Feb 092015
 

Over een week gaan we op reis naar het kleurrijke Marokko.

We vliegen met Royal Air Maroc naar de grootste stad van Marokko en van de Maghreb: Casablanca. De luchthaven ligt een flink stuk van de stad, maar de stad is gemakkelijk bereikbaar per trein. Zoals altijd gaan we rondtrekken zonder plan. In verband met de temperatuur zijn we van plan eerst richting het zuiden te reizen.

Hoewel ik nog een keer in Marokko heb paardgereden, is het lang geleden dat we samen in dit land op reis zijn geweest. We zijn benieuwd hoe we dit nu gaan ervaren!

Onder dit bericht zullen we onze verhalen schrijven.

17 februari 16:45 Amsterdam 19:25 Casablanca AT0851
9 maart 11:25 Casablanca 15:50 Amsterdam AT0850

Casablanca

Onze reisroute

(wordt bijgewerkt tijdens onze reis)

Handige informatie

Mar 032015
 

Voor de verandering reisden we in minder dan drie kwartier met een minibus van Azilal naar Ouzoud (ca. 820 m), via een afslag een stukje terug op de weg naar Azilal. Minibusjes worden gebruikt als er minder reizigers op een route zijn, wat aangeeft dat de bestemming een kleiner/minder belangrijk plaatsje is, in dit geval een dorpje. Wanneer vertrekt het busje? In Sha Allah, oftewel wanneer het busje vol is. Op het kleine, stoffige busstation van Azilal werden we geholpen door een vriendelijk man, die wat Engels sprak, hetgeen hier vrij zeldzaam is, maar minder zeldzaam dan vroeger, omdat de koning opdracht aan zijn onderdanen heeft gegeven om Engels te leren. Onderweg werden nog een aantal mensen opgepikt, die op een plastic krukje in het middenpad konden zitten.

Na het uitstappen in Ouzoud werden we aangesproken door een man, maar zijn bedoeling was niet om ons belangeloos te helpen, hetgeen helaas vaker het geval is, vooral als de persoon in kwestie een beetje Engels spreekt. Hotel de France was volgens hem gesloten, maar dat was natuurlijk helemaal niet het geval. Het plaatsje Ouzoud is heel overzichtelijk en het hotel stond goed aangegeven op roestige borden, dus we hadden het hotel zo gevonden. Na een korte onderhandeling met een vriendelijk man mochten we voor de helft van de gebruikelijke prijs slapen in een prettige, mooi gedecoreerde kamer met een eigen douche met heerlijk warm water, dat op verzoek werd aangezet. Door het open raam kwam het vrolijke geluid van fluitende vogels en het zachte geruis van de waterval.

Voor het middageten moesten we even zoeken. Er waren restaurantjes die toeristische prijzen rekenden, meestal makkelijk te herkennen aan de plakkerige manier waarop we benaderd werden, maar er waren er ook die realistischer waren. Even een praatje maken, maakte een groot verschil. We regelden een vegetarische maaltijd met o.a. vers gebakken frites, een omelet Marokkaanse stijl en een tagine met aubergine.

Via een betegeld pad en diverse bochten en trappen bezochten we de watervallen. Er zijn veel restaurantjes en souvenirwinkeltjes langs het pad, maar gelukkige zijn de verkopers niet erg lastig. We daalden af naar de voet van de waterval en maakten onderweg diverse mooie foto’s. Bij het hoogste uitkijkpunt waren er Barbarijse aapjes, die graag een koekje kregen. Na de klim terug omhoog liepen we bovenop nog over een pad in aanbouw met uitzicht op de waterval vanaf de andere zijde, maar helaas ook op een groot, hoger gelegen hotel in aanbouw. Ik ben bang dat meer toerisme de sfeer hier niet ten goede gaat komen, hoewel de Berbers over het algemeen heel vriendelijke mensen zijn.

image

Cascades d'Ouzoud

image

Cascades d'Ouzoud

image

Barbarijse aap, Ouzoud

Terug in het hotel dronken we een zelfgemaakt bakje thee op de kamer en aten we wat gezouten amandelen die we de dag ervoor kochten.

De volgende dag was er een kleine soek onder de olijfbomen met vooral huishoudelijke artikelen, wat tweedehands spullen, groenten, fruit en vlees. Een deel van de goederen werd met ezeltjes aangeleverd.

Het was weer zonnig en warm en ‘s nachts koelde het af naar zo’n graad of vijf. Er was weinig wind.

We hebben nog een week, dus we hebben even nagedacht over het vervolg van onze reis. Aangezien we graag Fez willen bezoeken: via Beni Mellal, een transport hub, naar Midelt middenin de midden Atlas, dan naar Azrou, Fez, Rabat en terug naar Casablanca.

