Feb 032011
 

Het viel niet mee om iets meer dan 100 foto’s te selecteren uit ruim 1250 mooie foto’s. Ik kon de foto’s ook niet eerder plaatsen, omdat de bandbreedte limiet van mijn hosting provider in de maand januari werd overschreden. Dit is nu opgelost door het nemen van een reeks technische maatregelen. Uiteraard zijn we blij dat we nu niet in Egypte zijn, want helaas verlopen de protesten in Egypte niet geweldloos. Heel jammer is dat er tijdens de onlusten ook vernielingen in het beroemdste museum van de wereld hebben plaatsgevonden.

Update: details van de vernielingen

Onze route

Jan 252011
 

Treurig vervolg op de “de SIM-kaart”.

Ons is ter ore gekomen dat de Nederlandse Ghanyika, betrokken bij de zaak van de ”de SIM-kaart” inmiddels geheel is teruggevallen. Terug in de Nederlandse maatschappij is zij door onze mensen NIET MEER gezien met hoofddoek! Officier M.M. Mohammed heeft na dit bericht onze Ahmed, tweede zoon van de bakker, nog harder aangepakt. Nadat hij niet meer op de minaret mocht zingen heeft hij inmiddels een algeheel verbod zijn stem te laten horen. Inmiddels zou Ahmed zich volledig hebben gericht op bezwering en tovenarij. We hebben ook begrepen dat de vogel van Ghanyika bij thuiskomst onmiddellijk is bezweken. Wat gaat Ahmed verder doen?

Jhanna el Bahariya, de stem van het volk

Terug in Caïro

 2010 Egypte, Reizen  Comments Off
Jan 142011
 

Een VIP-bus, zo eentje die je, of je dat nu wilt of niet, zachtjes in slaap wiegt, bracht ons terug naar de drukke wereldstad Caïro. De reistijd (3,5 uur) was wat langer doordat de bus in de stad maar langzaam vooruit kwam.

Khaled en Jannie hadden ons het Ramses II hotel (Talaat Harb 37, 12e verdieping) aangeraden. We bekeken nog twee andere hotels in hetzelfde gebouw en onze keus viel op het King Tut hotel op de achtste verdieping, omdat de prijs/kwaliteit verhouding goed was en omdat we alleen hier een serieuze korting voor de laatste halve nacht kregen (tot middernacht).

Met een gammele stadsbus bezochten we de bekende piramiden van Giza. We bekeken de grote piramide van Khufu (Cheops), de iets kleinere piramide van Khafre (Chephren), de mooie Sphinx en we gingen de kleinere piramide van Menkaure (Mycerinus) binnen. Veel was er binnen niet te zien, maar het was wel leuk om te doen. De piramides waren oorspronkelijk 146, 136 en 66,5 meter hoog. De grootste piramide bestond uit 2,3 miljoen blokken steen van elk 2,5 ton. Onvoorstelbaar. De piramiden zijn meer dan 4500 jaar oud. We zagen een ansichtkaart met piramiden met de tekst “mensen vrezen de tijd, de tijd vreest piramides”. Op de terugweg bezochten we de niet zo interessante graftombe van Seshemnefer IV. Mede dankzij het prettige weer was het een fijne dagbesteding.

De volgende dag bezochten we het Egyptische museum. De wachttijd in de rijen viel gelukkig reuze mee. Het was een geweldig gevoel om het beroemdste museum van de wereld binnen te lopen! Het is ongelofelijk wat hier allemaal verzameld is. Uiteraard gingen we eerst het bekende dodenmasker van Tutankhamun bekijken (14e eeuw voor Christus). Verder zagen we o.a. veel graftombes, sarcofagen, Grieks-Romeinse mummies, dierenmummies, beelden, juwelen, gebruiksvoorwerpen en papyrus uit veel verschillende tijdsperiodes. Er zijn zoveel objecten, dat je hier dagenlang kunt rondkijken.

Rond het middaguur waren veel mensen buiten op matten aan het bidden. Ze hadden een beetje pech, want het ging net regenen. We hoorden zelfs een donderslag. We aten koshary, omdat de pizzeria gesloten was. Er stonden al veel gevulde bakjes klaar voor na het gebed.

Vannacht gaan we weer terug naar huis. Na vier weken avontuurlijk reizen verlangen we weer naar ons eigen bed. Hanneke heeft het steeds over stamppot andijvie en een patatje met pindasaus …

Ik ben de vele mensen die ons onderweg hielpen dankbaar.

Jan 122011
 

Met een comfortabele bus van East Delta Travel reisden we langs de Middellandse Zee kust naar Alexandrië (280 km / 3,5 uur). We staken een aantal grote meren over. Onderweg zagen we veel palmbomen en in de verte op zee een aantal boorplatforms.

Één van de vele oude Lada’s, die als taxi dienen, bracht ons behendig door het drukke verkeer manoeuvrerend naar het schone Triomphe hotel. Dit hotel is gevestigd op de vijfde verdieping van een groot, koloniaal gebouw. Met een ouderwetse lift konden we naar boven en naar beneden gaan. Vanaf het balkon kunnen we aan de zijkant de Middellandse Zee zien. Als er een oude, ijzeren tram krakend en piepend voorbij komt, kunnen we de trillingen ervan voelen.

Halverwege de middag liepen we langs de boulevard naar Bibliotheca Alexandrina. Bij ondergaande zon bekeken we het zeer imposante gebouw van alle zijden. De buitenkant is van grijs graniet, met inscripties in 120 verschillende schriften. Het moderne gebouw werd geopend in 2002 en kan acht miljoen boeken en 2500 lezers herbergen. Het is een mooie vervanging voor de grootste bibliotheek uit de oudheid, die oorspronkelijk werd gesticht door Ptolemy I in 283 voor Christus. De bibliotheek heette toen Mouseion, waar het woord museum vandaan komt. Wie en wanneer deze bibliotheek vernietigde is onduidelijk, maar waarschijnlijk is Julius Caesar één van de schuldigen.

De volgende dag bezochten we het kleine Alexandria National Museum, wat erg tegenviel. Misschien komt dat omdat we de afgelopen tijd al veel soortgelijke collecties gezien hebben.

