Feb 092015
 

Over een week gaan we op reis naar het kleurrijke Marokko.

We vliegen met Royal Air Maroc naar de grootste stad van Marokko en van de Maghreb: Casablanca. De luchthaven ligt een flink stuk van de stad, maar de stad is gemakkelijk bereikbaar per trein. Zoals altijd gaan we rondtrekken zonder plan. In verband met de temperatuur zijn we van plan eerst richting het zuiden te reizen.

Hoewel ik nog een keer in Marokko heb paardgereden, is het lang geleden dat we samen in dit land op reis zijn geweest. We zijn benieuwd hoe we dit nu gaan ervaren!

Onder dit bericht zullen we onze verhalen schrijven.

17 februari 16:45 Amsterdam 19:25 Casablanca AT0851
9 maart 11:25 Casablanca 15:50 Amsterdam AT0850

Onze reisroute

(wordt bijgewerkt tijdens onze reis)

Handige informatie

Mar 092015
 

De trein bracht ons stipt op tijd en comfortabel in ruim een uur van Rabat ville naar Casablanca voyageurs.

Tussen de middag aten we bij het station een Marokkaanse salade (tomaat, komkommer, ui) en een salade niçoise met warme (hier niet vanzelfsprekend) frites en heerlijk klaargemaakte linzen. Frites worden meestal geserveerd met scherpe mosterd en tomatensaus. Hoewel ik netjes thee zonder suiker in het Arabisch bestelde, kregen we helaas “Whiskey Berber” met suiker, hoewel niet met heel veel suiker.

Sinds Rabat hebben we weer een snelle HSDPA-verbinding (3G). Hoewel INWI de kleinste provider is, hebben ze ons nooit in de steek gelaten met een internet-verbinding, behalve dat het in kleine dorpjes soms tergend langzaam was.

image

INWI

We aten voor de laatste keer nog een paar cornes de gazelle bij een bakje muntthee (dit keer dan wel zonder suiker).

Over het avondeten hoefden we niet lang na te denken. We aten uiteraard weer merlan (wijting) in het beproefde restaurant Amine tegenover Marché central (de centrale markt). Het was zoals verwacht een traktatie!

We overnachtten ook weer in hotel Rialto, omdat dat goed bevallen was. We hadden zelfs nog een betere en ruimere kamer (9) dan de vorige keer.

Het was een mooie reis, maar het is ook fijn om weer naar huis te gaan.

Mar 082015
 

Alsof we nog geloven dat de bus over vijf minuten gaat, het was meer over een uur. Hoewel gezegd moet worden dat een deel van de bussen wel netjes op tijd gaat en zeker de duurdere bussen van CTM. Aan de andere kant is het wel beter voor het milieu als er alleen volle bussen rijden. Het vertrek duurde lang, maar de bus schoot wel lekker op over de rechte tweebaansautoweg (A2/N6). In het begin was een man achterin soera‘s uit de Koran aan het reciteren, gelukkig hield hij het niet de hele reis vol. Onderweg zagen we oogstrelende velden met goudsbloem, veel enorme ooievaarsnesten op GSM-masten en hoge lantaarnpalen en voor Rabat/Salé uitgestrekte bossen.

We eindigden op een onhandig busstation aan de rand van Salé, een voorstad van Rabat. We liepen naar de medina van Salé, maar konden daar geen onderdak vinden, behalve bij een keurige Française met smetvrees (we vroegen ons af waarom ze in Marokko woont). Na even bijkomen met een bakje koffie en thee namen we een fonkelnieuwe tram naar Rabat ville (lijn L1). Rabat is een grote, moderne stad met alle mogelijkheden die daarbij horen. Een fatsoenlijk en betaalbaar hotel hadden we dan ook snel gevonden. We sliepen in hotel Central op de derde verdieping in de grote, hoge en schone hoekkamer 18 met een heerlijke warme douche met een goed werkende douchekop, hetgeen zeldzaam is. De kamer is netjes gerenoveerd, maar de vloertegels zijn gelukkig nog origineel. Het treinstation Rabat ville, voor onze laatste reis naar Casablanca voyageurs, is vlakbij.

image

Vloertegels, hotel Central, Rabat

We bezochten de medina van Rabat die veel drukker en levendiger was dan die van Salé. We kochten een cadeautje voor onze overburen, die onze planten water gaven. We zochten naar een nieuwe dompelaar, maar we vonden alleen te grote en te kleine dompelaars of met teveel vermogen (we willen niet dat de stoppen van een hotel springen).

image

Marché Central, Rabat

image

Marché Central, Rabat

image

Essentiële oliën, Rabat

Vandaag reizen we met de trein terug naar Casablanca (ruim een uur), waar we nog één nacht slapen en vanwaar we morgen in de middag naar huis vliegen.

