wel bijna het dubbele.

Een busstation kan in het centrum of aan de rand van een stad zijn. Er kunnen ook meerdere busstations (‘bus stands’) zijn of een apart station voor de stadsbussen. Als er een spoorwegstation is, dan is dat niet altijd in de buurt. Wij nemen in dit soort gevallen een rickshaw, maar het is vaak ook mogelijk om met stadsbussen van het ene naar het andere station te reizen.

In en rond de bus worden regelmatig, maar niet altijd, hapjes verkocht. Als de reis wat langer duurt, kan je er bijna op rekenen dat deze wordt onderbroken om te plassen of om wat te eten of te drinken.

Reizen met een grote rugzak is niet aan te raden. Wij reizen met een daypack, die altijd op onze schoot past of ergens anders in het zicht een plekje kan vinden.

[Print]

Restaurants zijn er in verschillende types en zijn meestal hotel zonder hotel. Behalve de luxere hotels worden echte hotels meestal als lodge aangeduid. Wij aten bijna altijd in ‘veg’ of ‘pure veg’ restaurants, bij voorkeur waar veel mensen zitten. Het is vrijwel altijd vrij zitten, behalve op de plekken aangeduid met ‘no service’. Als het druk is, zoekt de ober soms een plaats voor je. Het is niet ongebruikelijk dat je bij iemand anders aanschuift of dat iemand bij jou aanschuift. In de betere restaurants zijn er ‘family rooms’ of is er een ‘airco’ gedeelte, waar vaak een toeslag voor gerekend wordt, bijvoorbeeld 5%. Als toerist wordt je daar snel heengestuurd, maar er is geen verplichting om daar te gaan zitten (niet gezellig als je de enige bent die daar zit).

Meestal vraagt de ober vrij snel wat je wilt eten. Bijna altijd is er een Engelse menukaart. Op den duur weet je ook wel de namen van de gerechten die je voorkeur hebben. Voor mij is Rava dosa bijvoorbeeld altijd goed. In de betere restaurants staan er ook Noord-Indiase gerechten op de kaart, zoals Paneer Mutter.

Leaf meal

Leaf meal

De lokale gerechten worden razendsnel geserveerd, zeker de Thali tussen de middag (meestal simpelweg aangeduid als meal of leaf meal). Deze maaltijd is meestal ‘unlimited’ (onbeperkt) en wordt geserveerd of op een bananenblad direct op tafel of op een roestvrijstalen dienblad met opstaande randen met de sauzen, zoals de altijd aanwezige Sambar in metalen kommetjes. Vaak krijg je ook een Papad (papadum). De ober vult de rijst en de sauzen aan uit grote stalen emmers die hij per twee of drie draagt, totdat je met je hand wuift dat je genoeg hebt. Vaak is er een kommetje met een zoet nagerechtje, als je geluk hebt Payasam, rijstepap met suiker en cardamom en een paar rozijnen en/of cashewnoten. Vaak is er ook een kommetje met karnemelk en een kommetje Dahi (zelfgemaakte yoghurt), die uitstekend smaakt en goed is tegen de gevolgen van de vaak ruim aanwezige chili.

Koffie en chai zijn er niet altijd, vaak niet tijdens de lunch. Ze worden meestal geserveerd in een metalen bekertje dat in een metalen bakje staat. De bedoeling is dat je de suiker die onderin zit mengt door de thee of koffie een aantal malen van het ene in het andere te schenken. Soms doet de ober dat met grote handigheid voor je, vaak met lange kletterende stralen, zodat er ook schuim op komt. Water is er bijna altijd in ijzeren bekers. In de koudere bergen  soms warm. Af en toe is het water gezuiverd, maar meestal drinken we het voor de zekerheid niet en bestellen we een fles mineraalwater (dat dan evenveel kost als op straat). De bedoeling is dat je het water drinkt zonder het kommetje aan te raken.

Poori

Poori

Een greep uit gangbare Zuid-Indiase gerechten die zowel als ontbijt als avondeten gegeten worden (ja, we eten hier drie keer per dag warm!): Idly (vinden wij niet zo lekker), Pongal (vinden we ook niet zo bijzonder), Vada (vaak met Sambar; kopen we wel eens op straat en kan heel lekker zijn), Poori (lekker!), Dosa (meestal met Masala; ook lekker), Rava Dosa (mijn favoriet), Oothapam (op bestelling met ui en/of tomaat), Parotta, Chappathi, Paper Roast (meestal met Sambar), Roti, Naan, en Pappad (de spelling varieert, taalfouten, zelfs op officiële (verkeers)borden zijn niet ongewoon). Zoetigheden, zoals Khova, Ladu en Burfi, zijn vaak heel zoet en/of vet of bevatten melk en eten wij maar heel af en toe.

