Onze route
Helaas is een deel van de track verloren gegaan.
Vandaag bezochten we het museum van nationale kunst. Er is een mooie, niet te grote, collectie schilderijen van Bulgaarse kunstenaars van begin vorige eeuw, die zeker de moeite waard is.
Ook bezochten we de Hali markthal (Хали) uit 1911, vlakbij de Banya Bashi moskee. We kochten er flessen regionale wijn en hadden er onze lunch.
Verder hebben wat rondgelopen en zijn we naar de kapper geweest. We dronken nog een espresso en thee en deelden een overheerlijke Kadaief (Кадаиф), een soort harige baklava.
Op de ‘Ladies’ markt kochten we tenslotte nog een paar aardewerk schaaltjes als aandenken.
Morgen gaan we weer terug naar Nederland, waar het nu warmer is dan hier (bijna 20° i.pv. 10°).
Gisteren zijn we weer teruggekeerd naar Sofia (София). We overnachtten deze keer in het modernere en schonere hostel Lavele. Het weer is iets beter, hoewel het kouder is dan waar we op hadden gehoopt.
Vandaag bezochten we de hoger gelegen buitenwijk Boyana (Бояна), ongeveer 8 km van het centrum. Allereerst bezichtigden we het kerkje, dat op de werelderfgoedlijst staat. Er zijn 90 goed bewaarde fresco’s uit 1259, die als zeldzame voorbeelden van de Bulgaarse kunst uit die tijd worden gezien. Er is o.a. een afbeelding van bisschop Sint Nicolaas. Voor een afbeelding van Jezus is waarschijnlijk een Bulgaars jongetje als voorbeeld gebruikt. Er mogen maximaal acht mensen tegelijk voor 10 minuten naar binnen om de fresco’s zo goed mogelijk te behouden. Wij kregen echter een uitgebreide uitleg van een aardige mevrouw, die veel langer dan 10 minuten duurde.
Daarna brachten we een bezoek aan het nationaal historisch museum, dat gevestigd is in het voormalige, presidentiële paleis, een imposant gebouw. Van de 22.000 tentoongestelde stukken vond ik het complete graf van een Thraciër uit 5000 voor Christus en een met stukjes beenderen ingelegde, koninklijke deur uit 1621 het mooist.
Met drie boemeltreintjes, waarvan de laatste door een reeks van korte en een paar lange tunnels ging, en een minibusje bereikten we Koprivshtitsa (Копривщица) op ca. 1000 meter hoogte. Van een aardige mevrouw kregen we spontaan een mooie rode granaatappel met nog een takje groene bladeren er aan. In de trein was het fris, in de winter zal het flink koud zijn.
Helaas is het mistroostig regenachtig weer geworden. Als het hier regent, regent het de hele dag aan één stuk door. Het charmante dorpje, waarvan het uitspreken van de naam enige oefening vergt, verkenden we dan ook samen onder een paraplu. Overal komt er rook uit de schoorstenen en ruik je de geur van houtvuur. Er zijn hier heel veel opgeknapte 19e eeuwse huisjes gebaseerd op gestapelde stenen muren met daarop donker houtwerk. Op het eveneens houten dak liggen rode, onregelmatig gebakken, kleine dakpannen. Bij een standbeeld van een dichter vonden we de kleinste geocache tot nog toe. In Bulgarije zijn er veel standbeelden, vrijwel altijd van mensen die wij niet kennen.
In de stad Sliven (сливен) overnachtten we in hotel Toma. Dit bescheiden hotel is een smaakvol gerestaureerd authentiek 18e eeuws huis met slechts zes kamers. In dit huis is een aantal beroemde mensen geboren en opgegroeid, waaronder een minister. We sliepen in een heel ruime kamer (nummer 4) met een mooie houten vloer bedekt met kleden. Het plafond wordt gevormd door een prachtig houtsnijwerk. Apart is dat één van de kasten uitkomt in een hydromassage-douche.
In een pâtisserie hadden we onder het genot van koffie, thee en wat Griekse zoetigheden een goed gesprek met de Griekse eigenaar, onder andere over zijn thuisland en de economische crisis.