Mar 022015
 

Met een oude bus van “Transport toutes directions” (transport “alle richtingen”) lieten we ons over een afstand van ca. 70 km vervoeren van Demnate naar het provincie hoofdstadje Azilal (ca. 1350 m). We hadden een geweldig zicht op het besneeuwde massief van het Atlas-gebergte.

Ook in het stadje zelf is er een goed uitzicht op de bergen. ‘s Avonds beklommen we een heuvel die over de stad en de wijde omgeving uitkeek en genoten we van de zonsondergang. Aan de ene kant van de hemel was Venus zichtbaar (bijna conjunct met Mars en Uranus in Ram) en aan de andere kant Jupiter (in Leeuw) en de maan (nog in Kreeft). Het stadje is het schoonste wat we tot nog toe gezien hebben, de straten zijn netjes geplaveid en de huizen netjes gepleisterd en geverfd. Als ik zou moeten kiezen waar ik in Marokko wilde leven, zou het hier zijn.

We overnachtten in hotel Ouzoud in een kleine, maar heel nette en brandschone kamer.

In de soek werden spullen verkocht die onze kringloopwinkels zeker niet meer willen hebben.

image

Rommelmarkt, Azilal

image

Rommelmarkt, Azilal

image

Zonsondergang, Azilal

Overdag was het zonnig en warm met een strak blauwe hemel, maar ‘s nachts koelde het af tot het vriespunt, waar we gelukkig in onze kamer geen last van hadden.

Onze volgende bestemming zijn de watervallen van Ouzoud.

Mar 012015
 

Een reis in een krappe, volle bus bracht ons in zo’n twee uur van Marrakesh naar het gemoedelijke stadje Demnate (ca. 950 m), weg van de toeristische massa en terug naar het authentieke Marokko. De imposante, besneeuwde hoge Atlas was prominent aanwezig. Het groene, heuvelachtige landschap, met veel olijfbomen, was een lust voor het oog.

We sliepen in een eenvoudig café/hotel met de naam Imi-n-ifri in een luchtige, lichte hoekkamer (nummer 1) van ca. 2½ bij 3½ meter en 3½ meter hoog. Er was geen warm water, alleen een gemeenschappelijke hurkenschijter, maar daar was de prijs dan ook naar. Er waren twee raampjes, de ene met 4 doorschijnende ruitjes en de andere met 6 doorschijnende en gekleurde ruitjes (één donker gele en twee oud roze). Beide ramen hadden aan de buitenkant een mooi, roestig traliewerkje en sloten slecht. Er was een peertje, met een lamp zoals je die bij ons niet meer kunt krijgen, dat hing aan een stoffige gevlochten draad met dan wel weer twee (wissel) schakelaars, zodat we het licht ook in bed konden uitdoen. Één van de schakelaars was gecombineerd met het enige stopcontact in de kamer, welke we gebruikten om met de dompelaar een bakje rooibos thee te zetten. De muren waren tot halverwege glimmend zandkleurig geverfd. De vloer was glad naturel beton. Er waren twee eenpersoons bedden met wollen dekens, maar geen lakens. De stevige kussens waren gezellig blauw gestreept. Er was een mint groene/wit gevlekte vierkante tafel, waar wat hoekjes af waren, en een witte, plastic stoel. Op het dak vond ik een rode krat, zodat we onze rugzakjes niet op de grond hoefden te zetten (die overigens zoals de rest van de kamer schoon was). De tafel stond handig naast één van de bedden met onder het stopcontact. We hadden weinig last van het geluid van het café, eigenlijk was het juist wel gezellig. De mensen drinken vanwege hun geloof geen alcohol. Een café is daarom meer een sociaal gebeuren, waar gezamenlijk TV wordt gekeken, vooral naar voetbal, en waar gebabbeld en gekaart wordt.

We aten een lekkere tagine op een sfeervolle locatie. We verkenden de straatjes en de diverse soeks van het ommuurde stadje, waar we iedere keer nieuwe plekjes ontdekten. Het beetje Arabisch wat we spreken (bedankt Khaled!), wordt hier erg op prijs gesteld. Op een wat hoger gelegen plein was er, niet ver van het busstation, een kleine kermis, met ‘s avonds kleurige lichtjes. Heel leuk waren de ooievaarsnesten op de moskeeën en de GSM-antennes. Ze vlogen regelmatig heen en weer om de jongen te voeren. We dronken een bakje koffie en thee met uitzicht op de nesten, maar helaas blokkeerde een bus later het uitzicht. Het lijkt erop dat de Afrikaans klinkende Gnawa hier de favoriete muzieksoort is.

image

Ooievaarsnest, Demnate

image

Tagines, Demnate

image

Kahwa wa Chai, Demnate

Het mobiele internet, van de kleinste provider INWI, werkt hier, net zoals overal, maar is vrij langzaam. De verbinding is vaak een EDGE-verbinding (2G) en in het algemeen is dit type verbinding betrouwbaarder dan HSDPA-verbindingen (3G), die het hier binnen en/of verder van de zendmast af al snel laten afweten.