Het was leuker om door Anfushi, de oude, sfeervolle Turkse wijk van Alexandrië, met zijn vervallen koloniale gebouwen, te lopen. Hier wonen de arme mensen, die je hartelijk welkom heten en je met elke vraag belangeloos helpen.

Alexandrië lijkt een beetje op een vervallen Parijs. Overal zoemen stinkende, geel/zwarte taxi’s om je heen, die geen gelegenheid onbenut laten om te vragen of je ergens heen wilt.

We ontbeten met een broodje falafel, dit keer met anijssmaak, en een broodje vers gebakken patat, dat lekkerder is dan je denkt. We kochten de broodjes op straat en we aten ze op in een ahwa (koffiehuis), zoals zoveel mensen doen.

Jan 102011
 

Eerst reisden we met een bus van East Delta Travel van Hurghada naar Suez (380 km / 5,5 uur met een half uur pauze). De bus reed flink door, ondanks de harde tegenwind en de hier en daar zanderige weg. Links zagen we de zon ondergaan in een mooi woestijnlandschap. Dichterbij Suez werd zware (chemische) industrie afgewisseld met ruim verlichte resorts. Soms stonk het flink naar zwaveldioxide.

Een mini-busje bracht ons laat in de avond naar het eenvoudige, niet al te schone Sina hotel, midden in Suez. De gemeenschappelijke douche was gelukkig wel warm. Meestal is er maar een kleine, roestige boiler, waarvan het warme water door meerdere gasten gedeeld moet worden. We aten nog een kleine koshary voor omgerekend ca. 25 cent per persoon en dronken een bakje thee met een stukje cake.

‘s-Ochtends bezochten we het einde van de Rode Zee en het begin (of einde) van het Suez-kanaal. Het licht was erg mooi en het water was heel blauw/groen, maar grote schepen zagen we helaas niet. De temperatuur is hier wat lager, 15-20 graden, en er is ook wat bewolking.

Na de lunch besloten we om de Sinaï niet te bezoeken. Er is te weinig tijd over om dit toch wat toeristische gebied op een rustige manier te bezoeken. In plaats daarvan gaan we het Suez-kanaal en de Middelandse Zee kust tot Alexandrië volgen. In dit gebied is meer vervoer en zijn de afstanden minder groot. Zo hebben we ook voldoende tijd om de piramiden bij Giza te bezoeken.

We reisden met een service-taxi, weer een heel oude Peugeot, naar Ismaïlia, ongeveer halverwege het kanaal. In deze stad leefde Ferdinand de Lesseps, directeur van de Suez Canal Company, tot de voltooiing van het kanaal in 1869. Het kostte tien jaar om het kanaal te maken. De tol voor het kanaal vormt de belangrijkste inkomstenbron voor Egypte. Somalische piraten in de golf van Aden zijn echter een bedreiging voor het scheepvaartverkeer.

Ook in deze stad moeten we weer heel goed op het verkeer letten. De auto’s slingeren alle kanten uit. Er wordt zowel links als rechts ingehaald, vaak rakelings langs elkaar heen. Het is ‘normaal’ om ‘s-avonds zonder licht te rijden. De stoep wordt voor van alles en nog wat gebruikt, dus daar kunnen we vaak niet lopen. Wel is het zo dat de automobilisten heel goed op voetgangers letten. Er wordt veel getoeterd om iedereen te waarschuwen. Grappig is dat vrouwen hier handsfree bellen door de mobiele telefoon onder hun hoofddoek te steken.

We slapen in Travellers hotel in een grote, goed doorleefde kamer met een oude, stoffige, houten vloer. Deze stad heeft een andere uitstraling door zijn koloniale verleden. Er zijn hier nog statige oude gebouwen.

We werden vroeg gewekt door de oproep van een nabij gelegen moskee en later door de kerkklokken van een Koptische kerk aan de overkant. Als ontbijt aten we zoals wel vaker een broodje falafel. In de ahwa (koffiehuis) onder het hotel dronken we een kopje koffie met een stukje cake, dat we de vorige avond kochten.

Met een taxi gingen we naar het Ismaïlia museum in het oosten van de stad. Er is een mooie, overzichtelijke collectie met voorwerpen uit de tijd van de farao’s, de Romeinen en de Grieken. Daarna liepen we langs de lange, ruime boulevard naast het zoetwaterkanaal terug. Het kanaal komt na een sluis uit in het Krokodillenmeer. We zagen een paar mooie kingfishers en een paar hops (vogel met kuif).

Aan het begin van de middag reisden we met een service-taxi naar Port Said aan het andere uiteinde van het kanaal (ca. 2 uur). Het was weer een oude, trouwe Peugeot. Hoeveel keer zou het zes-cijferige telwerk rondgegaan zijn? Het nostalgische gevoel werd verder versterkt, doordat de radio op een krakende middengolfzender stond afgestemd. De weg liep een poosje parallel aan het kanaal en we zagen een aantal grote schepen.

In Port Said sliepen we in een fijne kamer in een heerlijk schoon bed in het koloniale hotel de la Poste. Hier was de houten vloer een stuk mooier en schoner! Er was zelfs een serre met een tafel en stoelen.

Een paar honderd meter verderop is het Suez-kanaal prachtig zichtbaar. We zagen diverse grote schepen en een prachtige, oude vier-master. We voeren met de gratis ferry heen en weer naar Port Fuad aan de overzijde, een leuke ervaring!

Op deze route langs het kanaal hebben we geen enkele toerist gezien.

Jan 062011
 

Het busstation van Qena was op een heel andere plaats dan de reisgids aangaf. Eigenlijk is de reisgids hier slecht bruikbaar, omdat toerisme hier eigenlijk niet toegestaan is. Gelukkig zorgt dat er juist voor dat de mensen bijzonder aardig en behulpzaam zijn, vooral als ze merken dat je een paar woordjes Arabisch spreekt. Een taxi bracht ons naar het bijna buiten de stad gelegen busstation.