Draadloos internet is vrijwel overal waar toeristen komen gratis beschikbaar, zelfs in de kleinste plaatsjes. Soms is het netwerk publiekelijk toegankelijk en soms moet je even naar het wachtwoord vragen. Alle weblogjes tot nu toe heb ik geschreven op mijn smartphone. Geselecteerde foto’s ga ik later toevoegen.
Via Kotel (Котел) en Burgas (Бургас) reisden we zo’n 150 km met drie minibusjes in ruim drie uur naar het mooie stadje Sozopol (Созопол) aan de Zwarte Zee kust. We overnachtten in een prachtige kamer met 180 graden zicht op de zee. Het bekende, heel toeristische, on-Bulgaarse Sunny Beach kunnen we in de verte zien. Grote meeuwen en af en toe een Aalscholver vliegen op korte afstand voorbij. Enige tientallen meters lager breken de golven op de grote rotsen. De zonsopgang konden we vanuit het bed zien. Hoewel het al begin oktober is, is de temperatuur hier overdag nog goed (15-20 graden). We hebben heerlijk op ons gemak op het balkon ontbeten.
Sozopol is vrij toeristisch, zoals vrijwel de gehele Zwarte Zee kust, maar het seizoen is voorbij en de mensen zijn nu bezig met het repareren van hun boten of met het hakken en zagen van hout. Het stadje ligt veilig op een rotsachtig schiereiland en werd al in 611 voor Christus gesticht door Griekse kolonisten, die het Apollonia Pontica noemden, naar hun god Apollo. Voor die tijd werd het al bewoond door de Thraciërs. Het stadje is verschillende keren veroverd, vervallen en verlaten en kreeg zijn huidige naam van de Byzantijnen. Pas in de negentiger jaren kwam het toerisme langzaam op gang. Er zijn nog veel beschermde, oude houten huizen, die gebouwd zijn op een gestapelde stenen fundering.
De Zwarte Zee dankt zijn naam niet aan de kleur, die wel enigszins grijs is, maar aan de vele scheepsrampen die hebben plaatsgevonden op het soms onstuimige water. Uit de Middellandse Zee wordt zout water aangevoerd, dat de onderste laag van de zee vormt; de bovenste laag is zoet water dat wordt aangevoerd door rivieren. De onderste laag is dood, maar in de bovenste laag leven veel dieren. In het kleine haventje kregen we van een visser twee gedroogde zeepaardjes (hippocampus). Dit zijn bijzondere, monogame diertjes, waarvan het mannetje zwanger wordt.
We dronken voor het eerst Mastika (Мастика), een brandy met anijs, die lijkt op ouzo. Brandy is net als wijn lekker en goedkoop, omdat het lokaal wordt gemaakt. Een heerlijk traditioneel gerecht is kaas op Shopski-stijl (Сиренe по шопски): schapenkaas, ei, tomaat, (paddestoelen), oregano en een verse groene peper, klaargemaakt in een versierde aardewerken pot uit de oven.
Met het minibusje dat twee maal per dag vanuit Kotel (Котел) langs de dorpjes in de omgeving gaat, gingen we naar Medven (медьен). Hier leven de mensen nog gedeeltelijk een traditioneel leven.
Onderweg naar het mooi gelegen watervalletje en natuurlijke zwembadje Siniya Vir (Синия Ьир) kwamen we een man tegen die walnoten aan het verzamelen was. Zelf vonden we er ook nog een paar. Het was te koud om te zwemmen, maar het was wel fijn om even op de rotsen te zitten. We genieten nog even van de rust en schone lucht, die morgen in de grote stad Burgas (Бургас) waarschijnlijk moeilijk te vinden zal zijn.
Hanneke at tussen de middag Panagiurski eieren (Яйца по панагюрски) spiegeleieren in yoghurt met knoflook en kruiden. Bij het eten kregen we Parlenka (Пърленка), een plat, ovaal, gegrild brood met kruiden.