Thuis wacht er een mooi project op mij en daarnaast heeft XPrivacy voor Android 5 (Lollipop) enig onderhoud nodig. Verder heb ik tijdens onze reis Add Link to Facebook verkocht met de voorwaarde om de plugin bij te werken voor de Facebook API 2.0.

Onze volgende reis is misschien wel naar Colombia, In Sha Allah.

Mar 072015
 

De bus naar Fez gaat om 10:15, nee, om 10:30 en doet er een uur over, nee, anderhalf uur. We hadden plaatsen 20 en 21. De werkelijkheid was dat de bus om 11:15 ging, er bijna twee uur over deed en dat het vrij zitten was. Het enige wat vaststond was de prijs, 20 Dirham per persoon (ca. 2 euro), hoewel we ook een keer met succes over de prijs van een langere rit onderhandelden. Onprettig was dat de stoelleuningen niet rechtop konden :-( We passeerden Ifrane, een luxe stad in Zwitserse stijl, bossen en aan het eind een grote vallei, waarin o.a. Fez (ca. 400 m) ligt.

We sliepen in hetzelfde hotel Ezzaha (“relax“), waar we lang geleden ook eens sliepen. Het was nog steeds een lowbudgethotel. De kamers waren net als het beddengoed wat opgeknapt. Het hotel lag gunstig bij bab Bou Jeloud om de enorme medina van Fez te verkennen en niet ver van het busstation.

image

Bab Boujeloud, Fez

Excuse me“, “Excuse me” is hier de norm en dat ben je gauw zat, omdat de bedoeling altijd hetzelfde is. Meestal heb ik wel geduld en begrip, maar soms gebruik ik een lelijk Arabisch woord om ze weg te jagen, met name wanneer een herhaald beleefd “La, shoekran” (“nee, bedankt”) niet werkt. Het zijn vooral de jongeren die lastig zijn en helaas hebben ze vaak ook weinig gevoel voor humor.

Op het avondeten dongen we af, zodat het een gebruikelijke prijs werd. Normaal gesproken is het voldoende om van tevoren naar de prijs te vragen, want dan wordt er bijna altijd een reële prijs genoemd en anders lopen we simpelweg gewoon door. In toeristische gebieden werkt dit anders. Dit geldt overigens ook voor koffiehuizen, taxi’s, etc. Hanneke at vegetarische couscous en ik vegetarische tagine, met vooraf harira (Marokkaanse soep).

We kochten voor het eerst een westers product, een echte bounty :-)

Helaas is de dompelaar overleden :-(

Op het busstation, met een vierkant pannekoekje en een café noir, vroegen we ons af wat niet gedeukt, gescheurd, bekrast, met hoekjes eraf, met gaten erin, geroest, vettig, stoffig, vuil, etc. was. Eigenlijk niets om ons heen, behalve misschien het middelste, ongebruikte suikerklontje.

Stel, je bent oud geworden en je hebt nog maar één tand en je gaat met een oud kartonnen doosje met pakjes koekjes de hele dag bus in bus uit om een paar centjes te verdienen. Dat is de sociale voorziening in Marokko. In ieder geval is dit naar mijn idee beter dan bedelen, dus deze man kreeg wat centjes van mij. Ik kreeg in het Arabisch de beste wensen terug.

Onze laatste tussenstop zal Salé of Rabat zijn.