Ook hier moesten we geduld hebben. Het probleem was hier niet de prijs, maar meer dat de chauffeurs het niet aandurfden om ons mee te nemen. Ik liet mijn paspoort met het visum van Egypte zien, compleet met glimmend hologram en vette stempel. Het maakte wel indruk, maar het hielp niet. Op een gegeven moment kwam er een mini-busje vol met militairen aan. Ik ging er bewust bij staan. De chauffeur van dit busje had waarschijnlijk net goed verdiend. Er waren op dat moment verder geen passagiers voor Port Safaga. Na even aarzelen mochten we met de vriendelijke man mee terugrijden naar Port Safaga voor de gewone prijs. We hadden dus het busje voor ons zelf. Slechts twee sardientjes in een groot blik ;-)

Bij het verlaten van het Qena-district werden we bij een controlepost aangehouden. De chauffeur praatte eerst met de officier en daarna werd ik erbij gehaald. Ik groette alle mannen keurig in het Arabisch. De officier vroeg mij in vloeiend Engels, waar ik hem voor complimenteerde, of ik wist dat het ons niet toestaan was dat we hier reisden. Ik zei dat ik dat niet wist. Na nog een aantal vragen over hoe we daar gekomen waren en of we nog terug zouden komen, mochten we gelukkig door. We schudden handen en zeiden vriendelijk gedag tegen elkaar. De controlepost van het Rode Zee district wilde mij wel even zien, maar deed niet moeilijk.

We reden ongeveer 2,5 uur (ca. 175 km) met wisselende snelheden door een leeg, woest woestijnlandschap, met aan het einde oude, enigszins dreigende, zwarte bergen. Bijzonder mooi!

In Port Safaga vroeg ik de geen woord Engels sprekende chauffeur om ons af te zetten bij een eetgelegenheid. We aten lekkere foul met patat (dunne plakjes gebakken aardappel), gebakken, gelukkig niet te vette aubergine en sterke geitenkaas met pita-broodjes bij een uitzonderlijke combinatie van ahwa (koffiehuis) en restaurantje. In Egypte heeft elke zaak normaal gesproken slechts één functie. Als je koffie met baklava in een ahwa wilt gebruiken, dan moet je de baklava eerst ergens anders kopen en meebrengen.

We reisden verder naar Hurghada met een service-taxi (ca. een uur). In dit geval met een heel oude Peugeot 504 met ons voorin en nog zes andere mensen (twee kinderen) achterin op de banken. Langs de Rode Zee kust zagen we echt overal resorts. Veel zijn er niet afgebouwd, omdat de koralen hier inmiddels zwaar beschadigd zijn. Het is hier nog steeds lekker weer, zonnig en ruim boven de 20 graden, hoewel hier veel meer wind is dan landinwaarts. We hoorden dat het vorige week twee dagen geregend had, waarschijnlijk de enige twee dagen van het jaar.

We sliepen in het eenvoudige, maar niet slechte Happy Land hotel in de oude wijk ad-Dahar, waar we heel gastvrij ontvangen werden. We hebben een poosje gezellig op de gemeenschappelijke bank zitten praten. We ontmoetten daar ook een aardige 50-jarige Duitse man die blij was dat hij even Duits met ons kon spreken. Later spraken we in de souq nog met twee jonge Amsterdammers die in een resort verbleven. Ze vonden het “echte” Egyptische eten lekker. We zijn daar maar niet op ingegaan.

Hurghada is een aardig stadje om een dagje extra te blijven. Zo kunnen we ook meteen de was doen. In het eerste gedeelte van de souq zijn er veel toeristische winkeltjes, maar als je doorloopt wordt het authentieker. Een souq kan je je het beste voorstellen als een Oosterse straatmarkt met winkeltjes waar de waren ook buiten staan. Denk er ook ongelijke, stoffige straatjes en rondslingerend vuil bij. Naast kraampjes met kruiden, groenten en fruit, welke vaak alleen uit een kleedje bestaan, zijn er ook winkeltjes met kleinhuishoudelijke en luxere artikelen, zoals mobiele telefoons. Hier en daar kan je een broodje vlees, falafel of foul eten. De olie is vaak oud. Dit is iets waar we altijd goed op letten. Verder zijn er hier en daar ahwa’s (koffiehuisjes), waar voornamelijk thee wordt gedronken en shisha (waterpijp) wordt gerookt. Hierdoor zijn er veel mensen die enkele lelijke voortanden hebben of ze gewoon missen.

We hebben geprobeerd om langs de Rode Zee te lopen, maar die wordt vrijwel geheel aan het gezicht onttrokken door de vele resorts, die hier vooral populair bij de Russen zijn.

@Khaled en Jannie: bedankt voor het achterlaten van de dompelaar en de thee, we gebruiken hem vaak!

Jan 062011
 

We probeerden met een mini-busje van Edfu naar Qena te reizen, maar de chauffeur wilde ons niet meenemen, omdat dat niet door de politie is toegestaan. Gelukkig was het treinstation dichtbij het busstation. We moesten een poosje wachten op de weinig vertraagde trein. Daarom dronken we in een ahwa (koffiehuis) een bakje thee en koffie. Voor de hamam (WC) werden we doorverwezen naar het naastgelegen veldje, zo gaat dat hier.

Er was alleen een derde klasse, met gelukkig wel zachte stoelen en geen houten banken. Zo konden we meemaken hoe de gewone mensen reizen. In de trein werd van alles verkocht. Er liepen bijvoorbeeld twee jochies met een soort chocoladebroodjes rond en een man met een grote ketel heet? water voor thee. De deuren blijven onderweg gewoon geopend, zodat we leuke foto’s konden nemen en de sigarettenrook (gelukkig) weg kon. De treinen worden hier getrokken met een grote, grommende diesellocomotief. Het was zo vast comfortabeler reizen dan als sardientjes-in-blik met een mini-busje. Ook de prijs is gewoon de vastgestelde prijs, ca. 1 euro p.p. voor ca. 150 km / 3 uur.

Hoewel het al halverwege de middag was, konden we de Dendera-tempel nabij Qena natuurlijk niet overslaan. Een Engels sprekende meneer hielp ons met de taxi en verzekerde ons dat we in Qena konden slapen (volgens de reisgids is dat niet toegestaan). Als we problemen hadden, dan mochten we bellen.