Het blijft moeilijk om op de juiste manier ja (een soort zwaaiend nee-knik) en nee (onze ja-knik) te knikken. Gelukkig weten de mensen meestal wel wat we bedoelen. Ze zullen ook wel eens een buitenlandse film hebben gezien.
In twee uur reisden we met een minibusje naar de wat grotere stad Sliven (Сливен) en na een lekkere espresso op het busstation reisden we met een ander minibusje door naar het pittoteske bergstadje Kotel (Котел; ca. 500 m). We slapen bij een familie met de naam Konstanse in een groot huis dat gedeeltelijk met hout is gemaakt. Met een paar woordjes Bulgaars en met handen en voeten hebben we duidelijk gemaakt wat we wilden. Veel buitenlandse toeristen komen hier niet, dus veel Engels wordt hier niet gesproken.
Kotel is een heel fotogeniek stadje, waar veel te zien is, als je goed om je heen kijkt, maar echt bijzondere bezienswaardigheden zijn er niet. De bewoners zijn vriendelijk, hoewel ze jou niet zomaar zullen aanspreken. Ze zijn bezig met de voorbereidingen voor de winter. Het hout voor de kachel wordt kleingemaakt en opgeslagen. Als de zon niet schijnt, is het hier fris. Vooral aan de rand van het stadje zijn er moestuinen en worden er kippen en geiten gehouden. Hier een daar staat een soms wat mager paard dat wordt gebruikt voor een wagentje met als onderstel de assen en wielen van oude auto’s. We aten wat walnoten die kort geleden uit de boom waren gevallen. Er zijn hier nog verrassend veel bloemen en we zagen weer een mooie pijlstaartvlinder.
We vonden hier we weer een een geocache. Leuk was dat we de eerste vinders waren!
Over de Shipka pas (Шипченски проход; 1306 m) bereikten we via een goed onderhouden, bochtige weg het busstation van de voormalige hoofdstad Veliko Tarnovo (Велико Търново). Met een stadsbus gingen we door naar het centrum. We overnachtten in het nette, gastvrije hostel Phoenix van Nick en Cathy, die sinds 2005 in Bulgarije wonen.
Veliko Tarnovo ligt in een smalle, diepe vallei die door de bochtige Yantra rivier is uitgesleten. ‘s-middags bezochten we de grote citadel, Tsarevets (Царевец), bovenop een goed verdedigbare rots. Het is helaas niet op authentieke wijze gerestaureerd onder het Sovjet-bewind. De kerk helemaal op de top is vrij nieuw en de afbeeldingen zijn meer moderne kunst, waar ik niet zo van hou. De eerste forten werden tussen de 5e en 7e eeuw na Christus door de Romeinen gebouwd. De eerste bewoners leefden hier al in de neolitische tijd, ca. 7500 jaar geleden. In de citadel vonden we weer een geocache
De volgende dag wandelden we over een smal pad met veel hoogteverschillen en met heel afwisselende vegetatie naar het Preobrazhenski klooster (Преображенски манастир). Dit klooster werd oorspronkelijk in 1360 gebouwd en is het vierde grootste van Bulgarije, al zou je dat niet zeggen. We mochten vrij rondlopen en zelfs foto’s maken. Aan de buitenkant van de kerk wordt een mooi levenswiel afgebeeld. Sommige van de fresco’s zijn van rond 1850. Een vrouw was bezig met nieuwe beschilderingen. Voor de ingang vonden we weer een geocache. Na het eten van een boterham daalden we af door een heerlijk geurend dennenbos, richting het plaatsje Samovodene. De herfstkleuren worden hier nu ook langzaam zichtbaar. Langs het pad bloeien er op wat donkerdere plaatsen roze bloemen die wel wat lijken op kleine cyclamen. Bij de weg aten we wat en daarna namen we de stadsbus terug naar Varosha, de wijk waar we overnachtten.