Mar 062015
 

De jonge taxichauffeur in een lege taxi die ons naar het busstation bracht grapte dat hij “bezet” was, toen Hanneke vroeg of hij bezet was. Het kantoor voor de tickets voor de bus naar Meknes via Azrou (ca. 2,5 uur) was een grote lege ruimte met daarin alleen een klein tafeltje en een stoel. De verkoper was heel behulpzaam, hij riep zelfs iemand om ons naar de bus te brengen. De bus was schoon en comfortabel, net als de meeste bussen vandaag de dag, hetgeen een grote tegenstelling is met 10 jaar geleden. De reis ging over een mooie hoogvlakte op zo’n 1800-2000 meter hoog, met hier daar nog grote plekken sneeuw. Aan het einde daalden we af door een cederbos, waar ook de grond nog bedekt was met plekken sneeuw.

Voor andere reizigers: het busstation van Midelt is verplaatst naar de rand van de stad en het is noodzakelijk om een taxi (7 Dh) te nemen, want het is te ver om te lopen. Het is ook mogelijk om bij het benzinestation bij de rotonde op een bus te wachten, met als risico dat de bussen vol zijn en/of op een slechte zitplaats.

Azrou (ca. 1250 m, ca. 200.000 inwoners) betekent in één van de Berbertalen (er zijn volgens zeggen zeven dialecten) “rots“, die zichtbaar is vanuit een parkje bij een moskee aan de rand van de stad. We sliepen in het eenvoudige, maar mooi gedecoreerde hotel Salam (“vrede“), waar we wat reisverhalen met een Italiaanse jongen en een Colombiaans meisje uitwisselden. Zij wandelden langs de wegen en sliepen in een tent. Toevallig zagen we eergisteren een reportage over Colombia en we weten nu dat het veilig is om daar als toerist te reizen als we een paar gebieden mijden.

Later in de middag, na het heetste moment van de dag, klommen we langs een klein riviertje met diverse watervalletjes door een bos omhoog naar het verlaten klooster van Tioumliline. Het klooster had een vriendelijke sfeer, een gedeelte wordt gerenoveerd, wellicht als hotel, maar de weg ernaartoe was het meest interessant.

image

Monastère de Tioumliline

image

Monastère de Tioumliline

image

Monastère de Tioumliline

image

Monastère de Tioumliline

Voor andere reizigers: volg het pad aan de rechterkant (westkant) van de begraafplaats net buiten Azrou en blijf op de rechteroever van het riviertje en steek pas bovenop over. Het is mogelijk om aan de andere kant van de berg over paadjes van schaapsherders terug af te dalen. Volg de regionale weg een stukje naar beneden en daarna een pad links het land in, net voorbij een boerderij, en blijf links aanhouden, zonder het bos in te gaan.

Azrou heeft een wat verborgen, leuk oud gedeelte, inclusief een sloppenwijkje.

image

Garenwinkel, Azrou

Onze volgende bestemming is Fez, omdat we gehoord hebben dat het toeristische gebeuren wel meevalt. We kunnen ons nog herinneren dat we ooit in een brak hotel met halve lakens nabij bab Boujeloud geslapen hebben.

Mar 052015
 

Bij een eenvoudig cafeetje van een vriendelijke, oude man wachtten we ruim twee uur totdat er voldoende mensen waren voor een gedeelde taxi, nummer 7 van de ca. 10 taxi’s van het dorp. We zagen de soek drukker en drukker worden en er kwamen regelmatig ezeltjes met goederen voorbij. Hanneke zat naast een oudere, gezette vrouw met een mooie (Toeareg?) tatoeage op haar kin. We daalden eerst af om daarna met 100 km/u over de N8 naar Beni Mellal te rijden, waar we om twaalf uur arriveerden.

In Beni Mellal (ca. 500 m) at Hanneke een kwart kip met frites en ik een broodje frites. We bestelden met een paar Arabische woordjes en handen en voeten, want de mensen spraken geen Frans. We kochten tickets voor de bus van 15:00 naar Midelt en dronken thee en koffie in één van de vele cafeetjes bij het busstation. Ruim een half uur van tevoren gingen we naar het busstation, omdat we wisten dat het vrij zitten was. Niet alleen om reisziekte te voorkomen, maar ook voor het uitzicht is het beter om voorin de bus te zitten. De aardige man, die ons de kaartjes verkocht, zag ons en bracht ons gelijk naar de juiste bus.

