In een aantal wat meer toeristische restaurantjes in Thailand kwamen we de vermelding “No MSG” tegen. MSG is een afkorting voor monosodium glutamaat. Een bekende smaakversterker, ook bekend als E621 en ve-tsin. Volgens sommige bronnen een onschuldige toevoeging en volgens andere bronnen werkt het eetverslaving in de hand. Na enig snuffelen op internet ben ik geneigd het laatste te geloven. De Keuringsdienst van Waarde besluit een artikel met de veel zeggende slogan Once you pop, you can’t stop! Wat is jullie mening?
Via de nieuwe luchthaven van Bangkok (mooie architectuur, maar verder een ongezellige en rumoerige luchthaven met gebrek aan zitplaatsen voor de gates) vlogen we met ruim twee uur vertraging naar de veel kleinere en naar mijn idee betere luchthaven van Zürich (ca. 12 uur vliegen). Helaas hadden we niet zoals op de heenreis video-on-demand. Dat was niet zo heel erg, omdat de vlucht voor het grootste deel in de verlengde nacht was (het is in Europa zes uur vroeger). Vanaf Zürich waren we redelijk snel weer in het voor ons koude, donkere en winderige Nederland (ruim een uur vliegen).
Typisch Thais:
- Schoon, gastvrij (Sawatdee)
- In tempels en in guesthouses schoenen uit
- Overal en altijd is er heerlijk eten te koop
- Tuk-tuk, songthaew, samlor, bromfietsen en scooters
- Saffraan kleurig geklede, rokende monniken met kaal geschoren hoofden
- Houten huizen en geboende teak vloeren
- Boeddhisme, Wat‘s, reusachtige gouden Bhoeddha beelden
- Gele vlaggen, “lang leve de koning”
- Bergvolkeren, zoals o.a. de Karen en de Lua
Onze route:
Eergisteren zouden we overstappen in Lopburi om via Khorat naar Phimai te gaan. De bus naar Bangkok wilde ons echter op het heetst van de dag langs de snelweg afzetten, zonder dat er zichtbaar transport was naar het busstation of naar het centrum van de stad. Daarom zijn we meteen doorgereisd naar Bangkok. Met een stadbus gingen we van de noordelijke busterminal naar de eerder bezochte toeristische wijk (meer een ghetto) Banglamphu. De taxi moet tenslotte ook achter in de rij aansluiten en de bus heeft tenminste een airco (als je de juiste neemt). Volgens de reisgids is de gemiddelde snelheid in de stad zo’n 4 kilometer per uur. Gelukkig ging het naar mijn beleving wat sneller.
Gisteren hebben we geprobeerd het Grand Palace te bezoeken, maar door de plechtigheden rond de begrafenis van de zuster van de koning was het onduidelijk wanneer het koninklijke paleis (weer) open was. Dit moet dus wachten tot een volgende reis naar Thailand. Het nationale museum was eveneens gesloten, dus hebben we de kleurrijke marktkraampjes richting de rivier bekeken. In het bruisende Bangkok hoef je je nooit te vervelen … wat vooral opvalt, is dat er overal wat te eten is. Hanneke heeft gisteren voor het eerst een westerse maaltijd gebruikt: een rib-eye steak.
Vandaag heb ik onze vluchten herbevestigd en zijn we naar het wat tegenvallende nationale museum geweest. Verder heb ik mijn haar laten knippen; Hanneke had dat gisteren al laten doen voor omgerekend drie euro. Vannacht vliegen we via Zürich helaas weer terug naar Nederland.
Van Mae Sot reisden we via Tak naar Kamphaeng Phet aan de brede Ping rivier. Dit plaatsje is verrassend weinig toeristisch, hoewel het makkelijk vanuit Bangkok per bus bereikbaar is (ca. 5 uur). We sliepen en slapen vannacht in Three J guesthouse, dat goed bekend staat. We hebben daar een paar gezellige mede-toeristen ontmoet en samen met hen op de night market gegeten. Vandaag hebben we per fiets de ruines binnen Muang Kao Kampheng Phet bezocht. Er zijn daar twee tempels, Wat Phra Kaeo en Wat Phra That. De oude Boeddha beelden zijn mooi gerestaureerd. De stad dateert van de elfde eeuw. De nieuwe stad is nog volledig omgeven door de oude stadsmuren. Het eten is hier helaas minder gevarieerd, als je tenminste geen liefhebber bent van gefrituurde noodles. Morgen gaan we waarschijnlijk naar Khorat om de 11e en 12e eeuwse Khmer tempels van Phimai te bezoeken. Daarna moeten we helaas gaan denken om naar huis te gaan … We gaan echter eerst nog en dag of twee naar Bangkok om het nationale museum en het Grand Palace te bezoeken en om souveniers te kopen.