De derde dag in Veliko Tarnovo regende het helaas, daarom hebben niet zoveel ondernomen. We bezochten het mooi gelegen monument van Asens (Паметник на Асеневци) en de armere Turkse wijk een stuk verderop. Hoewel de Turken een significant deel van de bevolking uitmaken (9%), kijken de Bulgaren op hen neer, net als op de Roma-zigeuners (4,5%). Dit komt door de geweldadige Ottomaanse overheersing, ondanks dat dat al vrij lang geleden is.
De busreis terug naar het laag gelegen Plovdiv was zeker een uur sneller dan de reis heen. Naar het oostenlijker gelegen Karlovo (Карлово) was het maar een uurtje met de bus. Omdat we daar enkele uren moesten wachten op de trein naar Kazanlak (Казанлъ̀к), namen we een taxi naar het rustige centrum om op ons gemak wat te eten en drinken.
De trein bestond uit twee oude wagons en een elektrische locomotief. Er werd een keer of tien heel kort gestopt op hele kleine stationnetjes en er werd een paar keer gewacht op aansluitende treinen. Hier worden nog mensen i.p.v. tijden vervoerd … De reis ging door ogenschijnlijk onaangeroerde bossen en later door uitgestrekte landbouwgebieden. Aan de horizon waren bergen, hier en daar gedeeltelijk gehuld in donkere wolken. De beroemde Rozenvallei was nabij, maar was niet zichtbaar vanuit de trein. In deze streek wordt ruim 80% van alle rozenolie van de wereld geproduceerd
Tegen het einde van de reis stapte een groepje Roma (zigeuners) in met zwarte handen van het plukken van walnoten. Het leek erop dat ze problemen hadden met het betalen van het weinige geld voor de trein. Bij het uitstappen kregen we een paar handen vol met walnoten. Onopvallend gaven we één van de vrouwen wat leva’s (лева), die ze blij accepteerde. Zonder dat zij bedelden en zonder dat wij ze beledigden, konden we ze zo toch een beetje helpen.
De volgende ochtend regende het, maar gelukkig klaarde het tegen de middag op. We zochten en vonden een goed verborgen geocache, nabij een bijzondere graftombe, waar in de vierde eeuw voor Christus een Thracische koning begraven werd. De graftombe werd tegen het einde van de 2e wereldoorlog bij toeval ontdekt toen men aan het graven was voor een schuilkelder. De belvomige tombe met een diameter van 12 meter was afgedekt met een sleutelsteen en staat op de werelderfgoedlijst.
Over een bochtige weg reisden we met de bus in ca. 3 uur van Plovdiv naar het in het Rodopi-gebergte gelegen dorpje Smolyan (Смолян; 1000 m). De temperatuur was daar wat lager en heel aangenaam (zo’n 20 graden). We sliepen in het goed bekend staande Three Fir Trees house. De vrouwelijke eigenaar, Milena, is reisleidster geweest en sprak aardig Duits en wat Engels. Het ontbijt was overdadig goed! Banitsas (Баница; Balkan pasteitjes van bladerdeeg), pannekoekjes, twee soorten taart, eieren, ham, kaas, feta, tomaatjes, tapenade, geroosterd brood, muesli, yoghurt, druiven; alles keurig gepresenteerd.
Overdag wandelden we door het nabij gelegen watervallen-ravijn (ca. 7 km heen) met vele kleine en grote kletterende watervalletjes in een prachtig bosachtig gebied met veel geurige dennen. Het beekje zijn we vele keren via kleine, houten bruggetjes overgestoken. Het pad is onderdeel van een wandeltocht van twee weken via allerlei bergdorpjes naar de Griekse grens, waarvoor ik misschien nog wel eens beter voorbereid terugkom. Terug naar het stadje kwamen we langs lelijke, verlaten industrieterreinen en -gebouwen, waarschijnlijk uit de Sovjet-tijd. Zelfs in kleine stadjes zijn er in die tijd lelijke, grijze betonnen flats gebouwd, waar nu vaak stukken beton door de betonrot vanaf brokkelen. Toch heeft die lelijkheid een bepaalde charme die Bulgarije maakt zoals het nu is. Je kan hier een stapel hout voor de kachel in de winter onder een airco voor de zomer tegenkomen.
