Aug 042010
Er wordt wel eens gezegd van mensen die zich verrijken ten koste van andere mensen dat ze “graaiers” zijn. Volgens deze definitie zijn we echter allemaal “graaiers”. Om alle Nederlanders te voeden is er een oppervlakte nodig die vele malen groter is dan die van Nederland. De werkelijke slachtoffers zijn de mensen in de ontwikkelingslanden, die ons rijke, zorgeloze leven mogelijk maken. Zij zijn de mensen die echt “hard voor weinig” werken. Elke dag gaan er veel mensen onnodig dood van de honger of door ziekten, zoals malaria, die vaak eenvoudig te bestrijden zijn. Het is dus een kwestie van perspectief wie de “graaier” is. Het is gemakkelijker om een directeur of aandeelhouder een “graaier” te noemen dan jezelf.

Graaiers, het moeras hetende Nederland.
wat feiten; liter Euro in Nederland 1.53, liter Euro in Spanje 1.05
een huis in Nederland 350.000, een huis in Spanje 170.000
(vergelijkbaar, maar in Spanje aan een golfbaan, bewaking erbij en 200 dagen zon per jaar)
nieuwe Opel Astra in Nederland 12.000, in Spanje 8.000
Wij hebben daar nu een huis en kijken er rustig rond,
maar dan gaat het opvallen hoeveel er aan de strijk-stok blijft hangen in Nederland.
Ik haal daar overhemd+stropdas voor 7 euro bij de Primark (soort V&D) en
eten kost geen drol en is veel gezonder.
In Nederland zijn we er zo aan gewend aan de prijzen, dat het weinig op valt,
maar in andere EU landen moet je gewoon rondkomen voor de helft van het geld
en kan je het niet meer veroorloven.
Ergens is het ook wel logisch, kijk maar eens in wat voor een pand je pensioen beheerder zit,
al die lease auto’s voor de deur en de enorme salarissen die daar worden betaalt,
die moeten ergens vandaan komen.
Pensioenen, banken, overheid; allemaal gebouwen die schreeuwend duur zijn en totaal niets opleveren.
De hoge huizenprijs is ook een lachertje, vroeger was je blij ermee,
maar via de gemeente belasting, de rente die je betaalt en het feit dat je nergens heen kan,
ben je maar gewoon 1 grote pluk kip.
Plus dat er weinig alternatief is,
wie gaat er tegenwoordig nog naar de markt om groente te scoren?
en zo ja, waar komen die dan vandaan?
de meeste zooi komt via de grote lijnen binnen (supermarkten, winkelcentra, distributie netten)
die er alleen maar op gericht zijn om de prijzen te laten stijgen onderling, zonder dat ze te hoog
worden,
niet om te concureren, nee, de klant langzaam uit knijpen, zonder dat ze weg rennen.
Veel winkels zijn gewoon van dezelfde keten,
supermakten weten ook wel dat jij niet voor 20 euro om gaat rijden als de concurent 15km verderop zit.
Parkeergeld, afval politiek (kliko’s), regelgeving, APK keur op brommers/fietsen/rolators, allemaal
geldklopperij en dalijk nog poortjes om onderdoor te rijden en te betalen, daar gaat je geld.
Nee, wij zitten lekker in een huurhuis, rijden oude auto’s en schrapen gewoon al het geld bij elkaar
om zo snel mogelijk weg te kunnen hier.
Ja, Marcel, natuurlijk gaat het niet alleen om individuele mensen, maar ook om hele volkeren die de kunst van het graaien goed verstaan. Wij in het Westen zijn daar best goed in. Zeker in Nederland met onze VOC in de zeventiende eeuw, waardoor we toch maar een mooie grachtengordel konden bouwen! Maar hoeveel slavenlevens heeft dat gekost?
Dat je het woord ‘graaiers’ tussen aanhalingstekens zet suggereert dat je er eigenlijk niet zo in gelooft. Je schildert het graaien af als een pijnpunt in ons collectieve geweten, alsof je individuele mensen – als exponenten van maatschappelijke krachten – er zelf er niet meer op mag aanspreken. Terwijl ik vind dat je graaiers best mag confronteren met hun maatschappelijke verantwoordelijkheid: het is immers een mentaliteit van ieder voor zich en God voor ons allen, die ze met hun gedrag promoten. Volgens het neoliberale gedachtengoed is daar niks mis mee: als je je een beetje in de wortels daarvan verdiept, blijkt dat per definitie asociaal te zijn. Hoewel politici dat nooit openlijk zullen toegeven en discussies daarover uit de weg gaan.