Vandaag zijn we met een songthaew van Mae Sariang naar zuidelijkere Mae Sot gereisd en de lus van Mae Hong Son ontsnapt. Op deze wat ongebruikelijke toeristische route langs de grens van Myanmar (Birma) zijn er geen bussen. De rit over zo’n 235 kilometer kostte zes uur en was een ware belevenis. De steeds wisselende landschappen en de mensen die in- en uitstappen zijn heel bijzonder. De mensen zijn Karen, Hmong, Lawa en Kuomintang. Onderweg kwamen we zelfs twee olifanten tegen! En dan olifanten die nog voor arbeid worden gebruikt en niet voor een kort toeristisch rondje.
Morgen gaan we via Tak proberen richting Cambodja te reizen.
Eergisteren zijn we met een halve (kleine) bus naar Pai gereisd. Het kostte de trage en krappe bus 4½ uur om de 135 kilometer door het mooie, bergachtige landschap af te leggen. Gisteren zijn we in het rustige en wat toeristische stadje (ook voor de Thai) gebleven. We hebben wat rondgeslenterd en wat gelezen.
Vandaag zijn we met een betere halve bus naar Mae Hong Son gegaan (111 km, 3 uur). Dit stadje, dichtbij de Birmese grens heeft weer een heel andere uitstraling en is veel minder toeristisch. De belangrijkste tempel, Wat Chang Kham, aan een klein meertje is meer in Birmese dan Thaise stijl.
Morgen reizen we door naar het laatste plaatsje op de noord-westelijke lus, Mae Sariang. Daarna gaan we proberen naar Mae Sot te reizen en vandaar naar het westen, richting Cambodja.
Ik las onderweg The User Guide To Life – The Moral Diet van de Thaise schrijver Supawan P.Panawong Green, een Engels boekje over een Boedhhistische leefwijze dat ik ergens in een guesthouse vond. Een heel korte samenvatting van het boekje:
- Stel jezelf als doel naar het Nirvana te gaan
- Niet doden, niet stelen
- Geen overspel plegen
- Niet liegen
- Verklein je ego door te geven
- Niet bang zijn voor de dood
Deze moralistische leefwijze zou dan nog aangevuld moeten worden met vipassana meditatie.
De linkerfoto is een voorstelling van de Bhoeddhistische hel
Gisteren en eergisteren zijn we met een lokale gids meegeweest naar het nationale park Doi Phukha (ca. 100 kilometer van Nan) Hij heette Samak en sprak aardig Engels, hoewel we moesten wennen aan zijn sterke Thaise accent.
Eerst bekeken we de waterval Sapan, daarna de zoutwinning in het dorpje Bo Kluea. Daar halen ze zout water met een emmer uit een put van enkele tientallen meters diep en gooien het in grote potten, die verbonden zijn met leidingen die steeds in een hut van een familie uitkomen. Het zoute water gaat daar in een grote schaal die wordt verhit met een langzaam brandend houtvuur. Na verloop van tijd wordt het ingedampte zout met een mand uit de schaal gehaald en na een poosje uitdruipen verpakt. Het is moeilijk voor te stellen dat daar in de bergen ooit een zee was.