De volgende, wat bewolkte dag huurden we een oude, benzine-slurpende Peugeot om de met het openbaar vervoer moeilijk bereikbare omgeving te verkennen. Ons eerste bezoek was aan een grot bij het plaatsje Yagodina. Om daar te komen moesten we een kilometers lange, smalle, weg volgen door een hoog en smal ravijn langs een riviertje. De grot was bijzonder mooi, anders dan ik tot nog toe gezien heb, al was het alleen maar vanwege de unieke “parels” die in een paar honderd jaar gevormd worden door marmer dat zich afzet rond een zandkorrel. Verder waren er veel verschillende formaties, zoals dendrieten (korreltjes die aan de muren groeien) en luipaardhuid (een een soort kuiltjes). Het is de langste grot van het Rodopi-gebergte en de diepste van Bulgarije.
Een klein stukje verderop bezochten we ook een wat kleinere grot die 6000 jaar geleden al bewoond werd door kleine groepjes mensen. Er waren potscherven, botjes, schelpen, vuurstenen, vuurplaatsen, etc. van zo’n 800 jaar oud, die een goed beeld gaven van in welke omstandigheden de mensen toen leefden.
Na een heerlijke lunch (bonensoep, forel en zelfgemaakte patat) bezochten we een grotere grot, genaamd Devils’ Throat (Пещерата Дяволското гърло), met binnenin een hoge (45m), bulderende waterval in de buurt van het plaatsje Trigrad. We moesten een steile trap bestaande uit zo’n 300 treden beklimmen om naar de andere uitgang te komen.
Het warme mineraalbad bij het plaatsje Devin (Девин) was helaas leeg en gesloten. Dat was niet zo erg, want het was toch al laat geworden. Bovendien was de slechte weg er naartoe op zich al de moeite waard. De Romeinse boogbruggen in Shiroka Luka (Широка лъка) waren in onze ogen niet zo heel bijzonder. Nog voor het donker waren we weer terug in Smolyan. Gezien de slechte staat van de wegen was dat ook het beste. Bij elkaar was het een heel leuke dag!
Helaas was er ‘s-ochtends geen bus vanuit Melnik terug naar het noorden. Gelukkig konden we na een vroege lunch met iemand meerijden naar Sandanski (Сандански), waar we al snel weer met de bus verder konden naar Blagoëvgrad. Direct doorreizen naar Plovdiv ging niet, want we waren te laat voor de middagbus (14:30). We sliepen daarom in het schone en ruime hotel Korona (хотел Корона).
Blagoëvgrad is een gezellige, niet te drukke studentenstad aan de Bistrica rivier. Overigens gebeurde in 2000 één van de grootste milieurampen van Europa. Een dam bij een goudmijn in Roemenië bij het plaatsje Baia Mare brak, waardoor 100.000 m² met cyanide vervuild water in de Tisa en Danube (Donau) stroomde, waarvan het water in veel rivieren van Roemenië, Hongarije, Bulgarije, Oekraïne en Servië kwam en veel vissen en vogels doodde. In Nederland is het vast een klein, onbetekenend nieuwtje geweest; het gooien van een waxinelichthouder naar de Gouden Koets is veel belangrijker …
De volgende ochtend vroeg (6:20) reisden we met een bus naar Plovdiv (Пловдив; ca. 4 uur). Hoewel de reisgids heel enthousiast is over deze tweede grote stad van Bulgarije, zijn wij dat niet zo. Het Romeinse amphitheater zou geweldig moeten zijn; wij vinden dat de auteur van de reisgids maar eens naar Tunesië moet gaan. We hebben overnacht in het 4-sterren Noviz hotel. We gaan zo lekker de sauna in …
Het eten in Bulgarije is smaakvol, goedkoop en vrijwel altijd met losse, natuurlijke ingredienten bereid. Vaak eten we twee of drie keer per dag warm. Voor het ontbijt meestal warme blader- of filodeeg met kaas of soms een pannekoek met honing en walnoten. Voor zowel het middag- als avondeten bestellen we meestal een Shopska salade (шопска салата; tomaat, komkommer, paprika, wat gesnipperde ui en een ruime hoeveelheid zachte, witte, gemalen schapenkaas) en bijvoorbeeld bonensoep, zelf gemaakte patat, ommelet, forel of köfte (кюфте; gehaktballetjes). Als nagerecht is dikke yoghurt met honing erg lekker. Een andere mogelijkheid is de zoete, met honing gemaakte baklava. Vaak drinken we een verfrissende ayran (gezoute, verdunde yoghurt) of, in wijnstreken, een lokale wijn. Het eten wordt meestal geserveerd op handbeschilderde aardewerk borden.