De tempel is gewijd aan Hathor, de godin van de liefde, sensualiteit en beschermvrouwe van de muziek en dans. Hoewel we nu een paar tempels gezien hebben, blijven we ons verwonderen over de hoeveelheid en diversiteit van afbeeldingen en hiërogliefen. De buitenste hal wordt gedragen door 24 grote pilaren met aan vier zijden het hoofd van Hathor. Helaas zijn de meeste hoofden, net als veel afbeeldingen, in vroeger tijden moedwillig beschadigd. Opmerkelijk is dat het plafond versierd is met afbeeldingen van het komen en gaan van de zon en maan in vooral hemelsblauwe kleuren. De buitenste hal werd gebouwd door de Romeinse heerser Tiberius. De tempel is dan ook relatief jong.

Een bijzonderheid van deze tempel was dat we de crypte mochten zien. We moesten daarvoor een trapje af en even door een gangetje kruipen. Daarna konden we links en rechts door een opmerkelijk warme, goed verlichte gang lopen. De vele afbeeldingen waren bijzonder goed bewaard gebleven, sommige zelfs met kleuren.

Naast de tempel was nog een werkende bron en een ommuurd, heilig meer. Het meer was droog en begroeid met groepjes palmbomen, maar twee trappen in de muren leidden naar water. We verlieten als laatsten de tempel bij ondergaande zon. De electriciën bracht ons terug naar de stad. Hij vermijdde duidelijk contact met de politie.

El-Beit hotel was “vol”, daarom gingen we naar New Palace hotel, nabij het treinstation, wat eerst ook “vol” was. Blijven staan en zeggen dat we met elke kamer genoegen zouden nemen hielp. Hoewel de prijs ruim hoger was dan aangegeven, was het het beste hotel tot nog toe.

We hadden flinke honger, dus gingen we foul (bruine tuinbonen met o.a. knoflook) en ta’amiyya (falafel) eten. Heerlijk! Daarna dronken we nog thee in een ahwa en aten de even daarvoor gekochte, zeer goede baklava op. De mensen zijn in dit schone en beschaafde stadje bijzonder gastvrij.

In het hotel kregen we voor het eerst een ontbijt met foul. Een goede start van de dag! We hadden geld nodig en hoewel Qena geen kleine stad is, is er maar één geldautomaat. Nadat we duidelijk hadden gemaakt wat we wilden, kregen we van de politie toestemming (!) om het plein over te steken naar de bank. De automaat werkte, maar gaf een aantal briefjes van tweehonderd. Deze zijn hier nagenoeg onbruikbaar, want wisselgeld is hier een voortdurend probleem. Ik ging dus de bank binnen om de briefjes te wisselen. De receptie haalde onmiddelijk de vrouwelijke manager erbij. Zij gaf een bankmedewerker opdracht om buiten alle rijen om het geld meteen te wisselen. Dat is nog eens buitengewone service! Ik heb iedereen netjes bedankt en gedag gezegd.

Egypte telt zo’n 80 miljoen inwoners. De meeste hiervan leven op één van de oevers van de Nijl, waarvan zo’n 20 miljoen mensen in de metropool Caïro. De bevolkingsgroei is afgenomen naar 1,6%. Dit betekent nog steeds een groei van ongeveer één miljoen mensen elke negen maanden! De oevers van de Nijl verstedelijken dan ook in een hoog tempo.

Jan 042011
 

Met een mini-busje reisden we naar het wat minder bekende stadje Edfu. Eerst gingen we naar het busstation, 3,5 km ten Noorden van Aswan. De plaats waar de mini-busjes richting Edfu vertrekken, hadden we snel gevonden. We moesten wel wat geduld hebben om een zitplaats te krijgen voor een normale prijs. We lieten één mini-busje zonder ons vertrekken, zodat duidelijk was dat we niet het viervoudige van de normale prijs wilden betalen. Een aardige man, die in België gewoond had, kwam ons vertellen wat de normale prijs was, wat we overigens al wisten. Uiteindelijk mochten we voor een klein beetje meer, ‘voor de politie’, mee. Bij aankomst vertelde de chauffeur ons ook nog welk mini-busje we naar de stad moesten nemen. En de mensen in dat busje vertelden ons precies waar we moesten uitstappen. Transport van en naar het station is extreem goedkoop, zo’n vijf cent per persoon.

De sfeer was van het begin af aan goed en zo bleef het ook. Het eerste hotel dat we bekeken mag rustig door voor het slechtste hotel aller tijden. Volgens mij was het echt nog nooit schoongemaakt. Zelfs niet na de bouw, gezien de hoopjes zand die in de hoeken lagen. We slapen in het meest eenvoudige hotel tot nu toe, el-Medina hotel. De prijs werd door enig onderhandelen bijna gehalveerd. Een ontbijt regelen we zelf wel. De wat oudere eigenaar is in ieder geval slechthorend en misschien ook aan het dementeren. Gelukkig lopen er wat jonge mannen rond die de zaken in goede banen leiden.

Na een lekker broodje falafel, in Egypte ta’amiyya genoemd, bezochten we de prachtige Horus tempel. Eindelijk een plaats waar je op je gemak, zonder grote groepen om je heen, van de mooie afbeeldingen en wonderlijke hiëroglyfen kan genieten! Deze tempel is relatief jong en zeer goed bewaard gebleven. Tot tweehonderd jaar geleden was de tempel begraven onder het zand en was er zelfs een deel van Edfu bovenop gebouwd. Ptolemy III starte de bouw in 237 voor Christus en de tempel werd 180 jaar later afgemaakt door Ptolemy XII, de vader van Cleopatra VII. Op de hoge buitenmuren zijn twee reusachtige afbeeldingen van Ptolemy XII Neos Dionysos gekerfd, die zijn vijanden bij de haren vasthoudt voor Horus.

Bijzonder is het laboratorium waar wierook en parfums werden bereid. De recepten staan in de vorm van hiëroglyfen op de muren. Ook bijzonder is de Nilometer, een aflopende gang waar de stand van de Nijl afgelezen kon worden. Dit was belangrijk voor het bepalen van het juiste moment van de oogst.

De souq van het stadje is heel authentiek. Ik heb geen toerist gezien. Een kilo navelsinaasappels kost ‘gewoon’ twee pond (iets meer dan 25 cent). Er rijden hier tractors rond met ongelofelijk hoog geladen suikerriet. Een leuk gezicht! Als je wilt, kan je je hier, zoals in zoveel plaatsen in Egypte, laten vervoeren door een paard en wagen. Ik vind het niet leuk om de magere paarden zo hard te zien werken, dus wij maken er geen gebruik van.