Het begrip ‘graaier’ verdient wellicht enige nuancering. Wat mij betreft mogen er best inkomensverschillen zijn, en gaat het onder andere (1) om de mate waarin dat gebeurt. Niet voor niet is de balkenendenorm uitgevonden. Maar het gaat ook om de (2) context waarbinnen het gebeurt. Voor hulp- en ontwikkelingsoganisaties, die vaak een beroep op vrijwilligers doen, is het toch van de gekke dat hun directeuren daar wel veel geld verdienen, zoals deze meneer Elsen van SNV. En wat vind je van dit soort managers in de zorg? Tenslotte gaat het er ook nog om (3) wat mensen met hun geld doen. Cosimo de Medici financierde van zijn rijkdom de vertaling door Marsilio Ficino van het Corpus Hermeticum in het Latijn, en veel kunst en cultuur is gefinancierd door rijkdommen die niet altijd op een sociale wijze zijn vergaard.
‘Het is gemakkelijker om een directeur of aandeelhouder een “graaier” te noemen dan jezelf,’ besluit je. Ja, natuurlijk moeten we ook kijken naar de graaier in onszelf. Want hoe kunnen we ons druk maken over iets als we het niet al zelf in zekere mate in ons hebben, en daar bijvoorbeeld bang voor zijn? Jij en ik behoren niet tot de groep van narcistische zelfverrijkers die de grens van maatschappelijke verantwoordelijkheid ver hebben overschreden. Over hun gedrag mag best iets gezegd worden, en dat zwijgend accepteren betekent dat wij ons van onze verantwoordelijkheid onttrekken. Wie zwijgt stemt toe.
Natuurlijk mag je jouw graaiers confronteren met hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Ik vind dat niet zo nodig, want ik ben niet jaloers op hun zijnstoestand (zonder dat te willen generaliseren). Mijn idee is dat de mensen in de derde wereld veel meer last hebben van ons collectieve gegraai, dan jij en ik last hebben van jouw graaiers. Ik heb zelf helemaal niet zo’n last van jouw graaiers. Ik vind dat wij een luxe en welvarend leven leiden. Iedereen in Nederland heeft voldoende te eten, een dak boven zijn hoofd en toegang tot goede gezondheidzorg, zonder dat daar grote inspanningen voor geleverd hoeven te worden. En dit is voor veel mensen in de ontwikkelingslanden helemaal niet vanzelfsprekend.
‘Iedereen in Nederland heeft voldoende te eten,’ schrijf je, ‘een dak boven zijn hoofd en toegang tot goede gezondheidzorg, zonder dat daar grote inspanningen voor geleverd hoeven te worden.’ Dat is allemaal niet waar, Marcel. Dat was zo in de jaren zestig en zeventig, maar sinds de opkomst van het neoliberalisme steeds minder zo.
Als dat waar was, waarom zijn er dan voedselbanken gekomen, waar we vroeger nog nooit van hadden gehoord? Ja, er komen misschien weinig mensen van honger om, maar vraag niet hoe velen de eindjes bij elkaar moeten knopen. Of in afvalbakken graaien om te voelen of daar nog het restje van een kroket in zit.
Waar komen al die daklozen vandaan die vroeger een grotere zeldzaamheid waren dan tegenwoor-dig? Sociale, betaalbare huurwoningen zijn steeds moeilijker te vinden, terwijl Jim Schuyt van De Alliantie kapitalen binnenhaalt. Studenten zoeken zich suf om een woning. Kraken mag niet meer.
En wat heeft dan die puinhopen in de zorg veroorzaakt, waarmee ik regelmatig wordt geconfronteerd als ik weer een bezoek aan mijn buurman breng? Ik was zojuist bij de 95-jarige buurman die nu nog minstens zes maanden moet wachten op opname in een zorginstelling, maar ik ben blij dat hij zelf niet meer de stank in zijn woning ruikt, de schurft op zijn (enige) been ziet, uitglibbert over het zeil, en de juiste pillen uit het bakje naast zijn rolstoel grijpt. En dat noem je ‘goede gezondheidszorg’?