Aardig om te weten is dat in Bulgarije de yoghurt is uitgevonden. De benodigde bacterie heet niet voor niets Lactobacillus bulgaricus. Verder werd hier misschien wel de eerste wijn in Europa gemaakt.
Weer via Blagoëvgrad (Благоевград) en het zuidelijker gelegen Sandanski (Сандански) reisden we naar het gezellige dorpje Melnik (Мелник; ca. 350 m), ongeveer 15 km van de Griekse grens. Het dorpje is bekend om zijn wijnproeverijen.
Het is vandaag warm, zeker 30 graden. We hadden dan ook geen haast met het doen van wat kleine inkopen in een koele supermarkt … we moesten toch op de bus wachten.
In Melnik overnachtten we in een klein, maar mooi kamertje van een oud, maar levendig vrouwtje. Overal hangen rode en groene druiven. Het ruikt naar wijn, want een gedeelte van de druiven is inmiddels aan het gisten, doordat de insecten eraan gezeten hebben.
De volgende dag volgden we na het ontbijt een droge rivierbedding en later een smal, stenig pad dat omhoog klom langs een steile rotswand. Na nog een klein, wat gemakkelijker stuk omlaag kwamen we aan bij het Rozhen klooster (Роженски манастир; ca. 580 m).
In het klooster werd net een kind gedoopt. Na wat geprevel werd het kind eerst met een bijbel met een gouden omslag aangeraakt en daarna met een bloem die was gedoopt in gewijd water. De bloem werd overhandigd aan de wat zenuwachtig om zich heen kijkende moeder, die het onrustige kind veel te hard wiegde. Tenslotte werden een stuk of vijf haartjes een voor een afgeknipt en in het gewijde water gegooid.
Helaas misten we de bus terug, zodat we na de lunch langs een geasfalteerde weg terug naar beneden moesten lopen (ca. 7 km). Onderweg dronken we natuurlijk bronwater in een gehucht. Liften is overigens officieel verboden in Bulgarije.
Bij terugkomst was het kleine wasje, dat we ‘s-ochtends met water en zeep deden en opgehangen hadden op een geïmproviseerde waslijn, kurkdroog.
Met de bus reisden we via Dupnitsa (Дупница), Blagoëvgrad (Благоевград) en Rila (Рила) langs het Rilska riviertje naar het tussen de beboste bergen in een grote kloof gelegen Rila klooster (Рилски Манастир; 1147 m). Het klooster, gesticht in 927 en voor het laatst na een brand herbouwd van 1834-1837, is de belangrijkste bedevaartplaats van Bulgarije. Zowel de buiten- als de binnenkant zijn rijkelijk versierd met kleurrijke, religieuze fresco’s van heiligen en engelen, maar ook de hel.
We mochten slapen in een eenvoudige, maar authentieke kamer binnen de kloostermuren, op de 2e van de drie krakende, houten verdiepingen. Er waren zeker 100 kamers voor pelgrims.
‘s-Ochtends vroeg woonden we om half zeven het begin van een dienst bij. De iconen van de heiligen werden na het slaan van een kruis gekust en de olielampjes voor de schilderijen van de heiligen werden bijgevuld en aangestoken. Er werd langdurig monotoon gepreveld en soms een beetje gezongen. Ook werd er wierook geslingerd. Een oud vrouwtje was op een nonchalante manier bezig om de kaarsjes van de gelovigen te doven en op te ruimen. Aan ons werd verder geen aandacht besteed.