De busreis naar Midelt (ca. 1500 m) was vrij lang (4,5 uur) en vooral aan het begin onprettig, omdat het heel warm was in de bus, waarschijnlijk omdat de radiator voortdurend aanstond. Tegen de avond werd het beter, ook omdat er mensen uitstapten en we beiden een eigen bank hadden, zodat we onze rugzakjes naast ons konden zetten. Het grootste deel van de reis ging over een vlakte. Het laatste deel van de reis ging over een hoogvlakte op ca. 1800 meter met een prachtig uitzicht op het besneeuwde massief van het midden-Atlasgebergte, vooral tijdens zonsondergang. Op deze hoogte lag er nog sneeuw op schaduwrijke plekken.

Omdat we geen zin hadden in een tagine, kochten we broodbeleg in een supermarkt en vers brood in een klein winkeltje aan de overkant van het plein.

Het kostte enige moeite om een hotel zonder verflucht en met enige charme te vinden (maar niet teveel, zoals met oude muffe kamers en doorgezakte bedden). Uiteindelijk vonden we hotel Ennassim net voorbij een kleine groentemarkt richting de rivier, wat buiten het centrum van het stadje. De kamer was schoon, ruim, verwarmd en volledig ingericht, zelfs badslippers ontbraken niet. Dit is vrij ongebruikelijk in Marokko, want de meeste kamers zijn nogal spartaans ingericht, vaak zelfs zonder enige muurbekleding. Warm water was er in overvloed, wat je kunt verwachten van een familie die ook een deur verder een hamam heeft. Het hotel is van een Berberfamilie die geen Frans spreekt. Het duurde lang voordat we onze paspoorten terugkregen, dus ben ik bij de receptie, hun woonkamer, langs gegaan. Het bleek dat ze moeite hadden met het begrijpen van onze paspoorten en ons Latijnse schrift. Er stond bijvoorbeeld bij geboorteplaats EUROPESE UNIE (wat eigenlijk niet eens fout is). Ze waren blij dat ik de formulieren invulde, iets wat ik overigens vaker doe, gewoon omdat dat veel sneller gaat, omdat ik al onze gegevens uit mijn hoofd weet.

We hadden een goede nacht slaap en de volgende dag waardeerden we het stadje meer dan toen we in het donker hongerig en moe aankwamen.

Aan het einde van de ochtend regelden we voor de middag een taxi heen en weer naar het in 1986 verlaten mijnstadje el Ahouli (toonloze “h”). Nadat we een vers stokbrood hadden gegeten en een bakje thee hadden gedronken, reed de chauffeur ons in ca. 1 uur over een weggetje waar af en toe een stuk asfalt ontbrak omdat een rivier het weggespoeld had naar het mijnstadje. Op verzoek stopte hij om ons foto’s te laten maken, o.a. bij een mooi uitzicht over een rivier/kloof en bij een brug van dikke balken hout, die we net gepasseerd waren. Hier en daar zijn mensen nog steeds bezig met delven van lood en diverse mineralen, zij het op bescheiden schaal. Er zijn nog resten van een oude spoorlijn en spoorbruggen, die nu als loopbruggen over de rivier functioneren. De fabriek en huizen zijn na drie decennia behoorlijk vervallen. Het zag ernaar uit dat het eens een grootse operatie was. Er was zelfs een zwembad voor de mijnwerkers. Ik beklom een trap van 660 treden naar een verlaten dorpje hogerop, met mooie uitzichten naar beneden. De chauffeur van onze taxi was zelf ook mijnwerker. Aan het eind liet hij zijn half ingegraven, stenen hutje, zowel tegen de kou als de warmte, en zijn mijntje, een rond gat van 6 meter diep en een aantal meters lange gangen in diverse richtingen, nabij het dorpje Mibladen zien. Vroeger gebruikten ze hamers en beitels, maar die zijn nu vervangen door een Hilti. We kregen van hem twee mooie stukjes vanadinite op baryte. Het mijnstadje was absoluut een bezoek waard!

image

El Ahouli

image

El Ahouli

Zou Hanneke een keer een tagine met kamelenvlees gegeten hebben? ;-)

image

Slager, Midelt

Misschien met Knorr saus?

image

Knorr, Midelt

Onze volgende overnachting is gepland in Azrou, op weg naar Fez.