Allemaal mensonwaardige omstandigheden. Jij en ik redden ons wel, maar laten we niet de ogen sluiten voor mensen die dat buiten hun schuld om niet lukt. Bijvoorbeeld omdat ze ontslagen zijn. Werklozen moeten straks elk werk accepteren, ook als het ver beneden hun niveau is. Bedrijven kunnen steeds makkelijker mensen ontslaan, om ze via de omweg van sociale dienst en reintegratieprojecten en andere sociaal ogende instellingen weer goedkoop terug te kunnen krijgen.
Natuurlijk is het hier allemaal nog niet zo erg als in de derde wereld. Maar hoe lang nog? We glijden hard bergafwaarts, en dat hebben we allemaal te danken aan het neoliberialisme met zijn geloof in de Heilige Markt die alle wonden zou helen, maar die er eigenlijk de oorzaak van is.
Misschien dat vroeger alles nog beter was dan nu, maar het is nu niet zo slecht als jij schetst. Ook voedselbanken zorgen ervoor dat mensen voldoende te eten hebben. Misschien dat ik een andere beleving heb dan jij, maar ik zie zelden iemand in een afvalbak graaien. Volgens recente berichten neemt het weinige aantal daklozen af. Zonder de ernst van de situatie van jouw buurman in twijfel te willen trekken, vraag ik mij af of deze man niet beter af was geweest als hij al veel eerder in een zorginstelling was opgenomen. De situatie van jouw buurman kan je niet zomaar gebruiken om aan te tonen dat onze gezondheidzorg slecht is. De gemiddelde levensverwachting is al lange tijd structureel aan het stijgen, dus zo slecht kan de gezondheid van de gemiddelde Nederlander niet zijn. Natuurlijk brengt ontslag veel onzekerheden met zich mee, maar gelukkig zijn er allerlei vangnetten, zoals in het uiterste geval een bijstandsuitkering. Ook al moeten sommige van deze mensen een stapje terug doen, hun situatie blijft veel beter dan die in veel ontwikkelingslanden. Bedrijven kunnen mensen niet gemakkelijk ontslaan, omdat er in Nederland ontslagbescherming is. Ik geloof ook niet dat bedrijven bewust en op grote schaal mensen ontslaan, om ze daarna via een omweg weer goedkoop in te kunnen zetten. Misschien dat we allemaal een stapje terug moeten gaan doen, omdat we eigenlijk op te grote voet hebben geleefd, maar ik geloof niet dat we hard bergafwaarts glijden. We hebben daarvoor de armen in deze wereld te goed in onze greep. Zij zullen eerder de dupe zijn van een afnemende rijkdom dan wij. Misschien zouden we beter af zijn zonder het neoliberalisme, maar dat is moeilijk te zeggen zonder het alternatief te kennen. Het is gemakkelijk om het neoliberalisme de schuld te geven van de afname van onze rijkdom, maar misschien was dat sowieso onvermijdelijk.
Misschien komt het omdat ik wat ouder dan jij ben, Marcel, waardoor ik meer heb gezien hoe de samenleving de afgelopen decennia verhufterd is. Gewoon op straat zie ik hoe mensen egoïstischer zijn geworden, zich minder van elkaar aantrekken, asocialer zijn geworden, geen respect meer hebben voor andermans leefruimte. ‘Met jou heb ik niks te maken’, ‘Waar bemoei je je mee?’ en ‘Heb je er last van dan?’ krijg je steeds vaker te horen als je er iets van zegt als mensen hun auto’s op de stoep zetten, hun winkelmandjes maar ergens neerpleuren en luid zitten te telefoneren in de trein. Als je niet gelooft dat het achteruitgaat, lees dan ‘Niemands land’ van Marcel van Dam en/of ‘De utopie van de vrije markt’ van Hans Achterhuis.
Het gaat om een voor mij verwerpelijke mentaliteit, die uiteindelijk neerkomt op de rechtvaardiging van het recht van de sterksten, die groeiende is in ons land. Wellicht zal dit met de komende regering nog duidelijker worden, zodat je beter begrijpt wat ik bedoel. Dat zowel jij als ik getuige zijn geweest van de honger in de straten van India betekent nog niet dat we alles hier moeten bagatelliseren. Laten we alert zijn en er wat van zeggen als het de verkeerde kant opgaat! Ken je de film Soylent Green? Je gelooft me vast niet als ik zeg dat deze profetische film uit 1973 prachtig de vruchten van het neoliberalisme illustreert: extreme verschillen tussen arm en rijk.