We dronken thee in ‘onze’ vaste ahwa (koffiehuis), waar we gewoon een normale prijs zonder enige discussie betalen. Iedereen is nieuwsgierig naar ons, wat vaak leidt tot korte, gezellige gesprekjes. We aten dit keer weer eens een heerlijke warme koshary met limoen- en hete saus uit een metalen kommetje.

Jan 032011
 

De trein naar Aswan had slechts een vertraging van een uur. We reisden tweede klasse, omdat de eerste klasse vol was, wat goed te doen was. We vonden door de oplettendheid van Hanneke snel onze wagon en zitplaats. Uiteraard moesten we mensen wegsturen, maar dit leverde verder geen problemen op. Grappig was dat tussen de bagage door steeds een klein wit muisje liep. Na een aantal keren stoppen kwamen we 3,5 uur later in de stad aan (ca. 180 km).

We snelden naar het uitgezochte hotel, maar helaas was het vol. We namen een taxi naar een hotel in het zuidelijke deel van de stad, maar dat beviel ons niet. In de taxi zagen we Horus hotel, wat behalve een vreselijk slecht ontbijt redelijk was. De laatste nacht heb ik nog om de prijs zonder ontbijt gevraagd.

Toen we aankwamen was er een nieuwjaarsfeestje aan de gang. Dit kwam neer op muziek van slechte kwaliteit, een veel te dikke zangeres/buikdanseres, maar het is een goed excuus om de drank rijkelijk te laten vloeien. Zeg maar “Happy New Beer”. Een korte blik was dan ook voldoende om te besluiten dat het niets voor ons was. Het uitzicht op het dak was echter zeer de moeite waard door verlichte gebouwen en een verlichte berg, die weerspiegelden in de Nijl.

De eerste dag verkenden we het overzichtelijke stadje en de heel toeristische souq (markt). Het aantal “excuse me’s” is lager dan in Luxor, maar nog steeds hinderlijk. Wanneer je afdwaalt van de meest toeristische plekken merk je dat de mensen wat aardiger zijn en meer geïnteresseerd zijn in wie je bent en waar je vandaan komt. Niettemin blijft het moeilijk om een normale prijs voor een glas thee of een fles water te betalen, maar de aanhouder wint. Soms is het frustrerend om steeds voordat je gaat zitten te vragen wat het eten of drinken kost, maar helaas is dat gewoon noodzakelijk, als je tenminste niet het vijfvoudige van de normale prijs wilt betalen. De mensen zijn hier heel arm, dus ik gun ze best wat meer, maar alles binnen redelijkheid. De koshary van het aanbevolen Aly Baba restaurant viel helaas wat tegen.

De volgende dag voeren we met de ferry over naar het grotere Elephantine eiland. Ongeveer 3000 voor Christus werd er een fort om het eiland gebouwd om de ivoorhandel te beschermen, wat ervoor zorgde dat het een belangrijke handelspost werd.

Nu zijn er twee sfeervolle Nubische dorpjes, Siou en Koti. De waterleiding wordt momenteel aangelegd. Overal zijn er putten met kranen. De mensen leven hier nog in vrij primitieve omstandigheden.

Het Aswan museum was helaas gesloten voor onderhoud, hoewel we er voor konden kiezen om voor de volle prijs alleen de archeologische vindplaats te bekijken. We besloten terug te gaan naar Animalia, een klein, maar heel aardig privémuseum gevestigd in een typisch Nubisch huis, compleet met muurschilderingen, waarvan de betekenis keurig werd uitlegd door de vrouw van het huis. Het geld dat ze eraan verdienen gun je ze van harte, want het verlicht duidelijk hun armoede.

Op een andere plek werd ik overigens bijna wanhopig aan mijn arm naar binnengesleurd. Hoewel ik de redenen wel begrijp, stel ik dit toch niet op prijs, ook omdat het gewoon anders kan. De eigenaar van Baaba Dool, eveneens een open Nubisch huis, liet dat zien door ons vrijwel geheel met rust te laten.

Met een andere ferry voeren we terug naar de stad. Na een korte rust gingen we eten. Het duurdere restaurant wat we op het oog hadden, zijn we weer uitgelopen, omdat de bediening tot driemaal toe werd afgebroken voor belangrijkere zaken, zoals de telefoon. We aten heerlijke pizza, ook fijn omdat het weer eens wat anders was. We kregen de toerische Engelse kaart voorgeschoteld, maar ik heb gewoon de Arabische prijslijst gepakt, omdat ik die ook kan lezen. Hoewel dit een wat boze, teleurgestelde reactie opleverde, werd het toch gewoon geaccepteerd. Niet alleen was de keuze in soorten en maten veel groter, maar ook de prijzen waren de helft lager. Omdat ik de mensen best wat gun, heb ik een mooie baksheesh (fooi) gegeven.

Zuidelijker dan Aswan zullen we niet reizen. Het bekende Abu Simbel gaan we niet bezoeken, omdat het in stukken gezaagd is en verplaatst is, vanwege de aanleg van een hoge dam in de zestiger jaren. Hetzelfde geldt voor de Isis-tempel bij Philae. Bovendien is er toch al zo ontzettend veel te zien.

Jan 022011
 

Bahariya Post, 2 januari 2011

Onze jonge, naar wij dachten, talentvolle bakkerszoon, moet voorgoed van zijn toekomst op de minaret afzien. Hoofdinspecteur M.M. Mohammed heeft dit besloten daar het A.H. Ahmed niet is gelukt de blonde Nederlandse Ghanyika te bekeren tot het geloof. Wij hadden gehoopt dat dit de onopgeloste “de SIM-kaart” zaak nog zou verzachten. Helaas is dit niet het geval.

Ghanyika werd op haar reis naar Luxor 12x gezien bij controle’s. Het is gebleken dat ze vaak geen hoofddoek meer draagt. In Luxor liep ze met blote armen. Vergeet het maar met die meid.