‘s Avonds aten we soep bij een oud mannetje op straat, die ik wat extra gaf, wat ik liever doe dan iets geven aan lethargische bedelaars, hoe zielig ze er ook uitzien. Ik heb gemerkt dat de mensen hier ook zelden iets geven aan bedelaars. ‘s Ochtends kochten we voor het ontbijt vers brood, een gekookt ei, een paar pakjes Coeur de Lait, een variant van la Vache qui rit en een plak cake, wat we opaten in het cafeetje onder ons hotel.

image

Tagine, Demnate

In het stadje was maar weinig verkeer en flitsten de brommers niet rakelings langs je heen. Opletten of je niet teveel betaalt, is haast niet nodig. Het was heel aangenaam om in dit plaatsje te verblijven!

Vandaag willen we met de enige bus per dag rond het middaguur naar Azilal reizen.

Voor andere reizigers een kort overzicht van de prijzen in 2015 (buiten de grootste/toeristische steden):

Thee/koffie met een glas water: 5-9 Dh
Dikke plak cake/pannenkoek: 2-3 Dh
Kilo sinaasappels: 2-4 Dh
Tagine kip/vlees met brood: 25-30 Dh
Bissara met brood: 3-5 Dh
Waterfles 1,5 liter: 5-6 Dh
Twee uur met de bus: 30 Dh
Fatsoenlijk hotel met douche: 150-200 Dh

1 euro ~ 10 Dh

Feb 282015
 

Met een gedeelde taxi (grand taxi) werden we over een weg met heel veel haarspeldbochten naar Marrakesh (ca. 450 m) gebracht. Dit keer was het enige instrument op het dashboard wat werkte de klok. Het kostte ruim twee uur om de bijna 100 km te overbruggen. Onderweg moest er gestopt worden, omdat er een vrouw misselijk was geworden van de bochten en de uitlaatgassen die af en toe de auto in waaiden. Een groot deel van de weg volgden we een steeds breder wordende rivier beneden in een dal, die uiteindelijk overging in een langgerekt meer.

Toen we aankwamen in Marrakesh was het mistig en fris, maar na een uurtje brak de zon door en werd het lekker warm, zo’n 25 graden. ‘s Nachts koelde het af naar zo’n 5 graden.

We overnachtten in hotel/riad Janat Salam (“vredig paleis“), waar we op een vriendelijke wijze werden ontvangen door een aardige jongeman. De hotels die we eerder zagen, waren of goedkoop en slonzig of duur en karakterloos. Dit hotel zat hier tussenin en bood waar voor het geld.

We dronken een lekker kopie koffie met overheerlijke “cornes de gazelles“, een flinterdun, krokant deeg gevuld met gemalen amandelen, wat suiker en fleur d’orange (sinaasappelbloesem).

We bezochten het bekende plein Djemaa el Fna, wat door massatoerisme wat ons betreft zijn charme volledig verloren heeft. De frequentie van lastig gevallen worden, is letterlijk zo’n één keer per minuut. De enige plaats waar we niet werden lastig gevallen was een steegje gewijd aan de huidige koning Mohammed V. We wandelden in een grote cirkel rond het plein door de medina. Hier en daar zagen we nog wat van het authentieke Marokko in de vorm van oude ambachten, zoals houtsnijden, maar het is vooral een drukke stad, met veel brommers en auto’s geworden. Jongemannen vallen je regelmatig lastig met “the square is there“, in de hoop dat ze je mogen gidsen voor een paar Dirham. We maakten er soms een grap van.

image

Koning Mohammed V - Marrakesh

‘s Avonds was het plein iets leuker door de vele lichtjes en de rook van de honderden eetstalletjes. Er was veel Afrikaanse muziek, die een paar minuten stopte voor de oproep van de moskeeën.

We gaan snel weer doorreizen naar een kleiner plaatsje om het massatoerisme te ontvluchten. Op dit moment zitten we in een wat krappe, goed gevulde bus naar Demnate, met rechts zicht op de vele besneeuwde toppen van de imposante hoge Atlas bergen en uitgestrekte olijfboomgaarden.