Mar 032015
 

Voor de verandering reisden we in minder dan drie kwartier met een minibus van Azilal naar Ouzoud (ca. 820 m), via een afslag een stukje terug op de weg naar Azilal. Minibusjes worden gebruikt als er minder reizigers op een route zijn, wat aangeeft dat de bestemming een kleiner/minder belangrijk plaatsje is, in dit geval een dorpje. Wanneer vertrekt het busje? In Sha Allah, oftewel wanneer het busje vol is. Op het kleine, stoffige busstation van Azilal werden we geholpen door een vriendelijk man, die wat Engels sprak, hetgeen hier vrij zeldzaam is, maar minder zeldzaam dan vroeger, omdat de koning opdracht aan zijn onderdanen heeft gegeven om Engels te leren. Onderweg werdt nog een aantal mensen opgepikt, die op een plastic krukje in het middenpad konden zitten.

Na het uitstappen in Ouzoud werden we aangesproken door een man, maar zijn bedoeling was niet om ons belangeloos te helpen, hetgeen helaas vaker het geval is, vooral als de persoon in kwestie een beetje Engels spreekt. Hotel de France was volgens hem gesloten, maar dat was natuurlijk helemaal niet het geval. Het plaatsje Ouzoud is heel overzichtelijk en het hotel stond goed aangegeven op roestige borden, dus we hadden het hotel zo gevonden. Na een korte onderhandeling met een vriendelijke man mochten we voor de helft van de gebruikelijke prijs slapen in een prettige, mooi gedecoreerde kamer met een eigen douche met heerlijk warm water, dat op verzoek werd aangezet. Door het open raam kwam het vrolijke geluid van fluitende vogels en het zachte geruis van de waterval.

Voor het middageten moesten we even zoeken. Er waren restaurantjes die toeristische prijzen rekenden, meestal makkelijk te herkennen aan de plakkerige manier waarop we benaderd werden, maar er waren er ook die realistischer waren. Even een praatje maken, maakte een groot verschil. We regelden een vegetarische maaltijd met o.a. versgebakken frites, een omelet Marokkaanse stijl en een tagine met courgette.

Via een betegeld pad en diverse bochten en trappen bezochten we de watervallen. Er zijn veel restaurantjes en souvenirwinkeltjes langs het pad, maar gelukkige zijn de verkopers niet erg lastig. We daalden af naar de voet van de waterval en maakten onderweg diverse mooie foto’s. Af en toe waaiden de spetters van de waterval naar ons toe, wat lekker verfrissend was Bij het hoogste uitkijkpunt waren er Barbarijse aapjes, die graag een koekje kregen. Na de klim terug omhoog liepen we bovenop nog over een pad in aanbouw met uitzicht op de waterval vanaf de andere zijde, maar helaas ook op een groot, hoger gelegen hotel in aanbouw. Ik ben bang dat meer toerisme de sfeer hier niet ten goede gaat komen, hoewel de Berbers over het algemeen heel vriendelijke mensen zijn.

image

Cascades d'Ouzoud

image

Cascades d'Ouzoud

image

Barbarijse aap, Ouzoud

Terug in het hotel dronken we een zelfgemaakt bakje thee op de kamer en aten we wat gezouten amandelen die we de dag ervoor kochten.

De volgende dag was er een kleine soek onder de olijfbomen met vooral huishoudelijke artikelen, wat tweedehands spullen, groenten, fruit en vlees. Een deel van de goederen werd met ezeltjes aangeleverd.

Het was weer zonnig en warm en ‘s nachts koelde het af naar zo’n graad of vijf. Er was weinig wind.

We hebben nog een week, dus we hebben even nagedacht over het vervolg van onze reis. Aangezien we graag Fez willen bezoeken: via Beni Mellal, een transport hub, naar Midelt middenin de midden-Atlas, dan naar Azrou, Fez, Rabat en terug naar Casablanca.

Mar 022015
 

Met een oude bus van “Transport toutes directions” (transport “alle richtingen”) lieten we ons over een afstand van ca. 70 km vervoeren van Demnate naar het provincie-hoofdstadje Azilal (ca. 1350 m). We hadden een geweldig zicht op het besneeuwde massief van het Atlas-gebergte.