Jhanna el Bahariya, de stem van het volk

Dec 312010
 

Van Dakhla Oase naar Luxor is er geen openbaar vervoer. Er is pas sinds twee jaar een asfaltweg dwars door de lege woestijn. Het kostte Khaled veel moeite om een privé-taxi te regelen. De gekozen taxi had overdag een aanrijding gehad en daarom had de chauffeur de benodigde vergunning niet voor één uur ‘s-middags kunnen regelen. Khaled ging aan het einde van de dag samen met de man naar de politie om dit alsnog buiten de normale procedure om te regelen, wat met enige overredingskracht lukte.

Kwart over zeven ‘s-ochtends gingen we in de nieuwe taxi weg. Er waren talloze controles. Bij eentje moest ‘de prijs van thee’ betaald worden om te passeren. Halverwege is er een grotere stad. Daar moesten we ons melden bij de politie, de toeristenpolitie én de geheime dienst. Als er plaats in de auto was geweest, zou er zelfs een agent voor de veiligheid met ons mee gegaan zijn. Om drie uur ‘s-middags kwamen we hongerig in Luxor aan, waar we eerst wat aten bij het goede en bekende el-Zaeem restaurant.

Het kostte relatief veel moeite om een hotel te vinden. We sliepen in het heel eenvoudige Fontana hotel op de oostelijke oever van de de Nijl.

De volgende dag liepen we door de kleurrijke souq en langs de oever van de Nijl weer terug. Onderweg werden we door muziek een gebouw ingelokt. We werden hartelijk ontvangen door een groep die aan het repeteren was. We werden voor de volgende dag uitgenodigd voor de generale repetitie met de Nubische dansers (uniek!). We dronken nog thee en Turkse koffie met een mooi uitzicht op de Luxor tempel.

De dag erna bezochten we vier bezienswaardigheden op de westelijke oever van de Nijl. We voeren over met de ferry van de staat. Khaled regelde een taxi voor de hele dag, die we steeds tien minuten voor we hem nodig hadden, moesten bellen.

Eerst bekeken we de Colossi van Memnon, twee gezichtsloze beelden van 18 meter hoog. Daarna bezochten we één van de best bewaarde tempels, Medinat Habu van Ramses III. Daarna bezochten we zeven van de vele graven van de nobelen (Nakht, Menna, Rekhmire, Sennefer, Ramose, Userhet en Khaemhet) en tenslotte drie indrukkende koningsgraven in de vallei van de koningen (Mereneptah, KV 8, Tuthmosis IV, KV 43, Ramses VI, KV 9). Dit is maar een fractie van wat er in deze omgeving te zien is, maar het geeft wel een goede indruk van de rijkdom van het oude Egypte.

Weer terug op de andere oever dronken we sahlab (fijne griesmeel met melk, suiker, kokos, hagelslag, rozijnen en pinda’s) en thee. Het was al snel tijd om afscheid van Khaled en Jannie te nemen. Zij wilden nog even douchen in het hotel en dan de trein van zeven uur naar Caïro halen. Ze gaan nog een tante bezoeken en gaan daarna rond de jaarwisseling naar huis. Wij zijn naar de generale repetitie van de Nubische dansers gegaan, die zeer de moeite waard was. Vrij uniek voor Egypte is dat er ook een aantal meisjes meedansten. De Sufi-dansvorm heet tanoora. De leraar/choreograaf was Ahmed Abd el Razik. We aten nog een klein bakje koshary, mmm.

De volgende twee dagen bezochten we de Luxor tempel, midden in de stad en het enorme Karnak (2 km2). Karnak is in 1500 jaar door diverse farao’s ge- en verbouwd en zou een plaats zijn geweest waar de goden op aarde leefden. Het is een woud van grote pilaren en heel veel tempels. Overal waar je kijkt, zijn symbolen en tekeningen. Karnak wordt beschouwd als hoogtepunt van elke Egypte-reis.

Dec 282010
 

De bus van Bahariya Oase naar Dakhla Oase (95.000 inwoners) was laat en deed er erg lang over, zo’n zeven i.p.v. de normale vijf uur (480 km). De man naast mij aan de overzijde van het gangpad had wat verkeerds gegeten of gedronken en moest overgeven. Dit deed hij middenin het gangpad. De conducteur liet boos de bus stoppen en verplichtte de man om de bus schoon te maken, want hij had moeten vragen om een stop.

In de avond van de eerste kerstdag kwamen we aan in de belangrijkste stad van de Oase, Mut. Omdat we hongerig waren en omdat we alle ‘gidsen’ kwijt wilden, gingen we eerst lekker eten. Bijzonder was dat we ook grote bladeren rucola (ghargheer) kregen. We sliepen in het uitstekende el-Negoom hotel.

Khaled en Jannie deden de volgende dag rustig aan en wij gingen met een minibusje naar al-Qasr (30 km). Dit is een mooi gelegen, vervallen middeleeuws, Ottomaans stadje met authentieke adobe huisjes. Veel huisjes zijn vervallen, maar sommigen worden nog bewoond, haast zoals 1000 jaar geleden. Opvallend was dat sommige deuren van het metaal van oude olievaten gemaakt waren. We kwamen langs een grote pottenbakkerij. Overal lagen potten en stonden houtgestookte klei-ovens. Een man gaf ons een kleine demonstratie en een andere man een kleine rondleiding.

Dec 282010
 

Met de metro gingen we naar de aan Caïro grenzende stad Giza om van daaruit de bus te nemen naar de westelijke Bahariya Oase. Dit was een goede keus, want later hoorden we van andere toeristen dat de bus er alleen al anderhalf uur over doet om Caïro uit te komen. Wij arriveerden na bijna 3,5 uur en 370 km aan het begin van de avond in Bawiti (ca. 35.000 inwoners).

De stad is een mengsel van oud een nieuw. Een splinternieuwe jeep met getinte ruiten kan hier een oud wagentje met een ezeltje ervoor passeren. Overdag is het hier heerlijk zonnig bij een temperatuur van 20-25 graden.