Feb 262015
 

Buiten de zuidpoort van Taroudant vonden we snel een “grand taxi“, een grote, oude, groene Mercedes, naar het plaatsje Oued Berhil. Op de stoel van de bijrijder gingen twee personen en op de achterbank vier personen, waaronder wijzelf. Ik zat tussen twee nette heren en Hanneke die aan de raamzijde zat, in. We hadden geluk want de twee heren stapten al snel uit, zodat we de achterbank voor onszelf hadden. Er zat een grote ster rechts in de vooruit en de snelheidsmeter deed niets meer. De benzinemeter wist niet wat hij wilde: vol of leeg. De chauffeur tankte aan het begin van de rit, wat niet ongebruikelijk is, omdat hij dan geld heeft.

Over een vrij rechte weg bereikten we in ongeveer drie kwartier onze bestemming. De mensen waren aardig en behulpzaam. We werden netjes naar de volgende taxi gebracht, richting het plaatsje Ijoukak. We moesten een poosje wachten, totdat er voldoende passagiers waren. We dronken ondertussen een klein glaasje koffie (er worden hier altijd glazen gebruikt). Een oudere man hield toezicht op de taxi’s (wellicht was hij de eigenaar).

De rit was over een weg met heel veel haarspeldbochten en mooie vergezichten. De bergen waren rood, mintgroen, geel en grijs gekleurd. We gingen over een bergpas op bijna 2100 meter. De bergtoppen rondom ons waren bedekt met sneeuw (de bergen zijn hier ruim 4000 meter hoog). De weg was in het begin goed, recent geasfalteerd, maar aan het eind werd hij slechter, maar hij was nog goed berijdbaar. Tijdens de afdaling waren er bomen met witte en gele bloesems, onder andere amandelbomen.

We eindigden in het plaatsje Talâat N’Yacoup (ca. 1250 m), zo’n drie kilometer voor Ijoukak. In een café/restaurant troffen we de eigenaar van de enige gîte in het dorp. Een andere man bracht ons maar het bovenste deel van het dorp, waar de mooie gîte Chez Imnir (“bij Imnir”) uitkijkt op de vallei en links en rechts besneeuwde bergtoppen. De kamer is netjes ingericht, met dit keer een wat ruimer bed. Het dak is van dunne boomstammetjes gemaakt. De muren zijn zalmroze en mintgroen geverfd. Er hingen drie gezellige lampjes. De vloer is van beton en bordeaux rood geverfd. Voor het bed ligt een dik tapijt. Er is een ruime badkamer met WC, wastafel en een warme douche, met blauwe muren en gele tegels op de grond.

image

Talâat n'Yacoub

We aten vier roergebakken eieren, geserveerd in een platte pan met een mandje platte, ronde broodjes. In dit soort kleine plaatsjes moet je geen culinaire hoogstandjes verwachten, maar toch was het lekker klaargemaakt en gekruid.

We verkenden het dorpje en de omgeving te voet. Op een grote heuvel in de vallei staat de grote moskee van Tin Mal (1153-1154), die meer op een klein fort lijkt. Met de besneeuwde toppen op de achtergrond en het ruige landschap was het een mooi gezicht. We kregen een paar handjes amandelen van een oud vrouwtje dat op de grond zat en bezig was met het kraken van amandelnoten. Ze was blij met de Dirhams die ze kreeg.

Het is hier een stuk koeler dan in Taroudant, zo’n 10-15 graden en ‘s nachts slechts een paar graden. De zon is echter lekker warm en er is niet veel wind, dus van de lagere temperatuur merk je niet zoveel van. Er waren genoeg dikke wollen dekens om ons ‘s nachts warm te houden.

Bij gebrek aan eetgelegenheden kookten we ‘s avonds zelf een maaltje met de waterkoker die we altijd bij ons hebben. Macaroni, ui tomaat, tonijn, peper en zout. Leuk om te doen en goed voor de afwisseling.

De volgende bestemming is Marrakesh.

Feb 262015
 

De busreis (met Trans Timizar) van Inezgane naar Taroudant (ca. 230 m) was relatief kort (ca. 1,5 uur) en gemakkelijk door een grote, vlakke vallei aan de voet van het mini Atlas-gebergte. Aan het eind staken we Oued Souss, een nu bijna droge, brede rivier, over.

We sliepen in hotel mini Atlas, niet ver van het busstation en de zuidpoort bab Zorgane. De kamer, schuin tegenover een kleine gebedsruimte, is niet zo groot, maar wel netjes. De deuren, zelfs van de kasten, zijn mooi versierd met figuren en we kijken door een roestig smeedijzeren traliewerk uit op één van de levendige straatjes van de medina. ‘s Ochtends is er warm water.