Ook in het stadje zelf is er een goed uitzicht op de bergen. ‘s Avonds beklommen we een heuvel die over de stad en de wijde omgeving uitkeek en genoten we van de zonsondergang. Aan de ene kant van de hemel was Venus zichtbaar (bijna conjunct met Mars en Uranus in Ram) en aan de andere kant Jupiter (in Leeuw) en de maan (nog in Kreeft). Het stadje is het schoonste wat we tot nog toe gezien hebben, de straten zijn netjes geplaveid en de huizen netjes gepleisterd en geverfd. Als ik zou moeten kiezen waar ik in Marokko wilde leven, zou het hier zijn.

We overnachtten in hotel Ouzoud in een kleine, maar heel nette en brandschone kamer.

In de soek werden spullen verkocht die onze kringloopwinkels zeker niet meer willen hebben.

image

Rommelmarkt, Azilal

image

Rommelmarkt, Azilal

image

Zonsondergang, Azilal

Overdag was het zonnig en warm met een strak blauwe hemel, maar ‘s nachts koelde het af tot het vriespunt, waar we gelukkig in onze kamer geen last van hadden.

Onze volgende bestemming zijn de watervallen van Ouzoud.

Mar 012015
 

Een reis in een krappe, volle bus bracht ons in zo’n twee uur van Marrakesh naar het gemoedelijke stadje Demnate (ca. 950 m), weg van de toeristische massa en terug naar het authentieke Marokko. De imposante, besneeuwde hoge Atlas was prominent aanwezig. Het groene, heuvelachtige landschap, met veel olijfbomen, was een lust voor het oog.

We sliepen in een eenvoudig café/hotel met de naam Imi-n-ifri in een luchtige, lichte hoekkamer (nummer 1) van ca. 2½ bij 3½ meter en 3½ meter hoog. Er was geen warm water, alleen een gemeenschappelijke hurkenschijter, maar daar was de prijs dan ook naar. Er waren twee raampjes, de ene met 4 doorschijnende ruitjes en de andere met 6 doorschijnende en gekleurde ruitjes (één donkergele en twee oud roze). Beide ramen hadden aan de buitenkant een mooi, roestig traliewerkje en sloten slecht. Er was een peertje, met een lamp zoals je die bij ons niet meer kunt krijgen, dat hing aan een stoffige gevlochten draad met dan wel weer twee (wissel)schakelaars, zodat we het licht ook in bed konden uitdoen. Één van de schakelaars was gecombineerd met het enige stopcontact in de kamer, die we gebruikten om met de dompelaar een bakje rooibosthee te zetten. De muren waren tot halverwege glimmend zandkleurig geverfd. De vloer was glad naturel beton. Er waren twee eenpersoons bedden met wollen dekens, maar geen lakens. De stevige kussens waren gezellig blauw gestreept. Er was een mintgroene/wit gevlekte vierkante tafel, waar wat hoekjes af waren, en een witte, plastic stoel. Op het dak vond ik een rode krat, zodat we onze rugzakjes niet op de grond hoefden te zetten (die overigens zoals de rest van de kamer schoon was). De tafel stond handig naast één van de bedden net onder het stopcontact. We hadden weinig last van het geluid van het café, eigenlijk was het juist wel gezellig. De mensen drinken vanwege hun geloof geen alcohol. Een café is daarom meer een sociaal gebeuren, waar gezamenlijk tv wordt gekeken, vooral naar voetbal, en waar gebabbeld en gekaart wordt.

We aten een lekkere tagine op een sfeervolle locatie. We verkenden de straatjes en de diverse soeks van het ommuurde stadje, waar we iedere keer nieuwe plekjes ontdekten. Het beetje Arabisch dat we spreken (bedankt Khaled!), wordt hier erg op prijs gesteld. Op een wat hoger gelegen plein was er, niet ver van het busstation, een kleine kermis, met ‘s avonds kleurige lichtjes. Heel leuk waren de ooievaarsnesten op de moskeeën en de GSM-antennes. Ze vlogen regelmatig heen en weer om de jongen te voeren. We dronken een bakje koffie en thee met uitzicht op de nesten, maar helaas blokkeerde een bus later het uitzicht. Het lijkt erop dat de Afrikaans klinkende Gnawa hier de favoriete muzieksoort is.

image

Ooievaarsnest, Demnate

image

Tagines, Demnate

image

Kahwa wa Chai, Demnate

Het mobiele internet, van de kleinste provider INWI, werkt hier, net zoals overal, maar is vrij langzaam. De verbinding is vaak een EDGE-verbinding (2G) en in het algemeen is dit type verbinding betrouwbaarder dan HSDPA-verbindingen (3G), die het hier binnen en/of verder van de zendmast af al snel laten afweten.