De zoon van de eigenaar van Desert Safari Home, Mohammed, was op zoek naar toeristen in de bus en hoorde ons de naam van het verblijf noemen. We moesten snel de bus uit, waardoor Khaled een zakje met zijn Nederlandse SIM-kaart vergat. Dit ontdekte hij de volgende dag, zodat we in het belhuis van de staat naar Nederland moesten bellen om de kaart te laten blokkeren. Dit is overigens de enige plaats in de Oase waar internationale telefoontjes gepleegd kunnen worden. Het politiebureau was vlakbij, dus deden we meteen aangifte, wat een heel gedoe was. Uiteindelijk gingen we met een handgeschreven aangifte weg, nadat Jannie en Hanneke het paspoort van Khaled hadden gebracht. Lees ook hier over deze zaak.

’s-Avonds zaten we bij het kampvuur en kregen we van de 42-jarige eigenaar, Badry Khozam, een niet alledaagse, pittige thee gemaakt van taugee-zaadjes. We grapten dat de thee hallucinerend zou werken, maar er waren geen (nadelige) effecten.

De volgende dag gingen we op safari. We bezochten eerst de zwarte woestijn, waar we één van de zwarte bergen (ca. 70 m) voor het mooie uitzicht beklommen. Het uitgestrekte landschap is hier bedekt met een laagje van stukjes zwart basalt van vulkanische oorsprong. Daarna gingen we naar de witte woestijn een flink stuk verderop. Dit is een grote woestijn zonder basalt. Er werd stoer met de Toyota Landcruiser gereden. Ook hier is het landschap heel bijzonder, vooral door de vreemd gevormde zandstenen rotsen, in de vorm van paddenstoelen, waar je ook een eend, een konijn of een zittend mannetje in kunt zien.

We sliepen in een primitief kamp, dat werd opgezet met de spullen die meegebracht waren in en bovenop de jeeps. De kou viel gelukkig mee, maar erg comfortabel was het uiteraard niet. Khaled zei de volgende morgen dan ook: Waarom doen jullie dit? Leuk was dat we een woestijnvos zagen, die afkwam op onze etensresten. Er waren veel sterren te zien, totdat de nog bijna volle maan al vroeg opkwam.

De volgende ochtend kregen we een eenvoudig ontbijt. Daarna bezochten we de kristalberg, die niet meer zo mooi is door de vele toeristen die ons in de loop van de jaren zijn voorgegaan. Onderweg werden de metalen borden en kommetjes gewassen in het water van een warmwaterbron. Het stromende water werd met een grote pomp opgepompt.

Op kerstavond aten we lekkere falafel en foul bij een eenvoudige winkeltje in het centrum van het stadje, omdat het eten in het hotel naar ons idee wat eentonig was. Later zette Jannie nog thee voor ons met een dompelaar.

Het mobiele internet werkt nu eindelijk. De klantenservice van Mobinil, die gelukkig ook wat Engels spreekt, heeft Engelse configuratieberichten laten sturen en daarna was het gelijk goed.

Dec 282010
 

Bahariya Post, 24 december 2010

De blonde vrouw uit het gezelschap, dat ons bekend is geworden door de “de SIM-kaart”, zien wij steeds vaker haar hoofd bedekken. Dit doet zij met een, waarschijnlijk, moderne Europese hoofddoek. Deze draagt ze op verschillende manieren. We denken dat ze nog twijfelt. Soms bedekt zij ook haar neus. Is zij radicaal of experimenteert zij nog?

Vanwege de feestdagen denken we dat de spanningen erg oplopen bij haar; zij zal nu moeten kiezen. Wat wordt haar definitieve dracht?

Onze bijzondere dank gaat uit naar A.H. Ahmed, de tweede zoon van de bakker, die steeds beter wordt in het reciteren op de minaret. Ghanyika blijkt een muzikaal gevoelige vrouw te zijn, die nu duidelijk steeds meer geïnspireerd raakt.

A.H. Ahmed is inmiddels benaderd door hoofdinspecteur M.M. Mohammed, want de “de SIM-kaart” is nog steeds niet gevonden. M.M. Mohammed heeft A.H. Ahmed de opdracht gegeven om deze zaak tot een goed einde te brengen.

Jhanna el Bahariya, de stem van het volk

Dec 222010
 

Bahariya Post, 22 december 2010

Gisteren om 18.05 uur is een gezelschap van vier personen in onze oase aangekomen! Het zijn drie Nederlanders, twee vrouwen en een man, de tweede man is geboren in Caïro. Ze werden uit de bus gehaald door de zoon van de hoteleigenaar, dhr. B.

Volgens de hoteleigenaar is tijdens de gesprekken gisterenavond bij het kampvuur gebleken dat K.H.K. geen echte Egyptenaar meer is, nadat hij 35 jaar in Nederland heeft gewoond. Zijn vrouw, de donkere Nederlandse, blijkt wel netjes te zijn, zo bemerkte hij. Aan het einde van de avond kregen zij de mogelijkheid van kamer te ruilen, waardoor ze in een tweepersoonsbed mochten slapen.

Vandaag heeft K.H.K. ZICH GEWEND TOT DE POLITIE. Samen met de Nederlander deed hij aangifte van de vermissing van de “de SIM-kaart”. Dit is iets wat Europeanen gebruiken. Het is een klein ding, wij van de Bahariya Post doen nog onderzoek naar wat het precies is en hoe we het kunnen herkennen. Deze “de SIM-kaart”  zou in de bus zijn achtergebleven of ontvreemd. Tijdens de aangifte bleven de vrouwen achter in het hotel, dit was om ze te beschermen, denken wij.

Hoofdinspecteur mr. M.M. Mohammed heeft zich met grote inzet gewijd aan deze zaak. Andere zaken werden gecanceld; nieuwe aangiften werden uitgesteld. Inspecteur  Mohammed heeft zelfs zijn lunchpauze gecanceld en contact opgenomen met de hulpdiensten. Uiteindelijk werd de hoteleigenaar gesommeerd met de vrouwen en paspoorten naar het politiebureau te komen. De vrouwen werden geëscorteerd en door een fors bewapende agent de aangifteruimte binnengebracht. Daar werden zij op de hoogte gesteld van de gang van zaken.

Morgen meer nieuws; wij houden deze zaak nauwlettend in de gaten. Wij rekenen op mr. M.M. Mohammed, die heeft beloofd deze zaak tot op de bodem uit te zoeken.