Het is gebruikelijk om te eten met je rechterhand, maar op verzoek en ook vaak vanzelf, krijg je een lepel. Je handen was je voor en na de maaltijd bij de altijd duidelijk aangegeven ‘hand wash’, meestal alleen met water, hoewel er soms ook zeep of dunne shampoo aanwezig is.

Als je klaar bent met eten, aangeduid door het magische woord ‘finished’ (klaar), wordt de tafel afgeruimd en schoongemaakt met een soort blokwisser. Hiervoor is speciaal personeel, soms jonge of juist oudere mensen en ook wel eens enigszins gehandicapte mensen. De schoonmakers worden nog wel eens afgeblaft door de obers.

De rekening komt vrijwel altijd snel. Je hoeft er in ieder geval bijna nooit om te vragen. Meestal wordt de rekening gepresenteerd in een (kunst)leren mapje, waar je voldoende geld in stopt (een goed moment om grotere biljetten te wisselen). De ober haalt het mapje weer snel op; soms staan ze erop te wachten. De obers dragen het geld onveranderlijk af aan iemand die bij de kas zit. Het wisselgeld komt in hetzelfde mapje meestal zonder rekening terug of in een mandje of schaaltje waar (gesuikerde) venkel of andere zaadjes in zitten (niet erg hygiënisch). De fooi laat je achter in het mapje of schaaltje, dat vaak pas wordt opgehaald als je weg bent. Soms moet je van tevoren betalen en krijg je een bonnetje of muntje (met name voor de thali), maar als toerist wordt je daar bijna altijd van uitgezonderd. Soms zit er ook nog iemand bij de keuken, die opschrijft welke gerechten geserveerd worden. De rekening klopt in ieder geval bijna altijd.

[Print]
Theni

Theni

Vandaag zijn we vanuit Kodaikanal doorgereisd naar Theni, de hoofdstad van het gelijknamige district (3½ uur met de bus zo’n 2000 meter naar beneden). We willen naar het heuvelstation Munnar, maar om één of andere reden is de normale, meer directe weg, afgesloten en moesten we via deze stad reizen. Voor de stad waren er veel stenenbakkers. Soms zag de weg voor grote stukken blauw van de rook van de houtvuren om de stenen te bakken.

De stad lijkt geen toeristen gewend. De rickshaw chauffeurs spreken ons bijvoorbeeld niet aan. We slapen in een gewone, maar prettige kamer in het enige driesterren hotel van het district met de fantasievolle naam Hotel Theni International. We zijn van plan morgen de stad te verkennen en tegen de middag door te reizen.

[Print]
Kodaikanal

Kodaikanal

Het ooit door Amerikanen opgezette heuvelstation Kodaikanal (kortweg Kodai; 2100 meter; ruim 32000 inwoners) bereikten we na een spectaculaire busreis van drie uur (slechts 65 kilometer!). De uitzichten waren geweldig. We konden Palani met zijn tempel op de hoge heuvel zien en ook een mooi groot meer. De bus reed later door verschillende soorten bossen en het werd steeds koeler. Veel Indiase mensen bezoeken het bergstadje in de zomer om de hitte even te ontlopen en gelijk hebben ze! Het stadje ligt verspreid over diverse heuvels en heeft een erg prettige uitstraling. Bij wijze van uitzondering zijn hier geen rickshaws (alleen witte taxi’s).

We slapen in het uitstekende Hotel Strawberry Park, waarvan de zes of zeven verdiepingen tegen een heuvel zijn gebouwd. De nummering van de verdiepingen neemt ongebruikelijkerwijs naar omlaag toe (de één na hoogste verdieping is de ingang). Het warme water wordt verzorgd door een grote ketel met een houtvuur op te stoken. Het water wordt iedere dag met een vrachtauto gebracht.

Halverwege de middag aten we overheerlijk in het goed bekendstaande Hotel Astoria. Het was misschien wel de beste Thali tot nog toe. We hadden niet zoveel trek, maar toch hebben we daar in de avond nog Noord-Indiase gerechten gegeten (in Zuid-India alleen in de betere restaurants, eh, hotels te krijgen). Hanneke at haar favoriete gerecht Malai Kofta en ik at Paneer Mutter. De buren bestelden Paper Roast, in dit geval gerold tot een grote puntmuts van tegen de 50 cm, en Channa Batura, een gigantische Poori. Heel leuk!

Vandaag hebben we rustig het stadje verkend, leuke souvenirs gekocht en o.a. rond het bergmeer gewandeld. Uiteraard genieten we vandaag ook weer van het overheerlijke eten hier!

[Print]
© 2010 Marcel Suffusion WordPress theme by Sayontan Sinha
Bear