‘s Avonds aten we soep bij een oud mannetje op straat, die ik wat extra gaf, wat ik liever doe dan iets geven aan lethargische bedelaars, hoe zielig ze er ook uitzien. Ik heb gemerkt dat de mensen hier ook zelden iets geven aan bedelaars. ‘s Ochtends kochten we voor het ontbijt vers brood, een gekookt ei, een paar pakjes Coeur de Lait, een variant van la Vache qui rit en een plak cake, dat we opaten in het cafeetje onder ons hotel.

image

Tagine, Demnate

In het stadje was maar weinig verkeer en flitsten de brommers niet rakelings langs je heen. Opletten of je niet teveel betaalt, is haast niet nodig. Het was heel aangenaam om in dit plaatsje te verblijven!

Vandaag willen we met de enige bus per dag rond het middaguur naar Azilal reizen.

Voor andere reizigers een kort overzicht van de prijzen in 2015 (buiten de grootste/toeristische steden):

Thee/koffie met een glas water: 5-9 Dh
Dikke plak cake/pannenkoek: 2-3 Dh
Kilo sinaasappels: 2-4 Dh
Tagine kip/vlees met brood: 25-30 Dh
Bissara met brood: 3-5 Dh
Waterfles 1,5 liter: 5-6 Dh
Twee uur met de bus: 30 Dh
Fatsoenlijk hotel met douche: 150-200 Dh

1 euro ~ 10 Dh

Feb 282015
 

Met een gedeelde taxi (grand taxi) werden we over een weg met heel veel haarspeldbochten naar Marrakech (ca. 450 m) gebracht. Dit keer was het enige instrument op het dashboard dat werkte de klok. Het kostte ruim twee uur om de bijna 100 km te overbruggen. Onderweg moest er gestopt worden, omdat er een vrouw misselijk was geworden van de bochten en de uitlaatgassen die af en toe de auto in waaiden. Een groot deel van de weg volgden we een steeds breder wordende rivier beneden in een dal, die uiteindelijk overging in een langgerekt meer.

Toen we aankwamen in Marrakesh was het mistig en fris, maar na een uurtje brak de zon door en werd het lekker warm, zo’n 25 graden. ‘s Nachts koelde het af naar zo’n 5 graden.

We overnachtten in hotel/riad Janat Salam (“vredig paleis“), waar we op een vriendelijke wijze werden ontvangen door een aardige jongeman. De hotels die we eerder zagen, waren of goedkoop en slonzig of duur en karakterloos. Dit hotel zat hier tussenin en bood waar voor het geld.

We dronken een lekker kopje koffie met overheerlijke “cornes de gazelles“, een flinterdun, krokant deeg gevuld met gemalen amandelen, wat suiker en fleur d’orange (sinaasappelbloesem).

We bezochten het bekende plein Djemaa el Fna, wat door massatoerisme wat ons betreft zijn charme volledig verloren heeft. De frequentie van lastiggevallen worden, is letterlijk zo’n één keer per minuut. De enige plaats waar we niet werden lastiggevallen was een steegje gewijd aan de huidige koning Mohammed V. We wandelden in een grote cirkel rond het plein door de medina. Hier en daar zagen we nog wat van het authentieke Marokko in de vorm van oude ambachten, zoals houtsnijden, maar het is vooral een drukke stad, met veel brommers en auto’s geworden. Jongemannen vallen je regelmatig lastig met “the square is there“, in de hoop dat ze je mogen gidsen voor een paar dirham. We maakten er soms een grap van.

image

Koning Mohammed V - Marrakesh

‘s Avonds was het plein iets leuker door de vele lichtjes en de rook van de honderden eetstalletjes. Er was veel Afrikaanse muziek, die een paar minuten stopte voor de oproep van de moskeeën.