Jhanna el Bahariya, de stem van het volk

Dec 212010
 

Eerst gingen we het bijna verlopen Egyptische paspoort van Khaled verlengen. Het ging snel, nadat Khaled de situatie had uitgelegd, kostte het maar drie kwartier voor een verlenging van twee jaar. Omdat Khaled en Jannie getrouwd zijn, hoeven zij voor de toeristische attracties maar een fractie te betalen van wat wij betalen. Hanneke en Jannie liepen ondertussen wat rond, o.a. naar de Nijl.

Daarna liepen we samen door de lange Talaat Harb straat, die in een wat luxere buurt van het centrum ligt. We aten eerst falafel bij Felfela restaurant en daarna dronken we thee en Turkse koffie in het luxere café Riche.

De rest van de middag liepen we naar en door de straat al-Muski (Gawhar al-Qaid) met zijn vele winkeltjes. Onderweg kochten we SIM-kaarten van Mobinil, waarvan het internet helaas nog steeds niet werkt. We kwamen uit bij het parkachtige plein (Midan) al-Hussein, waar we de Sayyidna al-Hussein moskee en de grote torens van de al-Azhar moskee zagen. We dronken thee en een apart sapje (sahlab) bij Fishawi’s koffiehuis. We aten voor het eerst koshary, een mengsel van pasta, linzen, bruine rijst, saus en gebakken uitjes met naar keuze limoensap en/of sambal. Na nog wat gepraat te hebben, gingen we nog moe van de vorige korte nacht slapen.

De tweede dag hebben we zonder Khaled en Jannie het zeer levendige Caïro verkend. We namen eerst een taxi naar de al-Azhar moskee. We liepen door de kleine, bijna Middeleeuws aandoende, soms onverharde straatjes ten zuiden, ten noorden en ten westen van de moskee. Overal is wat te zien. Het is een paradijs voor fotografen.

Hoewel we best wel het één en ander hebben gezien in de loop van de tijd, is deze doorleefde stad niet te vergelijken met andere steden. Soms lijkt het qua staat en architectuur een beetje op Praag en soms lijkt het qua drukte en levendigheid wel een beetje op een Indiase stad. Caïro (20 miljoen inwoners!) wordt niet voor niets de moeder van de wereld (Umm ad-Dunya) genoemd. In ieder geval is het een zeer boeiende (en vermoeiende) stad.

Per buurt is er een specialiteit, bijvoorbeeld houten kistjes maken of metalen borden maken. Als je kleding wilt kopen kun je letterlijk de hele dag door de textielbuurt dwalen met onafgebroken kleine winkeltjes in smalle steegjes. “Shop ’til you drop” krijgt hier een hele nieuwe dimensie!

De bagage van Khaled en Jannie is gelukkig terecht. Vandaag reizen we met een bus naar Bahariya Oase.

Dec 212010
 

Ondanks het winterse weer gingen we vol goede moed op weg naar Schiphol. De treinen reden en ons vliegtuig zou volgens schema vertrekken. In Dordrecht hadden we met Jannie op het station afgesproken en in Den Haag stapte Khaled zoals afgesproken in dezelfde trein.

Maar helaas, op Schiphol bleek onze vlucht geannuleerd te zijn, net als vrijwel alle andere vluchten. Bij de incheck-balie werd ons telefoonnummer opgeschreven en we zouden ‘s-avonds gebeld worden voor een vlucht op de volgende dag. Erg jammer, maar het grootste probleem was dat de treinen vanwege de sneeuw gestopt waren met rijden. Dus hebben we een poos gewacht en wat gegeten. Bij de balie van Turkish Airlines werd na een tijd wachten onze vlucht omgeboekt naar de volgende ochtend. Een hotel wilden ze helaas niet voor ons regelen.

Leo, die ik al zo’n 30 jaar ken en met wie ik ook gestudeerd heb, hielp per telefoon met het regelen van een taxi. We sliepen in de Stayokay in Den Haag en Jannie sliep bij Khaled thuis, vlakbij de voormalige jeugdherberg en NS-station HS.

‘s-Ochtends vroeg namen we weer een trein naar Schiphol. Hoewel we ruim op tijd waren, was er al een lange rij voor de incheck-balie. Niettemin werden we uiteindelijk ingecheckt. Bij de gate kregen op een gegeven moment te horen dat de vlucht naar Istanbul wegens weersomstandigheden daar voor onbepaalde tijd werd uitgesteld. Gelukkig viel het uitstel mee, want na een poosje wachten, mochten we toch het vliegtuig in. Het duurde nog wel even voor we uiteindelijk weggingen.

Na ca. drie uur vliegen kwamen we in Istanbul aan. Door alle vertragingen hadden we onze aansluitende vlucht gemist, maar we konden laat in de avond toch doorvliegen naar Caïro. Na enig aandringen mochten we in de grote THY business lounge eten en onze tijd doorbrengen, zodat het wachten een heel stuk prettiger werd.

De vlucht naar Caïro vertrok netjes op tijd. Helaas was de bagage van Khaled en Jannie niet meegekomen. Khaled regelde diep in de nacht een taxi naar de stad en zocht een hotel voor ons uit. Ongeveer om vijf uur in de morgen gingen we moe nog wat uurtjes slapen in Sun hotel (10e verdieping).

Dec 072010
 

Vlag van EgypteAlweer over 10 dagen vliegen we met onze vrienden Khaled en Jannie via Istanbul naar Caïro, de hoofdstad van Egypte. Khaled, mijn ex-leraar Arabisch, zelf afkomstig uit Egypte, en zijn vrouw Jannie gaan na twee weken, op nieuwjaarsdag, weer terug naar Nederland. Wij blijven dan nog twee weken om dit bijzonder interessante land verder te verkennen. We nemen weer zo weinig mogelijk mee en dat geldt ook voor verwachtingen.

Vluchtschema

17/12/2010 Amsterdam (AMS) 17:35 Istanbul Ataturk (IST) 22:05 TK1954
17/12/2010 Istanbul Ataturk (IST) 23:50 Cairo (CAI) 02:05 TK0692
15/01/2011 Cairo (CAI) 03:50 Istanbul Ataturk (IST) 06:15 TK0693
15/01/2011 Istanboel Ataturk (IST) 07:55 Amsterdam (AMS) 10:40 TK1951