We verkenden de Arabische soek en Marché Berbère (de Berber markt), waar we helaas af en toe lastig werden gevallen door iets te opdringerige verkopers. Je kunt je hier laten vervoeren met calèches (koetsjes getrokken door een paard of een muildier/muilezel), maar het stadje is compact genoeg om het te voet te verkennen.

image

Soek - Taroudant

image

Kalkstenen kunstwerkjes - Taroudant

Uiteraard bezochten we ook “la tannerie” (de leerlooierij), net buiten de bab Targhount (de westpoort). Het is buiten de medina, vanwege de stank, want er wordt urine van vee en uitwerpselen van duiven gebruikt om het leer te looien. Van het leer van geiten, kamelen, maar ook van vossen en helaas andere zeldzame dieren, worden tassen, schoenen, hoeden en dergelijke gemaakt. Ik kocht er een mooie portemonnee van een mooi compact formaat.

image

Leerlooierij - Taroudant

We kochten een lekker gebakje met dunne schijfjes appel op bladerdeeg, wat we in een theehuis aan een druk marktplein aten bij thee met een takje enigszins bittere “sheeba” (alsem).

image

Appelgebak - Taroudant

‘s Avonds aten we harira (gekruide soep) met hartige pannenkoeken (olijven, ui en een beetje rode peper). In deze streek wordt de harira geserveerd met een gekookt ei en een paar dadels. Dit klinkt als een simpele maaltijd, maar het Marokkaanse eten is vrijwel altijd zeer smaakvol!

Het weer is hier heel aangenaam, zonnig, weinig wind en tegen de 30 graden.

We gaan proberen om dwars door de bergen naar Ijoukak, halverwege naar Marrakesh, te reizen, een route met veel haarspeldbochten waar geen bussen meer rijden, omdat er een andere meer directe route naar Marrekech is. Hopelijk kunnen we één of meerdere”grand taxi’s” in die richting vinden, wellicht via het tussenliggende dorpje Oulad Behril (de h is klankloos en neigt daarom wat naar een g; het is één van de klanken die Arabisch Arabisch laat klinken).

Feb 242015
 

We stonden op tijd op, want de reis naar Agadir kost ongeveer 3,5 uur en we wilden graag met de lunch in Agadir zijn. We aten als ontbijt bissara met vers gebakken brood (lekker!) om onderweg geen honger te hebben. Bij het busstation onderhandelden we stevig over de prijs van de busreis. Uiteindelijk reisden we met de maatschappij Exppress Magistic (geen spelfout …). Na een uurtje wisselden we van plaats, zodat we geen last meer hadden van de warme, invallende zon en veel beter uitzicht hadden. Onderweg waren er voortdurend Argan-boompjes, welke worden bedreigd door de oprukkende woestijn en daarom nu op de UNESCO-lijst staan. Het laatste stuk reden we langs de prachtige, wilde kust van de Atlantische oceaan. We zagen een groep kamelen met herder.

De verrassing was dat de bus langs/door Agadir reed en in het grote busstation van Inezgane stopte, bijna 15 kilometer verderop. Aangezien er in Agadir voor ons niet veel te beleven is en omdat er hier veel meer bussen vertrekken, vonden we dat helemaal niet erg! Bovendien zijn de hotels hier de helft goedkoper of anders gezegd twee keer zo goed.

We sliepen in de ruime kamer 311 van hotel Hagounia, die we bereikten via een marmeren trap met een gelakte eikenhouten leuning en over de wat versleten rode loper in de gang. De ontvangst was vriendelijk en warm water was geen probleem, aangezien er een boiler in de badkamer hing. Het was de beste warme douche tot nog toe!

We bezochten de enorme, kleurrijke, overdekte soek (markt), om de hoek aan de overkant. Je kunt er van alles kopen, van groenten tot wasmachines en van snuisterijen tot mobiele telefoons. We kochten Marokkaanse koekjes om bij de thee te proberen. Vooral die met kokos waren heel lekker!

image

Soek - Inezgane

image

Soek - Inezgane


image

Babouches - Inezgane

Eten was er in overvloed, zoals wel vaker in de buurt van een busstation. We aten tagine, waarvan ik het vlees aan Hanneke schonk. Ze at niet alles op, maar dat was niet erg, want de meneer die na ons het tafeltje gebruikte, schoof de rest zo op zijn bord!

Het weer was heerlijk, ruim 20 graden en zonnig en niet veel wind, zoals in de voorgaande kustplaatsen. ‘s Ochtends was het echter erg mistig, wat wel mooi was voor een paar foto’s.

In deze streek wordt nog een deel van het vervoer geregeld met paard of ezel met wagen. In de medina vind je mannen met wagentjes om spullen te vervoeren, heel geschikt voor toeristen met teveel bagage …

Omdat een significant deel van de mensen analfabeet is, worden de meeste dingen ook mondeling aangekondigd, zoals de bestemming van een bus. Klusjesmannen hebben een inventieve manier gevonden om duidelijk te maken welke diensten ze aanbieden: op een open stuk straat stonden een rol betonijzer, een stapel emmers met witkwasten en een tas met metselspullen.