Daarna gingen we naar de start van een korte trekking, aan een weg, naast een riviertje. Het kostte ca. drie uur om langs een kronkelend, sterk stijgend pad naar het dorpje Thai Lua te gaan. De mensen van dit dorpje zijn herkenbaar aan een redelijk groot vierkant gaatje in hun oren. Er wonen ca. 20 families in zo’n 20 primitieve huizen, totaal zo’n 200 mensen. Er komen hier vrijwel geen toeristen. De regering heeft niet lang geleden voor zonnepanelen, voor verlichting en radio, en waterleidingen gezorgd. Sommige ouderen weigeren nog steeds om water uit een leiding te drinken. De mensen zijn niet Boeddhistisch, maar animistisch en leven van wat ze in het oerwoud vinden en de dieren die ze houden (kippen, varkens en buffels). In de droge tijd leven ze ook van rijst van buitenaf.
‘s-avonds hebben we goed gegeten, eigenlijk meer dan we hier gewend zijn. We hebben nog een poosje bij een kampvuurtje gezeten en van de heldere sterrenhemel genoten. De nacht brachten we door in een ruime, maar net iets te koude tent bij het speelveld van het dorpsschooltje.
De volgende dag hebben we na het bewonderen van de zonsopgang en het ontbijt (rare witte, zoete broodjes gevuld met paarse aardappelpuree en een mok thee) het dorp uitgebreider bekeken. We zijn één van de huizen binnengeweest. De mensen leven heel primitief en zijn nogal onverzorgd (behalve misschien het kauwen op bladeren om hun tanden en kiezen in orde te houden; duidelijk herkenbaar aan de rode mondhoeken en lippen en donkere tanden).
De weg terug was minder vermoeiend, maar wel een grotere belasting voor onze knieën: weer omlaag. Op de weg terug kregen we nog een uitgebreide lunch en hebben we bij/in de waterval Tad Luang gezwommen.
Vandaag zijn we uit het gebied dat grenst aan Laos teruggereisd naar de grote stad Chiang Mai. Dit ging wat minder gemakkelijk, omdat het zondag was. De geplande bus was vol, dus moesten we overstappen in Phrae (minibus) en Lampang.
Morgen zijn we van plan om naar Pai te gaan, een stadje op de Mae Hong Son lus (twee snelwegen die in Chiang Mai uitkomen), een gebied dat grenst aan Myanmar.
Vanochtend werden we rustig wakker door de vele fluitende vogels van de naastgelegen vogel- en orchideeënkwekerij. We aten een eenvoudig ontbijt bij de markt: heerlijke, vers gefrituurde plakjes van kleine zoete banaantjes en later nog een wafel.
Vandaag bezochten we op ons gemak enkele prachtige tempels, o.a. Wat Phumin met zijn uitzonderlijk mooie wandschilderingen. Deze ca. 500 jaar oude tempel heeft vier ingangen, voor elke windrichting één, en welke ingang je ook neemt, je komt oog in oog met een gouden Boeddha te staan. Dit is een ongebruikelijke opstelling.
Verder hebben we wat door het sfeervolle stadje geslenterd. Vooral de groente- en fruitmarkt was heel kleurrijk. De mensen vonden het leuk om gefotografeerd te worden. De sfeer is hier heel ontspannen, meer dan in de wat meer toeristische plaatsen.
Morgen gaan we twee dagen met een Thaise gids mee, die redelijk Engels spreekt. We gaan watervallen en een bergvolk bezoeken, waar we ook gaan overnachten.
Vandaag zijn we naar het enigszins afgelegen en wat minder toeristische, noordelijk gelegen Nan gereisd. De reis in een goede 2e klas bus viel erg mee; het was maar 5½ i.p.v. 6½ uur. De chauffeur reed dan ook behoorlijk door en nam behendig de bochten door het soms heuvelachtige terrein.
We overnachten in het stategisch gelegen Nan guesthouse, dichtbij het reisbureau Fhu travel. We zijn daar gebracht met een samlor, een drie-wiel-fiets-met-overkapping. Een uitstervend verschijnsel, hoewel, de olieprijs is nog steeds aan het stijgen … De beste, wat oudere man, die hard moest trappen, hebben we een fikse fooi gegeven. Hij was er zichtbaar blij mee.
We hebben net heerlijk gegeten bij Tanaya. Ik heb Tao Fu Paneang op: een plak knapperig gefrituurde soya met lekkere, pittige saus en rijst.
Morgen gaan we wellicht een tweedaagse trekking doen om het bergvolk te bezoeken.