We gaan snel weer doorreizen naar een kleiner plaatsje om het massatoerisme te ontvluchten. Op dit moment zitten we in een wat krappe, goed gevulde bus naar Demnate, met rechts zicht op de vele besneeuwde toppen van de imposante hoge Atlasbergen en uitgestrekte olijfboomgaarden.

Feb 262015
 

Buiten de zuidpoort van Taroudant vonden we snel een “grand taxi“, een grote, oude, groene Mercedes, naar het plaatsje Oued Berhil. Op de stoel van de bijrijder gingen twee personen en op de achterbank vier personen, waaronder wijzelf. Ik zat tussen twee nette heren en Hanneke die aan de raamzijde zat, in. We hadden geluk want de twee heren stapten al snel uit, zodat we de achterbank voor onszelf hadden. Er zat een grote ster rechts in de vooruit en de snelheidsmeter deed niets meer. De benzinemeter wist niet wat hij wilde: vol of leeg. De chauffeur tankte aan het begin van de rit, wat niet ongebruikelijk is, omdat hij dan geld heeft.

Over een vrij rechte weg bereikten we in ongeveer drie kwartier onze bestemming. De mensen waren aardig en behulpzaam. We werden netjes naar de volgende taxi gebracht, richting het plaatsje Ijoukak. We moesten een poosje wachten, totdat er voldoende passagiers waren. We dronken ondertussen een klein glaasje koffie (er worden hier altijd glazen gebruikt). Een oudere man hield toezicht op de taxi’s (wellicht was hij de eigenaar).

De rit was over een weg met heel veel haarspeldbochten en mooie vergezichten. De bergen waren rood, mintgroen, geel en grijs gekleurd. We gingen over een bergpas op bijna 2100 meter. De bergtoppen rondom ons waren bedekt met sneeuw (de bergen zijn hier ruim 4000 meter hoog). De weg was in het begin goed, recent geasfalteerd, maar aan het eind werd hij slechter, maar hij was nog goed berijdbaar. Tijdens de afdaling waren er bomen met witte en gele bloesems, onder andere amandelbomen.

We eindigden in het plaatsje Talâat N’Yacoup (ca. 1250 m), zo’n drie kilometer voor Ijoukak. In een café/restaurant troffen we de eigenaar van de enige gîte in het dorp. Een andere man bracht ons maar het bovenste deel van het dorp, waar de mooie gîte Chez Imnir (“bij Imnir”) uitkijkt op de vallei en links en rechts besneeuwde bergtoppen. De kamer was netjes ingericht, met dit keer een wat ruimer bed. Het dak was van dunne boomstammetjes gemaakt. De muren waren zalmroze en mintgroen geverfd. Er hingen drie gezellige lampjes. De vloer is van beton en bordeauxrood geverfd. Voor het bed ligt een dik tapijt. Er is een ruime badkamer met wc, wastafel en een warme douche, met blauwe muren en gele tegels op de grond.

image

Talâat n'Yacoub

We aten vier roergebakken eieren, geserveerd in een platte pan met een mandje platte, ronde broodjes. In dit soort kleine plaatsjes moet je geen culinaire hoogstandjes verwachten, maar toch was het lekker klaargemaakt en gekruid.

We verkenden het dorpje en de omgeving te voet. Op een grote heuvel in de vallei staat de grote moskee van Tin Mal (1153-1154), die meer op een klein fort lijkt. Met de besneeuwde toppen op de achtergrond en het ruige landschap was het een mooi gezicht. We kregen een paar handjes amandelen van een oud vrouwtje dat op de grond zat en bezig was met het kraken van amandelnoten. Ze was blij met de dirhams die ze kreeg.

Het is hier een stuk koeler dan in Taroudant, zo’n 10-15 graden en ‘s nachts slechts een paar graden. De zon is echter lekker warm en er is niet veel wind, dus van de lagere temperatuur merk je niet zoveel van. Er waren genoeg dikke wollen dekens om ons ‘s nachts warm te houden.

Bij gebrek aan eetgelegenheden kookten we ‘s avonds zelf een maaltje met de waterkoker die we altijd bij ons hebben. Macaroni, ui tomaat, tonijn, peper en zout. Leuk om te doen en goed voor de afwisseling.

De volgende bestemming is Marrakesh.