De volgende bestemming zal Taroudant het mini Atlas-gebergte zijn.

Feb 232015
 

We aten de laatste boterhammen van het lichte volkorenbrood dat we de dag ervoor kochten met la Vache qui Rit (puntjes zachte kaas in zilver papiertjes) en verlieten het hotel in Safi met onze kleine rugzakjes. We liepen naar het busstation met het idee om kaartjes voor de CTM-bus van 11:30 te kopen en daarna op ons gemak een espresso te drinken. Het liep anders, want een bus van een andere maatschappij (Trans Chihab du Sud) was om 10:00 klaar voor vertrek naar Essaouira. We kochten snel een fles water en na het instappen vertrok de bus meteen. De bus reed vrij snel, maar stopte ook redelijk vaak, zodat het ca. 2,5 uur kostte om de ruim honderd kilometer naar Essaouira (oude naam: Mogador) te overbruggen. Het landschap werd langzaam bergachtiger, want we kwamen in de buurt van het Atlas-gebergte.

We overnachtten in hotel Eddaize, niet ver van Bab Doukkala (bab=poort, deur) in één van de oude hoofdstraten van de medina, waar we een goede deal maakten voor twee nachten. De kamer is groot en hoog met een houten plafond, gesteund door dikke balken. Er is een moskee vlakbij, maar de imam houdt het ‘s ochtends gelukkig kort. Jammer genoeg bleek de beloofde warme douche een koude te zijn :-(

Tussen de middag aten we een heerlijk warme schotel uit een tagine: groenten, citroen aardappelen en kip (die ik aan Hanneke gaf). In de middag slenterden we door de soms wat toeristische medina en bezochten we de haven waar veel, vaak gebruikt vissersbootjes lagen. Ze worden nog steeds op traditionele wijze van hout gemaakt.

Het waaide hard, maar het was niet echt koud (ca. 18-23 graden). De eerste keer dat we hier, al lang geleden, waren, was het snikheet en zouden we blij geweest zijn met een verfrissende wind.

image

Vissersboten - Essaouira

De koffie in een koffiehuis buiten de medina smaakte ons goed. Later op de dag dronken we thee in een koffiehuis met een eerder gekocht stukje cake van minder dan een kwartje, zoals we dat wel vaker doen. De mannen, vrouwen zie je bijna nooit in een koffiehuis, zaten naar internationaal voetbal op een grote televisie te kijken. Opmerkelijk was dat de bediening werd gedaan door een vrouw.

In hetzelfde Berber-restaurantje, niet meer dan een paar vierkante meter en een terrasje met plastic tafels en stoelen, aten we ‘s avonds harira met vers gebakken brood. Het eten in Marokko is een groot genot!

Essaouira is beroemd om zijn houtsnijwerk. Met name de wortels van de thuja worden gebruikt om diverse voorwerpen, zoals schaaltjes, potjes en doosjes, maar ook grote, prachtig ingelegde tafels, te maken. Het hout is donker en vaak zwart gevlekt. De vele kleine winkeltjes aan de rand van de medina geurden heerlijk naar het hout. We kochten een klein potje als aandenken voor omgerekend een euro.

image

Houtsnijwerk - Essaouira

We bezochten ook een muziekwinkeltje, waar onder andere de Guembri werd verkocht. Dit instrument met drie snaren van de darm van een geit, waarvan de vierkante, houten klankkast wordt bedekt met de huid van een dromedaris, wordt hier gemaakt en bespeeld. Elk jaar is er in juni een festival gewijd aan de Gnaoua-muziek.

We bezochten de noordelijke bastion, waar het flink waaide en de golven beneden ruw tegen de rotsen beukten. De originele kanonnen, afkomstig uit Barcelona, anno 1777 staan er nog.

In de oude, vervallen wijk bij de muur aan de zee bezochten we een nog in gebruik zijnde kleine Synagoge. 99% van de mensen is hier Moslim, maar er zijn ook kleine minderheden Christenen en Joden. De meeste mensen stammen hier af van de Berbers en er zijn zelfs nog groepen die 100% Berber zijn.

Ik liet mijn haar in een klein winkeltje knippen. Dat kun je hier rustig laten doen, behalve dat het goedkoop is, wordt je haar ook uiterst zorgvuldig geknipt.

Onze volgende bestemming zal Agadir zijn, waar het waarschijnlijk weer een beetje warmer is, omdat het een beetje dichterbij de evenaar ligt.

Feb 222015
 

Bij een stalletje in de soek (markt) om de hoek kochten we dikke, hartige, enigszins taaie pannenkoeken, die we in ons “stamcafé” in El Jadida als stevig ontbijt bij een kleine espresso aten.