Vroeg in de koude ochtend namen we de bus terug naar het lager gelegen Rila stadje, waar we in de heerlijk warme zon op zachte, rode banken ontbeten. De espresso is hier heel goed! We hebben er dan ook de tijd voor genomen.
De Bulgaren zijn voornamelijk orthodox-christelijk (>80%), hoewel maar een klein gedeelte regelmatig naar de kerk gaat. Wij bezochten in Sofia de imposante Aleksander Nevski (Алекса́ндр Не́вский) kerk. Het is een groot gebouw met veel bogen en grote gouden koepels in neo-Byzantijnse stijl. We bezochten ook de crypte waar de mooiste iconen van Bulgarije te zien zijn, hoewel ik de zilveren bijbel van het Rila klooster het mooist vond.

Gisteren zijn we naar het in de Buyuk Djami (grote moskee) gevestigde archeologische museum geweest. Wat mij betreft is het een van de mooiste en interessantste musea die ik tot nog toe heb gezien. Het is ook een ideale manier om iets over het land te leren. Bulgarije kan wel eens de eerste plaats in Europa zijn geweest met permanente bewoning (6000 v.C.). De eerste mensen waren er zelfs al 40.000 v.C. In het museum was er o.a. een grote collectie bijl- en speerpunten van deze neolitische periode. De benedenverdieping was hoofdzakelijk gevuld met overblijfselen uit de Thracische en Griekse tijd, zoals inscripties en beelden. Het leukst vond ik die van Hero de paardenman en Epona. Op de bovenverdieping werden veel fresco’s en iconen tentoongesteld. Heel trots is Bulgarije op het door hen uitgevonden Cyrillische schrift. Er was een heel mooi en oud perkamenten boek, zo eentje die je in sprookjes tegenkomt. In een paar aparte zalen werden de juwelen e.d. tentoongesteld. Het hoogtepunt, in de bovenste zaal, was het bladgouden dodenmasker van een Thracische koning uit de 4e eeuw voor Christus.
Sofia is een rustige, authentieke hoofdstad. Hoewel Bulgarije een relatief arm land is (gemiddeld inkomen: ca. 400 euro/maand), kun je hier alles kopen wat je wilt. Er zijn veel oude gebouwen met versierde gevels. Alles is in redelijk goede staat. We bezochten de Sveta Nedelya kathedraal (Света Неделя), gebouwd tussen 1856-1863 op de fundering van de vorige kerken. Het is een prettig gebouw met binnenin veel muurschilderingen in Byzantijnse stijl.
Het is hier rond de 25 graden en zonnig.
Na een half dagje reizen zijn we in de hoofdstad van Bulgarije (България), Sofia (София), aangekomen. Het enige waar we niet op gerekend hadden was dat de regel van één stuks handbagage strikt nageleefd moest worden. We moesten dus alles in onze dagrugzakjes proppen, ook onze heuptasjes. Op het vliegveld van Sofia was er maar één bus, nummer 84. Het handigst was overstappen op de metro, bij Orlov Most (Орлов мост; Eagle’s Bridge). Een aardige man hielp ons met kaartjes kopen en de poortjes opendoen. De volgende halte Serdica was heel dichtbij het eenvoudige, maar schone hotel Maya dat we van tevoren hadden uitgezocht. ‘s-Avond aten we lekker buiten op een terrasje een pizza met daarbij een lekker lokaal biertje. Het Cyrillische schrift en een paar Bulgaarse woorden zijn gemakkelijk te leren.
Vanaf dinsdag 14 september tot en met zaterdag 9 oktober gaan we op reis naar Bulgarije. We vliegen met Wizz Air vanaf Eindhoven Airport. De bedoeling is om vanuit Sofia het land rond te reizen.
| W6 604 | Eindhoven | 14/09 14:55 | Sofia | 14/09 18:35 |
| W6 603 | Sofia | 09/10 12:35 | Eindhoven | 09/10 14:25 |
Heel handig:
| © 2005-2012 by Marcel | Suffusion theme by Sayontan Sinha |