Met een CTM-bus, die ruim een half uur te laat was, reisden we rond de middag in ca. 2,5 uur door een groen en glooiend landschap naar het zuidelijkere Safi. Dichterbij Safi werd het langzaam wat heuvelachtiger en verschenen er meer en meer cactussen, waaronder aloë vera.

We konden geen plaats vinden voor het middageten, dus kochten we een licht volkorenbrood en sardientjes met pittige tomatensaus in blik bij een grote Carrefour-supermarkt en aten dit in het tegenoverliggende café op, waar we zwarte en muntthee bestelden. Het smaakte prima.

De buurt rond het centrale Mohammed V plein, een zevensprong, was erg rustig, maar misschien kwam dat doordat het zaterdag was (voor Moslims is dit een soort zondag, die volgt op de vrijdag, de dag van het gebed).

We liepen naar de hoog ommuurde medina, waar we aan de zeezijde in een rustig steegje hotel Essaouira vonden, waarvan de naam alleen in het Arabisch vermeld stond. De vloeren, muren en trappen leken nog met de originele Portugese tegeltjes betegeld te zijn. We waren het er snel over eens dat we hier wilden overnachten, ondanks dat er alleen een gemeenschappelijk warme douche was. De oude man aan de kleine balie hoefde onze huwelijksakte niet te zien ;-) Het is het goedkoopste hotel tot nog toe: 100 Dirham (ca. 10 euro). Meestal zijn weer zo’n 150 Dirham kwijt (behalve in Casablanca).

De kamer, nummer 7 met een blauwe deur, op de tweede verdieping was rechthoekig en klein, maar had een heel aangename sfeer. De vloer was van afwisselend oker en bordeaux rode tegeltjes, die enigszins versleten waren. Er was een oude, hard houten kast met een spiegel. Kasten gebruiken we overigens nooit, want ze vergroten het risico dat je iets vergeet. Met een tafel of stoelen waar we onze tassen op kunnen zetten, zodat ze schoon blijven, zijn we altijd blij. De muren waren onregelmatig gepleisterd, maar netjes in gebroken wit gesausd. Het hoge plafond was wit met een kleine lambrisering. Er was een klein raam met buiten luiken tegen het lawaai en het licht. De bedden waren opgemaakt met schone lakens en warme dekens. We konden kiezen uit een gewoon kussen of een rol.

We bezochten de drukke soek in de medina, waar o.a. het beroemde aardewerk van Safi wordt verkocht. Het aardewerk wordt in een buurt op de pottenbakkersheuvel, net buiten de medina, gemaakt. Overal stonden grote, lemen ovens, maar we vroegen ons af op deze nog werden gebruikt, omdat ze er nogal verwaarloosd uitzagen. Helaas wordt je hier vaak aangesproken door mensen die je willen “gidsen”. Overigens valt het lastig gevallen worden door dit soort mensen tot nog toe erg mee, waarschijnlijk omdat het laagseizoen is. Ook hebben we nog niet meegemaakt dat er teveel geld voor iets werd gevraagd, waarbij gezegd moet worden dat we tot nog toe nog geen gebruik hebben gemaakt van taxi’s.

image

Het was niet makkelijk om een plaats voor het avondeten te vinden die ons goed beviel, maar bijna terug bij de medina vonden we een druk bezocht restaurant waar harira (pittige soep) en verse, zelf gemaakte frites met mosterd werden geserveerd. Thuis hadden we ons al verheugd op dit gerecht, dus we waren blij!

Safi voelde wat somber aan, maar wellicht kwam dat door het even wat sombere weer. De sfeer herinnerde aan een lang geleden reis naar Portugal. In de avond ging het miezeren en later zachtjes regenen. De temperatuur was aangenaam, niet te warm en niet te koud. Ondanks de nabijheid van de oceaan was er niet al teveel wind.

De oceaan ligt enkele tientallen meters beneden een niet al te lange boulevard, welke rommelig en in een niet erg goede staat was. De golven beukten hard tegen de rotswand en spetteren tientallen meters hoog op.

De volgende stop zal Essaouira worden, ongeveer 2,5 uur zuidelijker met de bus.

Feb 202015
 

Na weer een goede nachtrust en een stevig ontbijt met Bissara (tuinbonensoep) en brood, afgesloten met te zoete, maar toch lekkere muntthee, slenteren we nog even door de centrale markt van Casablanca om daarna met een comfortabele CTM-bus naar El Jadida (“de nieuwe”) te vertrekken (ca. 2 uur, 100 km). Het duurde even voor we de bebouwde kom verlaten hadden, maar de weidse ruimte buiten de stad, met veel groen en bloemen, waaronder goudsbloem, was heel aangenaam voor het oog. Naarmate we dichterbij El Jadida (ca. 150.000 inwoners), een gemoedelijke landbouwstad van Portugese origine kwamen, kwam er meer en meer zon. De middagtemperatuur in El Jadida lag rond 17 graden, ietsje meer dan in Casablanca. Vanwege de ligging aan de oceaan was het aan de kust wel vrij winderig in de middag en avond.

Aangezien we rond lunchtijd aankwamen, aten we eerst wat en zochten daarna naar een hotel. Het is naar onze ervaring overigens altijd beter om deze volgorde aan te houden. We overnachtten in het nette hotel Nice, met een mooie betegelde, vaak belopen trap, in een schone, iets vervallen kamer met harde bedden, hetgeen hier het gebruik is. We waren in deze tijd van het jaar waarschijnlijk één van de weinige gasten. In een ander hotel werden we geweigerd, omdat we geen huwelijkse akte konden tonen, iets wat ons eigenlijk nog nooit eerder is gebeurd (zover als we weten). Ik vind het niet zo erg, want ‘s lands wijs, ‘s lands eer.

We slenterden door de stad, genietend van de warme zon, en dronken op het terrasje van een koffiehuis, die je hier overal vindt, een lekkere espresso (café noir) met een stukje cake, dat we eerder in een boulangerie (bakkerij) kochten. Ons “stamcafé” is la Perla, vanwege de vriendelijke bediening, de schone WC, zijn prettige, centrale ligging en de goede Wi-Fi-verbinding, zelfs goed genoeg om een film te downloaden (leuk voor in de avond).

We wandelden over de lange pier die de kleine baai moet beschermen tegen de hoge golven van de vaak ruwe oceaan. We moesten oppassen om niet nat te worden van de spetters van de hoge golven. Aan het eind waren een paar mannen aan het vissen. Als je een poos de zee niet gezien hebt, is het weer fijn om een branding met mooie, grote schuimkoppen te zien.

We verkenden de oude, pittoreske medina met zijn oude zeepoort (Bab el Bahr). Aan de zeezijde is duidelijk te zien dat de muren al oud zijn, maar toch zijn ze nog steeds in goede staat. We liepen op ons gemak rond over de oude vestingmuur en zijn bastions met uitzicht op een haventje met wat kleine visserbootjes. Op één van de stenen, boven een welgevormde poort, stond het jaartal 1280.

image

Medina - el Jadida

Uiteraard bezochten we de prachtige cisterne in het centrum van de medina, een gewelfde, ondergrondse wateropslag uit de 15e eeuw. Hier werd een scène van de bekende film Othello van Orson Welles opgenomen. De cisterne is erg fotogeniek door de stralen zonlicht die van bovenaf binnenvallen en reflecteren in een laagje water dat op bodem van de cisterne ligt.

image

Cisterne, El Jadida

Ook wandelden we over de lange, winderige boulevard die ‘s zomers druk wordt bezocht door Marokkanen uit allerlei delen van het land. Er is een wijds uitzicht over de wilde oceaan en er staan langere rijen palmbomen in een groen plantsoen. Hier en daar zijn kinderen aan het voetballen. Een paar grote stenen fungeren als doel. Ze zijn heel handig met de bal.

Volgens de in onze telefoons ingebouwde stappenteller lopen we ongeveer 10-15 kilometer per dag.

We genoten erg van “plat homoss motabal” (hummus) en “plat baba ghanoje” (een gerecht op basis van gepureerde, geroosterde aubergine) in restaurant el Rif met een vriendelijke Jordaanse eigenaar. Heerlijk en leuk voor de afwisseling!

Hoewel volgens wat ik gelezen heb het internet hier niet gecensureerd zou zijn, is mijn ervaring anders. Soms zijn websites niet bereikbaar met de melding “verbinding geweigerd”, zelfs niet over een beveiligde verbinding (https). Dit soort beperkingen zijn voor mij vrij gemakkelijk te omzeilen, omdat ik meerdere servers in diverse landen ter beschikking heb om mijn lokale internet-verkeer versleuteld om te leiden. Aanvulling: ik heb ook gemerkt dat verkeer soms beperkt wordt, bijvoorbeeld het uploaden van foto’s, wat goed te omzeilen bleek met shadowsocks.

Positief is dat Marokko lang niet meer zo vies is als we ons herinneren. Vrouwen zijn vaak hun stoep aan het boenen en er is gelukkig niet zoveel zwerfafval meer. Ook de hotels zijn schoon en het beddengoed is redelijk goed in orde. Zelfs het sanitair is verbeterd, hetgeen in dit soort landen “traditioneel” slecht en vies is.

Onze volgende bestemming is Safi, weer een stuk zuidelijker langs de kust.